De magie van grimeur Arjen van der Grijn: van Koot en Bie tot Jiskefet

'Plotseling klopt het. Vraag me niet waarom. Het gebeurt. Dat is de magie van dit vak'

Arjen van der Grijn creëerde in zijn vijftig jaar als grimeur de looks van talloze iconische typetjes, voor bijvoorbeeld Koot en Bie en Jiskefet. Waarin schuilt de magie?

Vanaf links: Kees van Kooten, Arjen van der Grijn, geluidsman Roel Bazen, cameraman Marc Felperlaan en Wim de Bie.

Floris - zelfs bij de opnamen van de legendarische ridderserie in 1968 was grimeur Arjen van der Grijn (67) er al bij. 'Als jongste bediende, maar toch. Het was mijn eerste grote tv-productie en de opnamen duurden negen maanden. In de winter bevroor alles in kasteel Doornenburg. Met heteluchtkanonnen moesten de tubes schmink worden ontdooid.'

Wat de herinnering vooral waardevol maakt: 'Daar heb ik het vak geleerd.'

Zijn loopbaan omspant een halve eeuw. Van der Grijn werkte mee aan meer dan duizend producties voor theater, film, televisie en reclame. Het werk van de meestergrimeur wordt uitbundig geëerd in een boek dat zondag verschijnt bij de Friese uitgeverij Louise, Grijngrime - 50 jaar grimeur Arjen van der Grijn.

De twee kroonjuwelen zijn de reeks programma's met Kees van Kooten en Wim de Bie vanaf eind jaren zestig tot midden jaren negentig, en Jiskefet (1990-2005). Als grimeur was Van der Grijn niet op alle plekken waar de afgelopen halve eeuw Nederlandse televisiegeschiedenis werd geschreven, maar veel scheelt het niet.

Onder zijn handen kwamen legendarische tv-typetjes als de Vieze Man, Walter de Rochebrune, Cor van der Laak, Oboema, Jos, Edgar, Storm en Juffrouw Jannie tot leven. Zijn werkveld strekt zich uit van Hamelen tot de Willem Ruis Show en van De Stratemakeropzeeshow tot Het Klokhuis; van Toon Hermans tot de 'man van de Duyvis' (Gerard Cox) en Rijk de Gooijer in de Reaal-reclame ('Foutje, bedankt').

Niet gek voor een jongeman die ervan droomde om te werken met acteurs ('Want zelf acteren kon ik helaas niet') en op 17-jarige leeftijd wegtrok uit de Alblasserwaard. 'De jaren zestig hè. Ik stond te springen man.'

In Amsterdam vond hij een vaste betrekking bij de beroemde toneelkapper en grimeur Herman Michels en kreeg hij een andere voornaam. Arie werd Arjen, dat vond Michels beter klinken. Van der Grijn vond het best: 'Ik was waar ik wilde zijn.'

Evolutionair wondertje

Kees van Kooten in Grijngrime - 50 jaar grimeur Arjen van der Grijn: 'Wij zaten een kwart eeuw voor Arjen. Arjen stond 25 jaar lang achter ons en in de spiegel keken wij elkander aan. Als jezelf gaan zitten en samen met Arjen een compleet ander mens worden - dat was een evolutionair wondertje (...). Ik heb het nu over de mooiste en spannendste uren van onze samenwerking: de geboorte van een nieuw type.'

Tot zijn eigen verbazing bleek hij talent voor het vak te hebben. 'Ik wist veel van toneel en mijn ouders waren amateurtoneelspelers, maar pas bij Michels ontdekte ik mijn creativiteit. Daar had ik tijdens de lessen handenarbeid op school niks van gemerkt.'

Op een dag brachten Kees van Kooten en Wim de Bie een bezoek aan de firma. Voor een typetje hadden ze een snor nodig.

'Op goed geluk gingen we naar Michels', schreef Van Kooten onlangs in de Varagids. 'Daar stond een blond jongetje van een jaar of 17, die zei: ik heb wel een mooie snor liggen. Het was een kien ventje en we moesten erg met hem lachen.'

Maar het was vooral zijn talent waar het duo voor viel. Van Kooten in het boek Grijngrime: 'Wij gingen blanco zitten als onszelf en stonden een half uur later op als een ander. Een groter geluk bestond er niet.'

Van der Grijn noemt het 'de magische momenten voor de spiegel.' Hij had er talloze, de afgelopen halve eeuw. 'Plotseling klopt het. Vraag me niet waarom. Het gebeurt. Dat is de magie van dit vak.'

Hij woont inmiddels al achttien jaar in Friesland, in Grou. Van der Grijn is nog steeds actief, onder meer voor Het Klokhuis en de historische comedy's Welkom in... van de NTR.

'Stoppen? Ik moet er niet aan denken. Ik kan het fysiek nog aan en ik word nog steeds gevraagd. Ooit heb ik toevallig een kunstje geleerd en dat kan ik nog steeds goed.'

Grijngrime - 50 jaar grimeur Arjen van der Grijn - Ben Rebel, Luc Runderkamp en Marianne de Rijke
Uitgeverij Louise, 232 pagina's, € 24,50.


De leraar Duits in Van Kooten & De Bie

'Kees en Wim waren fantastische acteurs, laten we dat niet vergeten. Als grimeur ben je een vlag op een modderschuit als de acteurs niet goed zijn. Wim de Bie wás Otto den Beste. Als je hem zag, met die muts en dat baardje en die tas, Goethe citerend, dan wist je: dat is de Duitse leraar.

'Over dat baardje moest ik even nadenken. Wim is heel beweeglijk, hij spuugt ook als hij praat. Dus dat baardje heeft de neiging los te springen. Daarom koos ik niet voor een geheel, maar voor losse strengetjes die ik één voor één op zijn kin heb geplakt.

Wim deed de opname altijd in één keer, hij kon niet worden onderbroken omdat zijn baard los zat.

'Mijn arsenaal zit in mijn hoofd. Ik kijk heel goed naar mensen. Op school had ik zelf zo'n leraar Duits. Hij zat pijp te roken voor de klas en hij had zo'n sikkie. Plotseling zag ik hem weer voor me. We doen een baardje, dacht ik, en het klopte meteen.

'De bril van de Duitse leraar hebben we met z'n allen uitgezocht. We hadden allemaal een verzameling brillen. De verzameling van Kees is een paar jaar geleden zoek geraakt. Een ramp! Daar zaten bijvoorbeeld de brillen bij van de gebroeders Temmes. Ik heb hier gelukkig nog wel de pruiken en snorren liggen.'


Minister van Aardenne in Van Kooten & De Bie

'Kees van Kooten en Wim de Bie kende ik van de radio. Toen ik ze eenmaal had ontmoet en een snorretje had opgeplakt, hebben we elkaar nooit meer losgelaten. Ik heb aan die jongens veel te danken.

'Wij waren de pioniers. Koot en Bie gingen de straat op, als typetjes, dat was nog nooit vertoond. Het was humoristisch, maar ook realistisch. Ze lieten de kijkers met andere ogen naar de wereld kijken, via de typetjes. Maar die moesten wel geloofwaardig zijn. Het waren mensen die je op de hoek van de straat tegen kon komen. Cor van der Laak was zo goed omdat hij niet Kees van Kooten was, maar Cor van der Laak, het kritische Avro-lid.

'Hier zit Kees op de kappersstoel, als minister Van Aardenne. Wim is de nekkenbeffer, zeg maar, de man die het haar uit de nek van Van Aardenne beft. Voor het hoofd van Van Aardenne ben ik begonnen met een kaalkop. Het is een soort condoom dat je over het hoofd trekt. Ik had geen goeie pruik. Het is technisch echt verboden, maar ik heb de kaalkop opengeknipt. Door de scheur heb ik voorzichtig wat haar van Kees gepakt, net zo lang tot ik het kapsel van Van Aardenne had. Ziet er fantastisch uit, toch? Het is zó leuk om dit soort dingen te bedenken.'


De dierenwinkel in Jiskefet

'Jiskefet was fantastisch. 18 jaar heb ik die koppen gedaan en ik heb eeuwige vriendschap gesloten met Herman Koch, Kees Prins en Michiel Romeyn.

'Vanaf het moment dat ze me vroegen werkte ik zeven dagen per week; vier voor Kees en Wim, drie voor Jiskefet. Daar voelde ik hetzelfde als bij Koot & Bie: we begrepen elkaar altijd onmiddellijk.

'Herman was de winkelier, Michiel de vaste klant. Zijn hoofd is min of meer gemodelleerd naar zijn vader, dat was onze grap. Zijn vader kwam vaak kijken bij de opnamen.

'Herman moest wat zonderling en zweterig zijn. Viezig. Ik heb een gebitje laten maken. Nee, dat doe ik niet zelf. De toupet heb ik wel zelf gemaakt. Door dat gebitje en die scheve mond praat hij ook anders. Lachen toch?

'Ik maak ook zelf de pruiken. Van Michels moest ik destijds eerst een kappersopleiding volgen, pas daarna mocht ik voor hem werken. Pruiken kun je omkappen, maar ik wil even duidelijk stellen dat ik de pruiken voor Koot & Bie nooit gebruikt heb voor Jiskefet. Dat kan niet, dat zou roof zijn.'


De ijskoppen in de hel van '63

'Er is voor De Hel van '63 drie maanden gedraaid, in Finland en Litouwen. Er moest voortdurend ijs op die gezichten zitten en een week later moest het er precies hetzelfde uit zien. Verzin het maar, zei regisseur Steven de Jong. Hartstikke leuk natuurlijk.

'Ik ben begonnen met doorzichtige matjes van silicone, ze lijken op ijs. Ik moest ijskorrels in allerlei gradaties hebben. En die moest ik op dezelfde plaats op het gezicht kunnen leggen. Bij de Blokker kocht ik een koffiemolen met vier standen. Het eerste matje heb ik vermalen tot stuifsneeuw. Zo maakte ik vier soorten korrels.

'Voor het grove werk kocht ik hele goeie nepsneeuw. 's Ochtends spoot ik de kleding in met lijm. Daarna de sneeuw eroverheen. Dit soort ontdekkingen geven mij enorm veel voldoening.'


De holbewoner in Het Klokhuis

'Typetjes in Het Klokhuis moeten het niet van de subtiliteiten hebben. Dat is ook wel weer eens leuk om te doen. Daarom ben ik ook al die verschillende disciplines blijven doen. Tv, maar ook film, theater, opera en fotografie.

'Met een pruik en een snor wordt iemands uitstraling meteen totaal anders. De viezigheid en de schaafwonden zijn aangebracht met ouderwetse schmink. Het zijn zijn eigen tanden. Daar bestaat tandenlak voor, dat is zo'n trucje.

'De combinatie grimeur/pruikenmaker komt vaker voor. Zo heb ik het vak destijds bij Michels geleerd. De oude grimeurs kunnen het allemaal zelf. De pruiken zijn van mensenhaar, dat kan niet anders. Je ziet het verschil tussen nep en echt haar onmiddellijk.

'Als ik de pruik heb gewassen kam ik hem in model. Drogen in een oventje, klaar. De pruik gaat kant en klaar de auto in. Ik moet hem zorgvuldig inpakken, anders gaat onderweg het kapsel naar de klote. Hier in het schuurtje heb ik mijn pruiken opgeslagen. Het zijn er honderden, ze nemen weinig ruimte in.'


De baard van Sinterklaas

'Ik heb Sinterklaas een nieuwe dimensie proberen te geven. Niks ten nadele van de oude Sinterklazen, ze zagen er altijd fantastisch uit, maar Adrie van Oorschot en Bram van der Vlugt waren op een bepaalde manier gestyled. Het hoofd van Sinterklaas was iets te gebeiteld, iets te strak.

'Toen we een nieuwe Sinterklaas kregen, Stefan de Walle, vond ik dat het tijd was dat het hoofd van Sinterklaas iets losser werd. Die baard was me te stijf, die mocht best een keer lekker omhoog waaien. De baard moest ook breder worden, want Stefan heeft een lang en smal gezicht.

'Van achteren heb ik de pruik iets langer door laten lopen, dat hielp ook. Snor erbij, klaar. Het gevolg is dat het hoofd leeft. Dat is precies wat ik nastreef. Al mijn hoofden moeten leven.'