Column Floortje Smit

De Manic Pixie Dream Girl is de droom van de filmjournalist, maar de nachtmerrie van de schrijver

Natalie Portman in Garden State Beeld filmbeeld

Floortje Smit, filmrecensent, werpt haar blik op de hedendaagse beeldcultuur.

Stiekem is dit de droom van elke filmjournalist: je tikt een recensie, hebt een originele ingeving en die blijkt zó goed te zijn dat je plotsklaps een wereldwijd fenomeen hebt gecreëerd.

Het overkwam Nathan Robin van The AV Club. Hij noemde in 2007 het personage van Kirstin Dunst in Elizabethtown een ‘Manic Pixie Dream Girl’ - een oppervlakkig meisje ‘dat alleen bestaat in de broeierige fantasie van gevoelige schrijvers-regisseurs en fijnbesnaarde jongemannen in films leert dat ze het leven met haar oneindige mysteries en avonturen moeten omarmen’.

Dit is nu typisch zo’n opmerking waarbij – kloenk-kloenk-kloenk – opeens talloze kwartjes vallen. Inderdaad, het ís een archetype! Natalie Portman in Garden State! Zooey Deschanel in 500 Days of Summer! Mary Elizabeth Winstead in Scott Pilgrim vs. The World! Deze week duikt de Manic Pixie Dream Girl (MPDG) op in Then Came You, waarin Asa Butterfield een hypochonder van 20 leert wat leven is.

Het begrip is zo sterk dat wie er eenmaal van gehoord heeft, het direct herkent. Chaotisch kindvrouwtje met gekleurd haar en kistjes onder bloemerige fladderjurkjes? MPDG. Een – hihi – lekker gekke levensgenieter met grofgebreide lange sjaals en handschoenen zonder vingers? MPDG.

Maar hoe langer je er over nadenkt, hoe minder simpel het blijkt te zijn. Om het zo te zeggen: de ene zelfgebreide kattenmuts is gelaagder dan de andere. Clementine – alle kleuren haar, chaotisch – uit Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004) lijkt bijvoorbeeld onder de definitie te vallen, maar stelt nota bene zelf dat ze ‘geen concept’ is, drie jaar voordat Robin de term MPDG bedacht. ‘Te veel mannen denken dat ik ze ‘compleet maak’, of tot leven kan wekken, maar ik ben gewoon een fucked up meisje dat op zoek is naar een beetje rust.’

Actrices als Greta Gerwig en Zoe Kazan zetten in hun films het MPDG-type, waar ze zo’n beetje voor gemaakt lijken, vaak doelbewust op dezelfde manier op zijn kop - in Kazans Ruby Sparks (2012) bijvoorbeeld komt de gefantaseerde MPDG van een schrijver werkelijk tot leven, waarna blijkt dat zo’n meisje (lastig, lastig) ook allemaal eigen emoties en gevoelens heeft. 

Robin kreeg spijt. Hij zag met lede ogen aan hoeveel personages er door zijn geinige ingeving op een hoop werden geveegd. Ook Annie Hall werd een MPDG genoemd, en Katherine Hepburn in Bringing Up Baby. ‘Als je een idee een naam geeft en vaag definieert, bekrachtig je het. En in mijn geval is dat uit de hand gelopen.’ In een artikel uit 2014 bood hij zijn nederige excuses aan.

Toch is het probleem niet de term zelf, maar het negatieve gebruik ervan: door een personage MPDG te labellen kun je automatisch vrouwelijke personages diskwalificeren die afwijken van het gladde beeld van perfectie. En dat zijn nou net de magische meisjes die je niet vaak genoeg kunt zien in de bioscoop. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden