InterviewExpositie Gregor Schneider

De ‘martelkamers’ van Gregor Schneider zijn op foto al luguber, maar nu ook in Den Haag te bezoeken

Gregor Schneider in Interrogation Room (2006) in presentatie-instelling West, Den Haag.Beeld Erik Smits

Het is moeilijk van de kunst van de Duitser Gregor Schneider te houden. Nu is dat ook niet zijn doel, hij wil vooral een zo intens mogelijk ervaring. In zijn kamers ben je een speelbal van je eigen angsten. In Den Haag is zijn werk nu verzameld in museum West – voor wie durft.

‘Weet je, als ik hier rondloop en zie wat ik heb gemaakt, dan...’, Gregor Schneider (51) legt zijn hand op zijn borst en neemt een flinke hap lucht. Zijn weinig expressieve gezicht lijkt gepijnigd. ‘Het ontneemt me de adem, het raakt me. Maar ik ben echt een heel relaxed persoon als ik aan het bouwen ben, vraag het maar hier. Ik ben niet ziek.’

Dat laatste is geen disclaimer vanwege corona, evenmin is het een antwoord op een vraag. Het is een misverstand dat de bekende Duitse kunstenaar graag wegneemt. Schneiders kunst is luguber, angstaanjagend en claustrofobisch. Hij bouwt kamers die desoriënteren, geeft toeschouwers het gevoel opgesloten en verdwaald te zijn. Macabere details verwijzen naar seks of geweld – of allebei. Grimmige sculpturen, poppen en performances zijn er ook soms onderdeel van. Presentatie-instelling West in Den Haag brengt nu een groot retrospectief.

Zelfs foto’s van Schneiders kunstwerken kunnen toeschouwers in hun nachtmerries achtervolgen, of zelfs het concept. Stel je dit eens voor: Schneider maakte in 1989 een ‘volledig geïsoleerde dode kamer’, de materialen zijn aarde, lood, glaswol, geluidsabsorberend materiaal, twee houten constructies en één deur. Misschien moet ik erbij zeggen dat de deur aan de binnenkant geen klink heeft. Juist ja.

U R 8, Total isolierter toter Raum, Giesenkirchen (1989-90).Beeld Gregor Schneider

Andere kunstwerken laten zich lastiger navertellen. Wat te denken van een appartement met 21 keer exact dezelfde badkamer? Of een verdubbeld appartement: een lege woonkamer, slaapkamer, badkamer, halletje en dan nog een keer exact hetzelfde, inclusief lekkende kraan? Unheimisch tot de macht oneindig. Ik doolde erin rond tijdens een grote tentoonstelling in Münster en had het zeldzame gevoel te zijn overgeleverd aan een kunstenaar die niet het beste met zijn publiek voor had. 

Geen wonder dat mensen vaak aannemen dat dit oeuvre voortkomt uit een zieke geest. Sommige foto’s van Schneiders verbouwingen doen denken aan kwaadaardige klussers als Dutroux of Fritzl. De man tegenover me, met een strak zwart poloshirt, een wakkere blik, helblauwe ogen, tja, ik zou hem niet direct op mijn kinderen laten passen, maar Schneider is verrassend goed gezelschap. Hij is charmant, hij vertelt veel. 

Wat ik van hem wil weten is hoe het zo gekomen is. Hoe kwam Schneider ertoe het huis dat hij bewoonde te verbouwen tot een soort horrorkabinet vol vreemde ruimten? Een Kaffeezimmer (koffiekamer) die heel langzaam om zijn as draait, een Total isoliertes Gästezimmer (volledig geïsoleerde logeerkamer) – steeds bouwde hij kamers in de bestaande kamers. Dit levenswerk, waaraan hij al op zijn 16de begon, bezorgde hem in 2001 een Gouden Leeuw (de hoogste onderscheiding) op de Biënnale van Venetië. Toen waren 24 van zijn kamers naar Venetië verscheept. De jury roemde zijn ‘obsessieve labyrint’ dat zowel over ‘ongemak’ als over ‘vrijheid’ ging.

U R 42B, Doppelgarage (2003). Beeld Erik Smits

‘Het was niet gepland’, zegt Schneider over zijn bouwdrang. ‘We willen graag verbanden zien, begrijpen hoe het een volgt uit het ander, maar we weten helemaal niet hoe de dingen werken.’ Misschien heeft hij gelijk. Maar ik kan de carrière van Schneider wel proberen te reconstrueren, met hulp van de kunstenaar. Al waarschuwt hij: ‘Ik wil zelf helemaal niet méér weten over waarom ik de dingen doe, ik wil er mínder over weten.’

Schneider groeide op in Rheydt, een plaatsje tussen Düsseldorf en Roermond, zijn vader was eigenaar van een familiebedrijf, een fabriek die lood verwerkt. Hij heeft twee oudere broers. ‘De een was goed in school, de ander goed in sport’, vat Schneider samen. Een docent op het plaatselijke gymnasium ontdekte waar Schneider goed in was: schilderen. Hij noemde de jongen een kunstenaar. Daar kon Schneider zich in vinden, net als zijn schoolgenoten: ‘Ze kenden me allemaal, ik was de kunstenaar.’

Toen hij 15 jaar was, groef Scheider een diep gat, kroop erin, klauterde eruit en gooide het weer dicht. Begraben heette die angstaanjagende actie, de foto’s hangen in de tentoonstelling in West. In andere performances bedekte hij zijn naakte lichaam met water en meel, knoopte touwen om zich heen en schreeuwde. Hij was destijds niet ongelukkig, zegt hij nu. Wel wilde de piepjonge kunstenaar zijn kunst graag ‘zo intens mogelijk’ maken.

Life action: Begraben, Liedberg (1984).Beeld Gregor Schneider

Hij hoorde over ene John Fare, een Canadese kunstenaar die een machine zou hebben gemaakt die in performances zijn lichaamsdelen amputeerde. ‘Ik heb inmiddels begrepen dat hij een literair personage is’, zegt Schneider. Zijn docent vertelde over de Wiener Aktionisten, een groep Oostenrijkse kunstenaars die extreme en bloederige performances opvoerden in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Zoals Rudolf Schwarzkogler, die stierf na een noodlottige val uit het raam. ‘Was dat kunst, was hij gek geworden? Ik was erdoor gefascineerd, dat idee van het finale kunstwerk.’ De jonge Schneider concludeerde: ‘Dit valt niet te overtreffen.’

Misschien is het hier begonnen. Als de meest extreme amputatie- en zelfmoordkunst al gemaakt is, wat kan er dan intenser zijn? Een mogelijk antwoord: psychologische lading, suggestie. De intensiteit in de hoofden van de toeschouwers. In 1986 maakte de kunstenaar – nog steeds piepjong, 17 jaar – twee identieke ‘volledig geïsoleerde kisten’. De fantasie die erbij hoorde: zou je het van buiten merken als in een van die kisten iemand zat te schreeuwen? Het is niet te horen natuurlijk, maar is het te voelen? Zulke ‘kisten’ werden groter, het werden kamers. Hij kon het materiaal uit het familiebedrijf goed gebruiken en kreeg het oude woonhuis van de familie op het terrein van de fabriek tot zijn beschikking. 

Beeld Erik Smits

Maar is het wel zo begonnen? Schneider vertelt ook over het ‘gigantische gat’ bij Rheydt, waar amper over werd gepraat terwijl hij opgroeide. ‘Er lag vaak stof op de auto’s, dat noemde iedereen Sahara-zand.’ Rheydt ligt vlakbij de grote bruinkoolmijn Garzweiler die levert aan elektriciteitscentrales. De enorme groeve, 250 meter op het diepste punt en meer dan 30 vierkante kilometer groot, heeft al twintig dorpen opgeslokt in haar expansiedrift. Over drie jaar gaat de bulldozer over het dorpje Keyenberg. Schneider maakte foto’s van deze verdwijnende dorpen, een ‘kinderkamer’ in de tentoonstelling is op een exemplaar uit zo’n dorp gebaseerd. ‘Op school zeiden mensen weleens: over een paar jaar is onze stad ook weg.’ Het isoleren van kamers kan ook betekenen: je verschansen, onderduiken, bescherming zoeken.

Kinderzimmer (2008).Beeld Erik Smits

Toen Schneider aan kunstacademies studeerde, kwamen zijn docenten naar Haus u r zoals hij de verbouwde woning noemt (naar het adres: Unterheydener Straße in Rheydt). Algauw volgden de curatoren, Schneider wilde graag buitenshuis exposeren: ‘Ik wilde niet alleen maar die freak in dat huis zijn.’ Toen hij in 2005 werd uitgenodigd om opnieuw deel te nemen aan de Biënnale van Venetië, vier jaar na die grote prijs, wilde hij een grote zwarte kubus op het San Marcoplein plaatsen. Het ging niet door. Het object, deels gebaseerd op de Ka’aba, was ‘te politiek’ meende de organisatie. Het heeft Schneider niet afgeschrikt politieke en gevoelige onderwerpen aan te raken. In 2008 raakte hij in opspraak omdat hij een kamer had nagebouwd waarin hij graag een stervend of pas gestorven mens wilde tentoonstellen.

Ook in Den Haag zijn nu een aantal huiveringwekkende en vreemde kamers. Zo is er een darkroom waar volgens de beschrijving een performance kan plaatsvinden met ‘een groep stilstaande naakte zwarte mannen’, een kamer die volgens de tentoonstellingstekst met immigratie, detentie en darkrooms te maken heeft. Andere kamers baseerde Schneider op gevangenis Guantanamo Bay: een helwitte verhoorkamer en een ‘martelkoelcel’, de kunstenaar maakte ze in 2006. Presentatie-instelling West is gevestigd in de voormalige Amerikaanse ambassade. Op de vraag hoe hij het vindt om hier te exposeren, antwoordt hij ontwijkend: ‘Ik ben altijd blij om uitgenodigd te worden.’

Haus u r (1985-heden).Beeld Gregor Schneider

In 2013 werd de kunstenaar eigenaar van het geboortehuis van nazi-minister Joseph Goebbels, een paar honderd meter van Haus u r vandaan. Hij had gezien dat het werd aangeboden als eengezinswoning en wilde naar eigen zeggen voorkomen dat het in verkeerde handen viel. De inboedel van de vorige bewoner kreeg hij erbij. Maar wat moest hij ermee? Schneider sliep in de kamer waar Goebbels werd geboren, at aan een tafel in de keuken. In de video’s die hij maakte gebeurt niks en toch is de spanning voelbaar. Later haalde hij het huis leeg: alsof hij het strafte, hij bikte de muren kaal, maakte een tunnel in de kelder ‘om dieper te komen’. Dit voorjaar tijdens de lockdown leidde hij er mensen rond: ‘Je mocht toen één gast ontvangen.’ Dezelfde gasten ontving hij in zijn Haus u r.

In de tentoonstelling hangen foto’s van de ‘volledig geïsoleerde logeerkamer’ die hij in 1995 in Haus u r bouwde. Op zijn website staat deze beschrijving: drie lagen lood, drie lagen glaswol, een laag steenwol, een laag geluidsabsorberend materiaal rondom, drie houten constructies, gipsplaten en pleisterwerk. ‘Dit was de eerste keer dat ik een kamer maakte voor iemand anders, voor een gast,’ zegt Schneider. Heeft daar wel eens iemand geslapen, wil ik weten. ‘Ja, wel eens. Alleen wil niemand lang blijven.’ Zou hij willen dat mensen langer bleven? ‘Het is erg lastig een partner te vinden als je zo’n huis hebt,’ zegt de kunstenaar schijnbaar onbewogen. 

Beeld Erik Smits

Toch heeft Haus u r een sterke aantrekkingskracht. Onder blogs van mensen die het betraden en de video’s die Schneider maakte staan reacties van mensen – vooral mannen, zo lijkt het – die er dolgraag heen willen. Niet alleen Haus u r kent die tegenstrijdigheid van een zeer ongastvrije publiekstrekker. Schneider liet tentoonstellingsbezoekers door tunnels kruipen, door pikdonkere ruimten tasten, door de modder waden en we doen dat kennelijk graag. Zo zal het ook in Den Haag gaan. Rijen mensen die komen voor de ervaring die Schneider uitbeeldde: een hand tegen de borst slaan, naar adem happen, hopen dat achter de volgende deur de uitgang is. Als er dan toch iemand ziek is, zijn wij het misschien zelf, Schneiders dankbare publiek.

Gregor Schneider, Tote Räume, 29/8 t/m 6/12, West, Den Haag

Blijvende schade

Er zijn mensen die beweren blijvende schade op te hebben gelopen aan een kunstwerk van Schneider. Kunstcriticus Adrian Searle van The Guardian schreef over de bizarre installatie Die Familie Schneider (2004) waarin de bezoeker in een badkamer werd geconfronteerd met een masturberende performer: ‘Ik zal me nooit meer aftrekken in bad. Mogelijk ook nooit meer ergens anders, eigenlijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden