De man die popmuziek van een hartslag voorzag

De zogenoemde backbeat (een vierkwartsmaat met drumbeat op de tweede en vierde tel) is de basis van de rock ’n’ roll....

Na in de Tweede Wereldoorlog als militair te hebben gediend in Europa (niet als ‘combat man’ maar bij munitiebeheer), werd Earl Palmer sessiedrummer in zijn geboortestad New Orleans. Zijn backbeat is al te horen in The Fat Man van Fats Domino (1949). Hij speelde in vrijwel alle Domino-hits en werd ook ingehuurd voor de single waarmee Little Richard zou doorbreken: Tutti Frutti (1955).

‘Earl Palmer is waarschijnlijk de beste sessiedrummer aller tijden’, meende Little Richard. Ook met hem nam Palmer nog veel meer legendarische hits op.

In 1957 verhuisde Palmer naar Los Angeles. Ook daar werd hij één van de meest gewilde sessiedrummers. Hij is te horen in River Deep, Mountain High van Ike & Tina Turner en in La Bamba van Ritchie Valens. Hij drumde op platen van Frank Sinatra, Sam Cooke, Ray Charles en Eddy Cochran, maar draaide zijn hand ook niet om voor pure sixtiespop van The Monkees of The Mamas & The Papas, een jazzsessie met Dizzy Gillespie of Count Basie, of een bluesplaat met B.B. King. Film- en tv-studio’s wisten Palmer te vinden. Eén van de beroemdste door hem gedrumde liedjes, is de titelsong van The Flintstones.

Ruim vijftig jaar lang bleven artiesten aankloppen bij de man die de popmuziek een hartslag gaf: Neil Young, Tom Waits, Bonnie Raitt, Elvis Costello. David Lowery van rockband Cracker liet in 1996 een song horen en vroeg aan Palmer of hij de drumpartij aandurfde. ‘Man, ik heb die shit uitgevonden!’, schaterde Palmer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden