Interview

De literaire weg is de meest overtuigende en authentieke

Hoe voelt eenzame opsluiting? Schrijver Maarten Asscher presenteert vandaag zijn promotie-onderzoek waarin hij autobiografische getuigenissen vergelijkt met literaire verbeeldingen.

Beeld Studio V

De lunch in het hoofdstedelijke restaurant De Belhamel begint met een waterkerssoepje. Onder het goedkeurend proeven werpt Maarten Asscher (1957) een blik over de Brouwersgracht en merkt op: 'Dit is nog eens iets anders dan de niervetpudding die Oscar Wilde in Reading Gaol voorgezet kreeg, afgewisseld met korsten gevangenisbrood zonder boter en een vieze bonenpap. Die man moet daar geleden hebben. Terwijl hij gewend was aan sigaretten, champagnes en wijnen, dagelijks twee keer uiteten ging en een lui leven leidde dat bij vlagen door een enorme werklust werd onderbroken.'

Het uur der waarheid

De lange brief die de gevierde en geplaagde homoseksuele schrijver Oscar Wilde begon in de herfst van 1896, toen hij was veroordeeld tot twee jaar en dwangarbeid in de gevangenis van Reading, en die na zijn dood bekend zou worden als De Profundis, is een van de drie autobiografische getuigenissen die Asscher in de afgelopen jaren heeft bestudeerd. Het resultaat is Het uur der waarheid, de studie waarop de schrijver, jurist en boekwinkelier vandaag in Leiden hoopt te promoveren in de geesteswetenschappen.

Behalve de brief van Wilde heeft hij het werk van twee andere schrijvende gevangenen nauwgezet bestudeerd, de autobiografie van de Italiaanse toneelschrijver Silvio Pellico en de gevangenispoëzie van de Duitse dichter Albrecht Haushofer. Hun boeken plaatst Asscher naast drie titels van tijdgenoten, auteurs die vanuit de verbeelding over gevangenschap schreven; Stendhal in zijn roman La Chartreuse de Parme, Charles Dickens in Little Dorrit en Jan Campert in diens beroemde gevangenis- en verzetsgedicht De achttien dooden uit 1941.

Asscher: 'Waarbij aangetekend dat de laatste in 1938 ooit een weekje in een Haagse cel heeft gezeten. De schrijfster Willy Corsari, een voormalige geliefde van de dichter, had toen namelijk aangifte gedaan van het ontbreken van enig tafelzilver.'

De gedetailleerde analyses maken van Het uur der waarheid een fascinerende tweestrijd, grofweg tussen non-fictie en fictie, echt en verzonnen, eentje die niet op voorhand is beslist. De doctor in spe knikt. 'Fictie wordt te vaak als onnozel tijdverdrijf gezien. Natuurlijk bestaat er veel slechte fictie. De literaire verbeelding kan echter een tekst produceren die de waarheid toont, zonder dat die hoeft te kloppen met de werkelijkheid.

'Als je écht wilt weten of ondergaan wat de grote onderwerpen met de mens doen - gevangenisstraf, verliefdheid, ziekte, eenzaamheid - is de literaire weg de meest overtuigende en authentieke. Als kind heeft Dickens meegemaakt dat zijn vader de Marshalsea Prison in Londen in moest wegens schulden. Daardoor moest zoon Charles als 12-jarige al gaan werken. In Little Dorrit, dat hij dertig jaar later schreef, zit de vader van Amy Dorrit al meer dan twintig jaar in die gevangenis. Op die achthonderd pagina's van zijn roman roept Dickens telkens even die gevangeniservaring op, soms als herinnering, soms als schaduw over het verhaal, soms alleen maar met een vergelijking. Uiteindelijk is er voor de lezer geen ontsnappen aan.'

Cel

Zo kent iedereen de regels 'Een cel is maar twee meter lang/ en nauw twee meter breed', de opening van het beroemdste Nederlandse verzetsgedicht, De achttien dooden van Jan Campert. Daarbij is het niet van belang dat de eerste regels niet kloppen. De meeste cellen zijn langwerpig en niet vierkant. Campert schrijft over achttien terdoodveroordeelde geuzen, die in een bijgebouw van de Scheveningse gevangenis op hun terechtstelling wachtten.

De promovendus heeft het uitgezocht: de ware afmetingen van een cel aldaar waren 1,90 meter breed bij 3,70 meter lang. Asscher: 'Die maten zouden geen fraai lopende versregels hebben opgeleverd. Bovendien maakte Campert met zijn 2 bij 2 meter de voorgestelde cel nog kleiner, hetgeen bijdraagt aan het gevoel van benauwenis dat hij wil oproepen.'

Maarten AsscherBeeld Mike Roelofs

Vader

Het uur der waarheid is opgedragen aan zijn vader, de vermaarde strafrechtadvocaat en president van de Amsterdamse rechtbank Ben Asscher (1925-2008). 'Hij had graag gezien dat ik advocaat was geworden. Wij moesten thuis allemaal rechten studeren, dat hoorde bij de voltooiing van onze middelbareschoolopleiding. Ik heb auteursrecht gedaan, maar dat wees voor mij veel meer naar cultuur en literatuur.


'Toch groei je naar zo'n bron toe, om het paradoxaal te zeggen, waardoor het voor mij logisch is mijn vader erbij te betrekken. Want ik kom in Het uur der waarheid ook bij strafrecht uit. Ik kan het er helaas niet meer met mijn vader over hebben, maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat langdurige eenzame opsluiting zoals die sinds ruim 200 jaar bestaat, een kansloze manier is om iemand tot wat voor zedelijke verbetering dan ook aan te zetten. Je persoonlijkheid staat op het spel.'

In De Profundis roerde Oscar Wilde veel onderwerpen aan, maar niet het naargeestige verblijf in de gevangenis waar hij toen zat. Hoe zou het komen dat de schrijvers die zelf wisten wat het inhield, die ervaringen hebben weggedrukt? Asscher: 'Censuur zal hebben meegespeeld. Vermoedelijk waren Wilde, Pellico en Haushofer niet vrij om alles te schrijven wat ze over hun gevangenisverblijf kwijt hebben gewild.'

En was de werkelijkheid zo deprimerend, dat ze in hun geschriften juist een uitweg zochten? 'Dat is een psychologische, zelfs speculatieve verklaring die ik niet zou kunnen bewijzen, maar die ik overigens voor zeer waarschijnlijk houd. Er bestaat een uitspraak van de Russische schrijver Maksim Gorki, die ongeveer luidt: 'Als een kok soep wil maken, gaat hij ook niet zelf in de pan zitten, maar gaat hij er naast staan.' Gorki wordt in mijn boek niet geciteerd, want een proefschrift mag geen moppentrommel worden. Misschien kunt u er iets mee.'

Maarten Asscher: Het uur der waarheid. Over de gevangenschap als literaire ervaring. Atlas Contact; 24,99 euro.

Over Asscher

Sinds zijn debuut Dodeneiland (1992) schreef Maarten Asscher verhalen, gedichten, novellen, een roman (Het uur en de dag), columns en beschouwingen. Daarnaast gaf hij in 2012 de verzamelde necrologieën uit van de met hem bevriende Michaël Zeeman.

Hij is directeur van de Amsterdamse boekhandel Athenaeum en voorzitter van de stichting CPNB.

Tussen zijn boekenkasten thuis heeft Maarten Asscher een leeshol gecreëerd, zo vertelde hij de Volkskrant in 2013, 'waar ik meters kan maken'. Eén gehele kast is louter gevuld met werken van en over zijn held Oscar Wilde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden