Beeldende kunst

De machinestillevens van Konrad Klapheck tonen allesbehalve levenloze instrumenten ★★★★☆

Loop wat langer door het Gorsselse museum en je krijgt het gevoel constant te worden nagekeken.

Athletisches Selbstbildnis (1958) van Konrad Klapheck. Beeld Nicolas Lieber
Athletisches Selbstbildnis (1958) van Konrad Klapheck.Beeld Nicolas Lieber

Een krankzinnige kunstenaar, dat is toch de eerste gedachte in Museum More. Wie verzint het nu om zijn hele leven naaimachines, telefoonhoorns, type- en rekenmachines, strijkijzers, waterkokers, tractoren en fietsen te schilderen? En dan niet in miniatuurvorm, maar op megaformaat, soms wel 4 tot 5 vierkante meter groot. En minutieus uitgevoerd, alsof de schilder elke machine ook daadwerkelijk schroefje voor schroefje in elkaar heeft gezet.

Konrad Klapheck luidt de prachtige naam van de in 1935 in Düsseldorf geboren schilder. Al vanaf het eerste jaar op de Staatliche Kunstakademie Düsseldorf, begin jaren vijftig, had hij zijn zinnen gezet om ‘machinestillevens’ te maken. Het liefst zo industrieel en huishoudelijk mogelijk, beginnend met een oude typemachine, een Continental 21 15 05, die hij drie weken voor zijn schildersezel liet poseren. Het was zijn ‘Geburtsstunde als Maler’, zou hij later zeggen.

Waarom zou je ze überhaupt schilderen, deze producten en apparaten waarmee Klaphecks vaderland zich zo uitzonderlijk zou ontwikkelen, getuige het wirtschaftswunder. Alsof hij, opgegroeid in de industriële wereld van Siemens, Singer, Miele en Braun, dit ‘economiewonder’ in olieverf heeft willen vereeuwigen. In sterk vereenvoudigde en gestileerde vormen, en vanuit kikkerperspectief zodat je tegen ze opkijkt, even imposant als bij de piramiden van Gizeh. Machines waarvoor Klapheck een monument wil oprichten.

Der Hausdrache (1964) van Konrad Klapheck. Beeld Horst Ziegenfusz
Der Hausdrache (1964) van Konrad Klapheck.Beeld Horst Ziegenfusz

In zijn tijdloosheid is Klapheck kunsthistorisch overigens niet eenduidig te plaatsen. De Nieuwe Zakelijkheid van de jaren twintig? Ja. Popart? Zeker. De ‘grote schilderkunst der Renaissance van Dürer en Holbein’? Ook. En niet te vergeten: ontregelend surrealistisch. Plus een flink portie outsiderkunst. Op zich geen vreemde mix als je bedenkt dat zijn ouders kunsthistorici waren en de kleine Konrad al vroeg met zijn neus tussen de handboeken moet hebben gezeten.

Bijzonder was wel zijn vriendschap met Joseph Beuys, André Breton, Yves Klein en de kunstenaars van de Zero-beweging. En dat hij onderdak vond bij Galerie Schmela in Düsseldorf, die bekendheid genoot als broedplaats voor avant-gardekunstenaars. Blijkbaar werden zijn naai- en typemachineschilderijen als uiterst vooruitstrevend gezien. Wellicht niet zo vreemd: hij kreeg de liefde voor vernieuwende kunst met de paplepel ingegeven door zijn moeder die tentoonstellingen met contemporaine kunst recenseerde. Anna Klapheck nam haar zoon mee naar Parijs waar hij op bezoek ging bij Max Ernst, met wie Konrads vader in de klas had gezeten.

Aan de andere kant was Klapheck een ouderwetse pietje-precies die op een ambachtelijke manier zijn gigantische schilderijen maakt, met een ‘eigen systeem van formele regels’, zoals de catalogus vermeldt. In het museum laten filmbeelden zien hoe de kalende schilder eerst het linnen op beide zijden meermaals van primer voorziet, daarna het doek op het spieraam vastzet, losmaakt en weer vastzet (en zo nog een paar keer) en vervolgens met dunne penselen de verf aanbrengt, wegkrabt en opnieuw inkleurt. Het is een wonder dat de schilderijen onder zijn vingers worden voltooid.

De verstilde manier van werken komt overeen met het beeld dat hij op het canvas oproept. Een wereld van producten die voor de eeuwigheid zijn gemaakt en voor de eeuwigheid zijn vastgelegd. Dood spul dus?

Die Fragen der Sphinx (1984) van Konrad Klapheck. Beeld  Jean-Luc Lacroix
Die Fragen der Sphinx (1984) van Konrad Klapheck.Beeld Jean-Luc Lacroix

Niets is minder waar. Loop wat langer door het Gorsselse museum en je krijgt het gevoel constant te worden nagekeken. Dat de apparaten je met hun ogen volgen. Dat ze die bezield zijn, een persoonlijkheid hebben, als een vorm van animisme. Zelf dichtte Klapheck zijn naaimachines vrouwelijk eigenschappen toe, en de schrijfmachines mannelijke. Kan zijn, maar karakter bezitten ze wel degelijk.

In de ene zaal doet een naaimachine zich voor als een morrende bullebak en een rekenmachine als een sullige luilak, in een andere zaal presenteert een brandslang zich als een oproerkraaier en een setje rijglaarzen als twee boezemvriendinnen. Klapheck wist zeker dat hij ‘alle menselijke betrekkingen door machineobjecten kon uitdrukken’. Reden waarom hij de meeste machineschilderijen menselijke namen gaf: ‘Vermoeide helden’ voor vier beenstukken, ‘De terrorist’ voor een scheerapparaat, ‘De uitverkorene’ voor een telefoonhoorn.

Het mooiste voorbeeld van deze bezieling is de brede typemachine, geschilderd in 1958. Titel: ‘Atletisch zelfportret’. Niet de eerste karakterisering waaraan je moet denken bij deze wat stijve Duitser. Wel voer voor psychologen die een dieper inzicht in Klaphecks krankzinnige geest en ziel willen krijgen.

Opgegroeid in een ‘bildungsbürgerlich’ gezin ontwikkelde Konrad Klapheck zich na de Tweede Wereldoorlog naast schilder als jazzliefhebber en -criticus. Hij schreef als freelancer voor de Rheinische Post en Neue Ruhr Zeitung. In het kielzog van de band van Count Basie reisde hij eind jaren vijftig door heel Duitsland. Hij wilde zich niet vastleggen op een metier. Ook niet op een thematiek.

Zo keerde Klapheck zich eind jaren negentig (hij was inmiddels de 60 gepasseerd) tegen zijn eigen imago als machineschilder door zich op naakten te richten, in een huiselijke setting. Het zijn niet de meest overtuigende schilderijen. Wel erotisch. De scènes hebben iets van een oudemannenvoorkeur voor puber- en adolescentenseks. Geportretteerd in een machinale vormgeving gelijken de jongens en meisjes op zijn eerdere oeuvre van brandslangen en naaimachines, maar dan in een copulerende verstrengeling.

Konrad Klapheck – Venus Ex Machina

Beeldende kunst

★★★★☆

Museum More, Gorssel, t/m 26/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden