De Man van Taal heeft zelden een goed verhaal

O P HET OMSLAG van de tweede bundel van Ruben van Gogh staat een foto van een dromerig meisje met een elektronisch pistool in haar handen....

Het omslag is symptomatisch voor wat Van Gogh voorschotelt. De afzonderlijke elementen van de afbeelding suggereren van alles, maar zeggen niets, en van een vruchtbare versmelting is al helemaal geen sprake. Zo ook in de bundel zelf. Er zijn gedichten die het schrijven tot onderwerp hebben, gedichten over ruimtereizen en buitenaardse wezens, over televisie en over Groningen, er zijn vertalingen van Prévert en toespelingen op het boek Prediker. Maar wie zich na lezing van de bundel afvraagt wat de Man van Taal te vertellen heeft, moet vaststellen dat dat vrij weinig is.

Dient een dichter iets te melden te hebben? Dat ligt aan het type poëzie dat hij schrijft. Van door en door hermetische gedichten zal, mits de geboden taal voldoende pakkend en verrassend is, niemand zich afvragen waarover ze gaan. Ook zijn er dichters die het van hun performance moeten hebben. Mannen als Serge van Duijnhoven doen het bijvoorbeeld goed op een podium met veel duur speelgoed om zich heen, omdat de scratchende deejay en het flakkerend videoscreen de aandacht van de vaak machteloze woorden afleiden. Ten slotte kunnen geestigheid en gewiekste retorische trucs de lezer zo inpakken dat hij vergeet op de inhoud te letten.

Indien poëzie hermetisch noch geestig is en evenmin over een overrompelende akoestische techniek beschikt (of die nu in de gedichten zelf zit of elektronisch wordt toegevoegd), heeft de lezer recht op een interessant verhaal, treffende observaties of lucide inzichten. Waarom zou je anders een dichtbundel lezen?

Neem nu 'Een avond in de polder':

neem mij mee, riep ik

maar geen schip kwam voor mij

links & rechts werd men opgestraald,

maar geen schip kwam voor mij

de liefde werd bedreven met

struise dames op ongekende hoogtes,

maar geen schip kwam voor mij

gefaseerd, gemuteerd & verbouwe reerd

keerde men weer terug op aarde, met een

duidelijk waarneembare blijere blik in de ogen

maar geen schip kwam voor mij

Wat moet je over zo'n tekst zeggen? Dat het erg zielig voor de spreker is dat geen schip voor hem kwam? Dat de woorden 'gefaseerd' en 'gemuteerd' heel modern klinken? Dat het teken ' & ' typografisch grensverleggend is? En hoe zou een waarneembare blik eruitzien? Dat de Man van Taal nog wel wat grammatica-onderwijs kan gebruiken blijkt ook uit wendingen als 'met de wanhoop van/ zij die sterven gaan' en 'Hij is net als mij/ zei zij'.

Gelukkig bevat de bundel ook twee redelijk goede gedichten. In het ene zijn we getuige van een heroïsche bergingsoperatie, waarbij de uit de koers geraakte maan weer in de juiste baan wordt geslingerd:

de R15 & 28 van Smit-Tak

mochten de klus gaan klaren, mede

dankzij hun ruime staat van dienst,

ruwe bolsters tipten hun shaggies

leeg in de eindeloze ruimte waar-

doorheen de schepen zich een baan stampten

De door de BBC in een bekroonde reportage geregistreerde berging is nog niet voltooid, of:

de president van een grote firma gaf

zijn secretaresse een schouderklopje en zei:

je ziet er mooi uit Suzy, wist je dat?

Het aardige van deze tekst schuilt in de gedachte dat wetenschap en techniek de mens weliswaar in staat stellen de natuur aan zich te onderwerpen en nieuwe werelden te betreden, maar dat ons gedrag ondertussen geen spat verandert: ook bergers op ruimteschepen roken zware shag, ook in het jaar 2100 zullen directeuren nog secretaresses in hun billen knijpen.

Het andere goede gedicht beschrijft het moment waarop vijf Groningse fabrieksschoorstenen worden opgeblazen.

Ook in de laatste bundel van Gerrit Krol, Vijf vingers van dezelfde hand, werd de val van de pijpen al bezongen. Bij Van Gogh wordt de sloop aanschouwd door zes burgerlijke mannetjes, die er elk hun eigen associatie bij hebben: 'Mulders blik vernauwde zich,/ De Vries moest huiveren, zomaar koud,/ De Boer verschrompelde, zomaar oud'. Doordat de dichter de heren met name noemt, worden ze meteen goede kennissen. Door hun ogen ervaren we het ineenzakken van de fallische pijpen als een dramatisch, mythisch gebeuren:

Hartema dacht aan de eerste keer,

Diepenringh was nergens meer

we zullen, we zullen: trek de dekens op,

de hemel in, het is nog niet voorbij

Jammer dat de rest van de bundel zo vervelend is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden