REPORTAGE

De Lulu van William Kentridge

Als zanger ben je zo twee jaar bezig om de zanglijn van Alban Bergs Lulu onder de knie te krijgen. Het weerhoudt regisseurs er niet van deze beruchte opera op te voeren. Ook William Kentridge niet. Zijn bewerking is te zien op het Holland Festival.

William Kentridge heeft tijdelijk een atelier in De Nederlandse Opera, om Lulu voor te bereiden.Beeld Daniel Cohen

De jas moet weg. Met gefronste wenkbrauwen kijkt William Kentridge (1955) naar het provisorische decor. Daar werden Lulu en haar minnaar, de schilder, juist door haar echtgenoot betrapt terwijl ze zich in innige omhelzing bevonden. Drama, stampij, hartaanval, nu hangt de echtgenoot dood over een stoel. Morsdood? Mwah, meer halfdood. De kop hangend, de arm slap langs het lichaam, maar dat zie je niet omdat die vermaledijde jas in de weg ligt. Dus: exit jas, waarna de scène opnieuw wordt gepeeld. Tevreden valt de regisseur terug in z'n stoel.

Die Lulu is dé Lulu. Die van de vier (of waren het nu vijf?) dooie mannen; de verleidster, het onbeschreven blad. Geesteskind van fin-de-siècleschrijver Frank Wedekind, hoofdpersoon van Alban Bergs gelijknamige opera. Die opera, over een ex-prostituee die door moedwil dan wel misverstand de ene na de andere vent de dood in jaagt, is even berucht om haar illusieloze kijk op Europa in het interbellum, als om haar eisen aan de uitvoerende muzikanten.

Gratis: talkshow

Voor het Holland Festival organiseren columniste Simone van Saarloos en schrijfster Niña Weijers een speciale editie van hun Seksistische Talkshow. Het thema: afstand nemen. Te gast zijn, zoals altijd, alleen maar vrouwen. Dit keer: de Braziliaanse theatermaker Christiane Jatahy, die tijdens het Holland Festival optreedt met What if they went to Moscow?, en de Nederlandse fotografe Cigdem Yuksel. Mannen zijn welkom als publiek, dat dan weer wel.
12/6, 20.00 uur, Felix Meritis

Die eisen zijn hoog. Bergs twaalftoonstechniek, waarbij elke zanglijn in een andere toonrij staat en men constant tegen elkaar in buldert, kan een zanger wanhopig maken. Die heeft immers geen melodieën ter ondersteuning en moet immense tonale kloven overbruggen; en dan heeft hij zich ook nog te schikken naar Bergs Sprechgesang, een springerig parlando waarbij praten en zingen elkaar voortdurend afwisselen. Wil je dat als zanger onder de knie krijgen, dan ben je al snel een jaar verder, waarschijnlijk twee. Het weerhield regisseurs niet om Lulu op te blijven voeren.

Integendeel: sinds Berg zijn opera in 1935 onvoltooid achterliet, kent die een lange reeks uitvoeringen. Onvolgroeide opvoeringen, aanvankelijk. Opvoeringen bestaande uit twee aktes, vaak aangevuld door een concertant derde deel. Dit alles op laste van de weduwe Berg; pas toen die in 1977 overleed, werd de opera gecompleteerd. Beroemd is de opvoering twee jaar later in Opéra Garnier, controversieel is de recente, tamelijk hoerige en over de top versie van Olivier Py.

Kentridge

En nu is er dus het project van De Nationale Opera, onder begeleiding van het Concertgebouworkest. Met de Italiaan Fabio Luisi als dirigent. En onder regie van de in Zuid-Afrika gestationeerde beeldend kunstenaar, filmmaker en regisseur William Kentridge. Bekend van zijn politieke houtskooltekeningen en animaties. En nu, na De Neus, De Toverfluit en Il Ritorno d'Ulisse in patria, bezig aan zijn vierde operaregie en -vormgeving.

Het is een dikke twee weken voor de première en in de Stopera repeteert hij met zijn team. Steigers, een bed, een trap, een scherm waarop agressief neergekwaste figuren en gezichten worden geprojecteerd - dat is de ene kant van de zaal. Computerschermen, lampjes, de Zuid-Afrikaans visuele assistenten en co-regisseur én Kentridge in zijn trademarkoutfit van gesteven wit overhemd en zwarte broek zelf - dat is de andere kant.

Er heerst een bijzondere dynamiek; die van een groep mensen die elkaar nog niet zo lang kennen, maar die wel veel tijd met elkaar doorbrengen. Veel knuffels, veel gezwaai. Je stelt je dingen voor van zo'n gezelschap en het aardige is: ze zijn waar. De regisseur oogt knorrig. De assistent van de assistent van de regisseur heeft een assistent. Iemand met een sjaal en keelklachten, denk je, dat zou het plaatje compleet maken, en even later zie je een jonge zangeres met pijnlijke blik op haar hals wijzen. Twee maanden terug begon men met de groepsrepetities. Vandaag schaaft men aan de eerste scène van de eerste akte. Het stuk dus waarin Lulu en de schilder door haar echtgenoot worden overvallen. Terwijl ze op de bovenste treden van een ladder staan. Verstrengeld.

Voorstudie van William Kentridge voor de opera Lulu.Beeld .

'Machen Sie auf!', klinkt het vanuit het achtertoneel. 'Machen Sie auf!'

Even later neemt Kentridge de zanger die de bedrogen echtgenoot speelt terzijde. Het bonzen op de deur moet harder, zegt hij. Dramatischer.

Als de echtgenoot later opnieuw bonst, is het zo hard dat je denkt dat de hartaanval al is begonnen.

Synthetiserende rol

Kentridge's aanwijzingen zijn niet heel typerend. Hij is geen aanwezige regisseur. Meestentijds worden de zangers bijgestuurd door co-regisseur Luc de Wit. Hij is het die bariton Johan Reuter laat zien hoe een deur open te breken, hij is het die de sopraan Mojca Erdmann haar schichtige mimiek voorspeelt. Kentridge lijkt een andere rol te hebben, een meer synthetiserende. Zanger Werner Van Mechelen, die de dubbelrol van spreekstalmeester en atleet vertolkt: 'Sommige regisseurs hebben de neiging een rol heel fijn te boetseren; die gaan diep in op de regie. Kentridge heeft dat minder. Nadat hij de zangersregie in grote lijnen had uitgezet, concentreerde hij zich op de visuele kant. Hij blijft vooral een beeldend kunstenaar. Het gaat hem om het totale tableau.'

Waar dat tableau over gaat, daar wil de regisseur na enig aandringen best iets over zeggen. 'Lulu is een opera over obsessie. Voor mij draait het om mensen die zich het hoofd op hol laten brengen door onweerstaanbare verlangens. Met verlangens is het vreemd gesteld. Soms komen ze voort uit een invitatie; soms ook ontstaan ze uit onverschilligheid. Iemand is onverschillig over jou en de behoefte om die onverschilligheid te doorbreken, wordt een obsessie. Lulu is beide - ze is verleidster en onverschillig. Waar het om draait: de mannen. Zij zijn het die in deze opera de morele keuzes maken. Voor hen is Lulu een blanco canvas waarop ze verlangens projecteren. Ieder van hen - de schilder, Schön, Alwa - maakt van haar een andere vrouw. Dat gegeven, die neiging om je geliefde te construeren, heb ik willen visualiseren.'

Hoe dat er straks gaat uitzien, kun je je op grond van deze repetitie - en de repetitie een paar dagen later met grote projecties op het hoofdpodium - al aardig voorstellen. Centraal in die vormgeving staat de schilder; het is zijn verbeelding die het publiek te zien zal krijgen. En die verbeelding, die vol papieren maskers en ronddwarrelende schetsen zit, is niet sensueel. Eerder hoekig, expressief. Neurotisch ook, zoals stomme Duitse films uit de jaren dertig soms kunnen ogen. Denk: een collage van Kurt Schwitters of een kubistisch schilderij, een Schwitters die met enorme stukken plakband aan elkaar hangt, een kubistisch schilderij van 20 meter hoog.

Daarop geprojecteerd met een beamer: animaties en stilstaande beelden, houtsnede-achtig van vorm. Tijdens de monoloog van de spreekstalmeester ('Das wahre Tier, das wilde, schöne Tier, das - meine damen! - sehn Sie nuhr bei mir'): een knipogende tijger en een kronkelende slang. Wanneer de echtgenoot Lulu en de schilder betrapt: nerveus rondvliegende snippers. Het is grimmig, morsig en eigenzinnig. Een wereld die permanent op instorten lijkt te staan.

Voorstudie van William Kentridge voor de opera Lulu.Beeld .

Die vorm, zegt Kentridge, was z'n startpunt; daarvoor had hij verscheidene aanbiedingen van The Met, waarvoor hij ook Sjostakovitsj' De Neus regisseerde, om Lulu te doen, resoluut van de hand gewezen: 'Het leek me te lang en moeilijk; ik had geen idee wat ik aan moest met de muziek, met de visuele taal.' Een tentoonstelling van Duitse expressionisten in het Museum of Modern Art in New York deed hem van gedachten veranderen: 'Alle bekende namen hingen daar: Beckmann, Nolde, Dix, et cetera. Hun handschrift was bruut en gewelddadig, een vorm die in m'n hoofd samenkwam met Lulu.' Dat was vier jaar terug en onderweg gebeurde er iets merkwaardigs: de houtsneden werden inkttekeningen. Preciezer: inkttekeningen met een houtsnede-achtig karakter. 'Bij De Neus en de Toverfluit bestonden de projecties uit tekeningen in houtskool (het karakteristieke medium voor Kentridge's autonome werk, red.), hier werd dat bloederige inkt.' Wát hij ging tekenen, was aanvankelijk schetsmatig: 'Ik wist dat er portretten van mannen in zouden komen en tekeningen van naakte vrouwen; ook wilde ik koste wat kost voorkomen dat de werken eruit zagen als Egon Schieles of andere Weense schilderijen uit de tijd van Wedekind.' Of de tekeningen zich wel goed lieten gebruiken op het mammoetformaat van het operadecor, daarover maakte hij zich geen zorgen. 'We hebben onze manieren. In de studio in Johannesburg staat een tafel met een camera en een projector die zich richt op een model van de set. Daardoor krijg je direct een indruk van hoe de tekening oogt wanneer hij 20 meter hoog is.'

Waagstuk

Regisseur en co-regisseur beamen het: de combinatie animatie en real-life zang is een waagstuk. Dat geldt voor elke opera, moeilijk of niet. Gevaar is dat het publiek plaatjes gaat zitten kijken, terwijl er op de achtergrond ook nog ergens wordt gezongen. William Kentridge: 'Dat is een balans die we moeten vinden, maar de beelden volgen het drama en niet andersom. In een drukke scène zal een beeld 5 minuten stilstaan - dan voelt het haast als decor. Op andere momenten is er juist veel beweging. Bij De Neus werkte die dubbele focus goed. Die opera toonde een rijke visuele wereld en toch volgde het publiek de zangers.'

Tegelijk werd die opera door een deel van het publiek als overdadig gezien. Kentridge kan er niet mee zitten. 'Er zullen altijd mensen zijn die dit haten. Bovendien: opera ís overdadig. Iedereen die er een regisseert, bevindt zich op het terrein van exces. Zelfs als je de projecties weglaat, heb je een excessieve ervaring. Je hebt de zangers, je hebt de dirigent, je hebt de ondertiteling die je moet lezen; ook wanneer je je enkel concentreert op het podium spring je mentaal heen en weer. We bevinden ons altijd op verschillende bewustzijnsniveaus - dat is hoe ons hoofd werkt. Niemand verliest zich vier uur lang in het drama. Er zijn altijd ook momenten dat je denkt: wat zullen we straks eten? Of dat je jezelf ziet zitten en denkt: nog drie uur van dit, hoe hou ik het vol? Al die dingen gebeuren tegelijkertijd, je kunt dat als maker amper sturen. Wij moeten binnen deze vorm het beste maken.'

Voorstudie van William Kentridge voor de opera Lulu.Beeld .

En daar werkt hij dus aan. De dag na de zangerrepetities is er een repetitie met twee personages die hij aan het libretto heeft toegevoegd: een lange, magere butler en een sexy pianiste, figuren die het midden houden tussen decorstuk en acteur. Weer een dag later staat hij in zijn atelier in de Stopera nog wat maskers te maken. Twee dagen daarna is er opnieuw een podium-repetitie. Daar let hij op de zangers. Hun manier van bewegen vooral. Die hoekige, marionetachtige manier van spelen - voor de een is het meer tweede natuur dan voor de ander. Geen reden voor nervositeit. 'We hebben nog tweeënhalve week.'

De Nationale Opera, Lulu, 30/5 t/m 23/6. Gelijktijdig is in Eye Amsterdam een tentoonstelling te zien: William Kentridge - If We Ever Get to Heaven, t/m 30/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden