De maakbaarheid van de economie; ECHTPAAR LAFONTAINE HOUDT VAST AAN DE THEORIE VAN KEYNES

TEN HUIZE van Oskar Lafontaine en zijn vrouw Christa Müller moet het een saaie boel zijn. In tegenstelling tot de vele legendes volgens welke de voorzitter van de Duitse sociaal-democraten een tikkeltje onbetrouwbaar en een uitgesproken liefhebber van 'Wein, Weib und Gesang' is, wordt er bij de Lafontaines hoofdzakelijk gefilosofeerd...

WILLEM BEUSEKAMP

Vorige week verscheen Keine Angst vor der Globalisierung - Wohlstand und Arbeit fur alle ('Geen angst voor de mondialisering - Welvaart en werk voor iedereen'). Auteurs: Oskar Lafontaine en zijn derde echtgenote, Christa Müller.

Bij de SPD is het niet ongebruikelijk dat veel zaken door minstens twee personen tegelijk worden aangepakt. Maar dat een partijvoorzitter zijn vrouw zo nadrukkelijk inschakelt bij het zoeken naar antwoorden op de mondialisering van de economie is zelfs in Duitsland niet alledaags.

Lafontaine (54) is van huis uit chemicus. Müller (41) studeerde economie en is sinds enige jaren werkzaam bij de Friedrich Ebert-stichting, het wetenschappelijke bureau van de SPD. Gezamenlijk begeeft het echtpaar zich tot boven de wolken, gesymboliseerd door de kleurige omslag van het boek; een vanaf grote hoogte genomen foto van de horizon met op de voorgrond donkere wolken. Hun analyses zweven daar ergens tussenin.

Want met de harde realiteit heeft het gezamenlijke denkwerk weinig te maken, waardoor zich al snel de politiek actuele vraag opwerpt wat de nieuwe lijsttrekker van de partij, Gerhard Schröder, ermee aan moet. De zichzelf als 'moderne econoom' aanprijzende Schröder, die Helmut Kohl als bondskanselier wil opvolgen, is een man van snelle beslissingen, een politicus die met de staatskas onder de arm ingrijpt waar brand is uitgebroken. Economisch beleid indelen in 'links' of 'rechts' acht hij achterhaald.

Het echtpaar Lafontaine-Müller is nog niet zover en heeft de vertrouwde sociaal-democratische maakbaarheid van de samenleving weer tot norm verheven. Niet alleen Duitsland, maar heel de wereld is economisch 'maakbaar'. De twee schrijven het nog net niet, maar eigenlijk zou er een soort wereldparlement moeten komen, dat nauwkeurig regels vaststelt waaraan de mens, het economische dier, zich dient te houden.

Die regels worden redelijk helder en logisch beschreven. In een ideale samenleving, waar iedereen een betaalde baan heeft, een dak boven het hoofd en kan kopen wat hij wil, past het natuurlijk niet dat het grootkapitaal vrij spel heeft gekregen. Aan de hand van eenvoudige grafieken verduidelijken de Lafontaines de waanzin van de biljarden, die dagelijks over de aardkloot worden geschoven en die niets meer hebben te maken met financiering van reëel goederenverkeer.

Deze ongecontroleerde speculatieve handel, die een kleine groep ingewijden steeds rijker maakt ten koste van 'de gewone man' bedreigt de democratie en dient zo snel mogelijk aan banden te worden gelegd. Hoe ze dat voor elkaar willen krijgen, verklapt het duo niet. Wat een geluk, zo lezen we, dat de financiële markten in Duitsland vergeleken met de concurrentie in Engeland, de VS of Japan nog steeds aan strenge regels zijn gebonden. Overigens is dit een van de oorzaken dat er relatief weinig buitenlands kapitaal naar Duitsland komt, maar die conclusie past niet in de analyse uit Saarbrücken.

Een tweede regel zou het mondiaal geldende verbod op kinderarbeid, milieuvernieling en loondumping moeten zijn. Hetgeen ook door minder economisch onderlegde mensen zal worden toegejuicht, maar alweer de vraag oproept wie dat allemaal moet controleren en, vooral, wie in geval van overtreding de sancties mag opleggen. Ook Lafontaine weet hoe moeilijk het bijvoorbeeld is om alleen al in Duitsland de (verboden) export van gifgasinstallaties en ander bedreigend wapentuig tegen te gaan.

Dichter bij huis pleiten Lafontaine en Müller voor een rechtvaardiger fiscaal systeem. De huidige belastingheffing is ondoorzichtig en voor werknemers die geen gebruik kunnen maken van fiscale paradijzen, zelfs onrechtvaardig. In Duitsland wordt per saldo arbeid fiscaal veel zwaarder belast dan kapitaal. Een rigoureuze sanering van het belastingstelsel heeft echter alleen zin als in ieder geval de buurlanden meedoen.

Alweer bindende internationale afspraken dus met hier en daar als irriterende ondertoon dat 'de wereld aan het Duitse wezen moet genezen'.

Interessant is dat de regering van Helmut Kohl vorig jaar met de moed der wanhoop herhaaldelijk heeft geprobeerd het systeem te vereenvoudigen en de tarieven voor alle belastingbetalers omlaag te krijgen. Motief: het Duitse systeem kan nauwelijks nog concurreren met de elders in West-Europa gangbare praktijk. Onder aanvoering van Lafontaine blokkeerde de SPD in de Bondsraad echter uit tactische overwegingen elke wijziging, waardoor er zeker tot het einde van dit jaar niets gebeurt.

De regering had kort daarvoor de vermogensbelasting afgeschaft, een maatregel die in andere landen al veel eerder is genomen om kapitaalvlucht te ontmoedigen, maar die volgens Lafontaine onrechtvaardig is, omdat het de rijken rijker en armen armer maakt. Hij heeft daarom aangekondigd dat de vermogensbelasting weer wordt ingevoerd, zodra de SPD in Bonn aan de macht komt. Raadselachtig blijft hoe hij bijvoorbeeld de sociaal-democratische regering in Oostenrijk kan verplichten hetzelfde te doen.

En zo zijn er meer praktische problemen als het echtpaar het voor het zeggen zou krijgen. Lafontaine en Müller zijn namelijk voorstander van een actief overheidsbeleid tegen de werkloosheid; lees: gesubsideerde banen. Wat dat betreft, is het overigens moeilijk het huidige beleid te overtreffen. Niet voor niets wordt Helmut Kohl wegens de kunstmatige instandhouding van de scheepsbouw, vliegtuigindustrie, mijnbouw en bijna heel Oost-Duitsland de grootste sociaal-democraat van de wereld genoemd.

Lafontaine wil er een paar scheppen bovenop doen, omdat een beetje meer staatsschuld of een hoger financieringstekort volgens hem en zijn vrouw er economisch helemaal niet toe doen. De criteria voor de euro noemt hij daarom ook ridicuul.

Nadrukkelijk kiezen zij voor het Franse model, waarin de bestrijding van de werkloosheid door de centrale overheid een belangrijke plaats zou innemen. Dat was althans de verkiezingsbelofte van Jospin. Over eerste resultaten rept het boek niet.

Samengevat onderschrijft het echtpaar de theorieën van de Britse econoom Keynes, die hoge werkloosheid dacht te kunnen bestrijden met het stimuleren van de vraag. Indien de overheid zorgt voor voldoende koopkracht, ontstaat op den duur vanzelf volledige werkgelegenheid.

Dat mag in tijden van ernstige recessie en deflatie een probaat middel zijn, maar hoe Lafontaine en Müller dit middel willen toepassen in een verenigd Europa, waar een politiek onafhankelijke Europese centrale bank naar het model van de Bundesbank gaat waken over het monetaire beleid, blijft hun geheim.

Willem Beusekamp

Oskar Lafontaine & Christa Müller: Keine Angst vor der Globalisierung - Wohlstand und Arbeit für alle.

Dietz; 352 pagina's; ¿ 32,20.

ISBN 3 8012 0265 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden