De man die altijd gelijk had

Zijn vertrek bij Elsevier zou tienduizend abonnees kosten. Dus mocht hij blijven. De colomnist die de neiging heeft persoonlijk te worden met wie hij het niet eens is....

SOMS WINDT Nic van Rossum zich écht op. Is zijn chagrijn geen pose, maar diepe ernst. Als Hans van Mierlo, 'de getaande aartsvader' van D66, in het toch zo beschaafde opinieweekblad Elsevier 'een sikkeneurige ouwe zeur' wordt genoemd die op zijn laatste benen loopt, kan het niet anders of de columnist heeft zich weer eens danig opgewonden. 'Nee, ik maak geen vrienden zo', erkent Van Rossum. 'Maar moet dat dan?'

Zijn kwaadheid en zwartgalligheid ('Ik heb niet zo'n hoge pet op van het menselijk ras') maken Van Rossum tot een veel gelezen columnist. Mét stevige, zij het soms wat populair geformuleerde meningen (Pronk en Netelenbos 'liegen dat ze scheel zien'). Bij Van Rossum weet de Elsevier-abonnee meestal waar hij aan toe is. Vóór de vrije markt, tegen alles wat voos is: incompetente ministers, sjoemelende boeren, corrupte ambtenaren, uitgewezen maar niet vertrokken asielzoekers.

De columns van Van Rossum - wiens pensionering naderbij sluipt - lijken soms het laatste bastion van onversneden rechtse law and order-borreltafelmeningen, maar de auteur vindt die typering te simplistisch. Want hij voert óók een niet aflatende campagne tegen de Betuwelijn ('de duurste miskleun ooit'), hand in hand met de lobby van dassenburchten beschermende milieu-activisten. En ook spreekt Van Rossum zich uit vóór het aanpakken van de aftrekbaarheid van hypotheekrente, evenmin een herkenbaar rechts standpunt.

'Die links-rechts-discussie vind ik ontzettend vervelend', zegt Van Rossum. 'Ik kan daar niks mee. Ik ben liberaal, of eigenlijk libertijn. Schrijf vanuit de individuele vrijheid van de mens, en vanuit de vrijheid van de markt. En ik heb nu eenmaal de neiging om persoonlijk te worden tegen mensen die het daar niet mee eens zijn. Dat is een naar karaktertrekje van me - maar het is ook de aantrekkelijkheid van de column. Want het is deels entertainment, hoor.'

Dus noemt Van Rossum oud-minister Hanja Maij-Weggen onbekommerd 'die trut', en acht hij oud-premier Ruud Lubbers 'een roomse gluiperd' ('Hè, nou laat ik me weer gaan - maar Lubbers is echt achterbaks'). Hij steekt zijn columns vol feiten, om zich te onderscheiden van 'het semi-literaire gebabbel dat louter entertainment is', maar zijn scherpe toon is even onmisbaar. 'Als ik het keurig had opgeschreven, zonder die agressie, had het voortgekabbeld met alle andere columns over de poes van de buren. Dit is wat mensen willen. Ze maken zich óók boos. Herkennen het.'

Zijn ergernis is pose, maar niet altijd. De aanval op Van Mierlo, na de kabinetscrisis volgend op De Nacht van Wiegel, was wel degelijk persoonlijk, en gemeend. En des te pijnlijker omdat Van Rossum bekende ooit een aanhanger te zijn geweest van de D66-leider, en zelfs geregeld een glas whisky met hem dronk. Diezelfde Van Mierlo was nu onder veel meer 'een afgebrande, rancuneuze ouwe zak, die niet tegen zijn verlies kan.'

Van Rossum: 'Ik had er, dacht ik, een leuke vorm voor gevonden. Maar wat blijft hangen, is toch dat woord. Dat zegt Hendrik-Jan (Schoo, hoofdredacteur van Elsevier, red) ook altijd. Dat zoiets contraproductief is. Dat ben ik niet met hem eens. En ik meende het echt. Ik was kwaad. Dat Van Mierlo zijn eigen kiezers wegzette als nitwits, die nauwelijks wisten waar het over ging. Het kost moeite om hem zo aan te vallen, maar dat moet dan maar.'

Ook bij Jan Pronk (vooral als ex-minister van Ontwikkelingssamenwerking) gaat het de columnist niet alléén om de zaak. 'Ik heb een hekel aan die man. Dat mondje. Die stem. Zijn absolute gelijk. Elke vorm van kritiek voelt hij als een aanslag op zijn intelligentie. Ik ben niet tegen ontwikkelingshulp, integendeel, maar het is een druppel op een gloeiende plaat. Alsof je in de haven van Alexandrië een kwartje overboord gooit en daar die bruine jongetjes naar laat duiken.'

Uit zijn columns doemt geen vrolijk wereldbeeld op, erkent Van Rossum. Ooit heeft Den Uyl als premier 'het land met de beste bedoelingen naar de sodemieter geholpen', en sindsdien wil het maar niet goed komen, een enkele opleving (Wijers, Vermeend) daargelaten. Van Rossum: 'Ik lijd er niet onder, hoor. Ik vind dat ik op die dingen moet wijzen. Je kunt het week in week uit opschrijven zonder dat er een mens van wakker ligt. Maar als je het een keer opschrijft zoals ik het doe, wordt er over gesproken.'

Van Rossum is altijd al een man van kruidige meningen geweest. Al toen hij na een cursus journalistiek bij de paters voor de Tijd/Maasbode schreef. En niet minder toen hij achttien jaar lang hoofdredacteur ('een klerebaan') was van Elseviers Weekblad, tot aan de fusie met het magazine Elsevier. 'De enige reden waarom ze mij toen in dienst hebben gehouden, na alles wat ik over hoofdredacteur Ferry Hoogendijk had gezegd, was dat ze mijn column wilden houden. Ook hoofdredacteuren die het niet met de inhoud eens waren, hoefden maar even met de uitgever te gaan praten. Die weet hoe het zit. Als je die column weghaalt, kost dat tienduizend abonnees.'

Van Rossum, al meer dan veertig jaar journalist, had met vut kunnen gaan, maar heeft die kans laten lopen. Werken was te leuk. Inmiddels heeft hij echter een huisje in Frankrijk gekocht, en overweegt hij de laatste anderhalf jaar tot aan zijn pensionering per april 2001 'wat af te bouwen'. Zijn columns vanuit Frankrijk schrijven misschien. 'Daar kan ik de kranten lezen, en me documenteren, maar wat ik ga missen, zijn de achtergrondgesprekken. Met mensen die dat absoluut niet willen weten. Tot in de hoogste kringen. Politici vergeten snel. Ik maak ze helemaal af, en een half jaar later zit ik weer bij ze op de koffie.

Hoe Van Rossum zou willen dat men zich hem herinnert ná zijn vertrek bij Elsevier? Nou vooruit, dan toch maar als de man die altijd gelijk had, zij het achteraf. 'Ik heb nogal wat voorspellingen gedaan die bleken te kloppen. Moeilijk is dat niet, als je het verleden een beetje kent. Je ziet bij nieuwe wetten en politieke voornemens soms dat het gewoon niet kan. Een voorbeeld? Ik heb voorspeld dat het nooit zal lukken om het aantal varkens terug te dringen, dat lukt niet, de rechter geeft die boeren gewoon gelijk. Al nemen ze tien wetten aan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden