RecensieLa Plaza

De makers van La Plaza willen zo graag somberen over de mensheid dat ze cruciale dramawetten vergeten ★★☆☆☆

De sacrale sfeer bij het beginbeeld van de voorstelling leidt nog even tot ontroering.

La Plaza van het Spaanse gezelschap El Conde de Torrefiel.Beeld Gianluca Di Ioia

Het is misschien wel het mooiste openingsbeeld van dit seizoen. Donkere zaal, het doek gaat op en even stokt de adem. Over de hele breedte van het toneel ontvouwt zich een flonkerend tapijt van lichtjes en bloemen, een immens bermmonument, een beeldschone, buitensporige herdenkplaats. Het is een betoverend gezicht, dat direct dwingt tot contemplatie: wie of wat wordt hier herdacht? Wat zijn we verloren?

Het Spaanse duo Tanya Beyeler en Pablo Gisbert, samen gezelschap El Conde de Torrefiel, neemt in de voorstelling La Plaza ruim de tijd dat aan ons uit te leggen, het nog eens te herhalen en opnieuw te onderstrepen, in een weinig verrassende, misantropische exercitie.

Eerst vragen ze veel geduld van het publiek door het lang bij dit beeld te houden. Er verschijnt een tekst op het achterdoek met een prikkelende premisse: we kijken naar een voorstelling die nu al 364 dagen duurt, en in 365 steden tegelijk wordt opgevoerd. Die suggestie weet aanvankelijk een wonderlijk gevoel van verbondenheid te wekken. De sacrale sfeer, het staren naar de kaarsjes, het idee dat we dat doen met duizenden tegelijk – het leidt even tot ontroering.

Tot een andere toeschouwer schreeuwt: ‘Boe! Komt er nog wat? Oplichters!’ Hij krijgt zijn zin, er komt een vervolg, maar hierin lijken Beyeler en Gisbert het spoor langzaam bijster te raken.

De geprojecteerde tekst, waarin de toeschouwer consequent met ‘je’ wordt aangesproken, kondigt het einde van de voorstelling aan. Dan volgen zinnen in de trant van: ‘Je verlaat de zaal. Je besluit nog even de stad in te gaan.’ Nu zien we een hel verlicht stadsplein, waar een groepje mensen samenkomt. Een dakloze, een schuifelende bejaarde, een paar gehoofddoekte moslima’s. De acteurs dragen nylon maskers die hun een vreemde anonimiteit en uniformiteit verschaffen. De unheimische sfeer wordt versterkt door de cynische tekst.

De ‘je’ – wij dus, die zich net nog zo verbonden hadden gevoeld met iedereen – verschanst zich in dit deel weer in zijn eigen bubbel. (‘Je doet je oortjes in. Je kiest een recente playlist van Spotify.’) De verbondenheid van de kunstbeleving verdampt in alledaagse banaliteit. De tekst orakelt over een inktzwarte toekomst, waarin multinationals landen bestieren (‘Amazon-USA’, ‘Heineken-Nederland’), en predikt nu nog louter een zwartgallig wereldbeeld. Op toneel zien we tableaux vivants van het moderne stadsleven, terwijl de tekst rept van xenofobie, egoïsme en decadentie. Deze ‘je’ (wij?) is een oppervlakkige, zelfzuchtige, onthechte persoon. Wat zijn we verloren? Helder: een gevoel van gemeenschap; betrokkenheid, solidariteit. Maar dat is een banale constatering. En net zo vaak waar als onwaar.

Interessanter dan dat wordt het niet. Beyeler en Gisbert willen zo graag somberen over de mensheid, dat ze cruciale dramawetten vergeten. Het belang van contrast bijvoorbeeld, van lucht en humor, variatie, nuance en raffinement. Met als gevolg een fraai vormgegeven voorstelling die uiteindelijk enkel verveelt.

La Plaza

Theater

★★☆☆☆

Door El Conde de Torrefiel.

4/2, ITA Amsterdam, daar nog 5/2. Festival Brandhaarden, t/m 8/2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden