De man die niet genezen wilde worden

Wat is werkelijk belangrijk in het leven? Het lijkt de vraag van een predikant, maar hij wordt gesteld door een medisch antropoloog, Arthur Kleinman, in een studie over menselijk lijden en onzekerheid....

Kleinman is al 25 jaar de invloedrijkste wetenschapper in de medische antropologie. Hij is arts, psychiater, antropoloog en sinoloog, verbonden aan de Universiteit van Harvard. Zijn wetenschappelijke aandacht vertoont een gestage verschuiving van het medische naar bredere vragen over cultuur, menselijkheid en moraliteit. Die verschuiving heeft te maken met zijn ervaringen als psychiater. Aanvankelijk behandelt hij mensen die zich bij hem melden wegens psychische en emotionele klachten met professionele middelen zoals pillen en stereotiepe adviezen. Jaren later, terugkijkend op deze werkwijzen, bekruipt hem een gevoel van ongemak en spijt: het ging deze mensen om iets anders; hij heeft ze niet begrepen.

In zijn publicaties gaat hij woorden als ‘ziekte’ en ‘gezondheid’ steeds minder gebruiken. Een nieuwe term verschijnt: lijden. Wat mensen kapot maakt is niet een probleem dat eenvoudig gelokaliseerd kan worden in het medische domein. Er is veel meer aan de hand: verdriet, teleurstelling, mislukking van een carrière, een verloren partner, kind of vriend, eenzaamheid, wroeging, existentiële angst. Het ‘medische’ blijkt een te beperkte visie op wat mensen overkomt als hun ‘gezondheid’ keldert.

Maar er is ook een andere ervaring die Kleinman bezighoudt in zijn praktijk als psychiater. Tijdens periodes van crisis kunnen mensen boven zichzelf uitstijgen. Lijden brengt soms verborgen krachten naar boven en geeft hun diepere inzichten in waar het eigenlijk om gaat. Plotseling kunnen zij met grotere zekerheid onderscheid maken tussen bijzaken en hoofdzaken.

In What Really Matters presenteert Kleinman de (lijdens)verhalen van negen mensen en voegt daar zijn eigen commentaar aan toe. Zeven van hen zijn mensen die hij tijdens zijn werk als psychiater heeft leren kennen, of ooit heeft ontmoet, één is W.H.R. Rivers, de bekende antropoloog en psychiater die tijdens de Eerste Wereldoorlog soldaten met ‘shell shock’ behandelde en voor Kleinman een grote inspiratie is. Het laatste – minst ‘dramatische’ – personage van zijn boek is Kleinman zelf.

Het eerste verhaal is waarschijnlijk het aangrijpendst: een man die tijdens de laatste wereldoorlog anderen heeft gedood (vermoord?) en nu achtervolgd wordt door zijn slachtoffers. Hij beschuldigt zichzelf en weigert hulp en begrip van degenen die hem trachten vrij te spreken: het was immers oorlog en wie niet doodde werd gedood. Een van zijn slachtoffers was een militaire arts die een gewonde soldaat verzorgde. ‘I destroyed what I was raised to value. How can I face myself?’

Kleinman geeft hem antidepressiva en de familie van de man dankt hem: hun vader/echtgenoot maakt het nu beter. Maar Kleinman wordt nu op zijn beurt achtervolgd: wat heeft hij eigenlijk gedaan? Terugdenkend aan deze man beseft hij dat hij hem misschien een slechte dienst heeft bewezen. De man wilde niet genezen worden. Hij wilde Kleinman laten voelen wat hij voelde en dat ervoor zijn ‘probleem’ geen oplossing was. Een oplossing, een ‘genezing’ zou een ontkenning betekenen van de gruwelijkheid van deze episode in zijn leven.

De titel van het boek dringt zich bij de lezer op: waar gaat het dan om in het leven van deze oorlogsveteraan? Kleinman neemt zijn toevlucht tot filosofische zinnen en heeft het over het onder ogen zien van de gruwelijke realiteit en over de morele moed die dit vergt. Hij besluit dat er hoop schuilt in de weigering om spijt en wroeging op te geven. Het is juist die hoop die het leven van mensen waardevol maakt, hoe tragisch en triest dat ook is.

De verhalen die volgen gaan onder meer over een vrouw die zich inzet voor vluchtelingen van geweld in Afrika, een Chinese arts die Mao’s culturele revolutie overleeft, maar wiens leven grotendeels vernietigd is, een dominee die met zichzelf en zijn seksuele verlangens overhoop ligt, een kunstenares die uit een diepe crisis omhoog klautert maar dan ontdekt dat zij aids heeft.

Steeds opnieuw wordt de vraag gesteld: what matters really? Maar Kleinman is geen predikant die het juiste antwoord weet. Waar het werkelijk om gaat, verschilt van persoon tot persoon. Het kan een gezin zijn, of gezondheid, of sociale erkenning, of iets religieus, of geld. In die grote verscheidenheid van ‘hoofdzaken’ is echter één constante: mensen kunnen het verlies van zo’n hoofdzaak tot winst omzetten, de bakens radicaal verzetten. En die daad van heroriëntatie maakt hen tot ‘meer mens’.

Voor degenen die lijden, aan zichzelf of aan een ander, biedt dit boek troost ondanks – of dankzij – de afwezigheid van recepten voor een gelukkiger leven. Voor antropologen die zich werkelijk willen verplaatsen in de ervaringen van anderen is het een waarschuwing: het einde is zoek.

Sjaak van der Geest

Arthur Kleinman: What Really Matters – Living a Moral Life Amidst Uncertainty and DangerOxford University Press, import Nilsson & Lamm260 pagina’seuro 29,50ISBN 01 9518 098 4Oxford University Press, import Nilsson & Lamm260 pagina’seuro 29,50ISBN 01 9518 098 4

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden