De linkerhand van Graffman telt voor twee

Werken van Prokofjev en Ravel. Door: het Residentie Orkest o.l.v. Gennady Rozhdestvensky. Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. 7 maart...

Moet een pianoconcert voor één hand klinken als een concert voor twee handen? Ravel vond van wel. Hij stelde het zelfs expliciet als uitgangspunt voor het Pianoconcert voor de linkerhand dat hij in 1929/30 componeerde voor Paul Wittgenstein. Deze broer van de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein verloor tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm, maar kon dankzij het royale familiekapitaal enkele componisten opdrachten verstrekken voor repertoire voor de linkerhand, onder wie Maurice Ravel, Sergej Prokofjev, Paul Hindemith, Richard Strauss en Benjamin Britten.

Niet dat de eenarmige pianist blij was met de resultaten. Het stuk van Ravel heeft hij na enige tijd nog weten te waarderen, maar het werk van Prokofjev en de anderen heeft hij nooit gespeeld. Wellicht valt aan de hand van Wittgensteins boek School for the Left Hand te reconstrueren wat zijn verwachtingen waren bij de opdrachten die hij gaf en wat dus de redenen waren voor zijn teleurstelling.

Eerlijk is eerlijk, de uitvoering van de concerten van Ravel en Prokofjev, afgelopen zaterdag in in Den Haag door pianist Gary Graffman en het Residentie Orkest onder leiding van Gennady Rozhdestvensky, liet vooral horen dat het een nogal ondankbare klus moet zijn geweest om standhoudend repertoire voor een gehandicapte pianist te schrijven.

De Russische Amerikaan Graffman, die al een succesvolle pianocarrière had opgebouwd toen hij in 1979 zijn rechterhand blesseerde, heeft sinds die tijd een linkerhandtechniek opgebouwd die inderdaad voor twee mag tellen. Dat is ook precies het probleem van de vaak lang uitgesponnen virtuoze passages.

Virtuositeit, snelheid en een goed gearticuleerde ritmiek (het eerste deel van Prokofjev werd zelfs een concert voor linkerhand en meetikkende linkervoet) zijn bij Graffman in ruime mate aanwezig, maar zijn vertolking bleef wat vlak en afstandelijk. Dat ligt deels in de aard van de muziek, maar ook Rozhdestvensky stelde zich bij deze pianoconcerten wel erg bescheiden op en hield het bij een adequate maar ingehouden orkestrale begeleiding.

Dat veranderde op slag toen de grote vleugel, waarachter de maestro tijdens de twee pianoconcerten bijna geheel was verdwenen, van het podium was geschoven. Zoals Rozhdestvensky al aan het begin bij Prokofjevs Klassieke symfonie had laten horen dat 'klassiek' geenszins synoniem voor 'ernstig' hoeft te zijn, zo was het orkest in Ravels tweede suite uit Daphnis en Chloé een kaleidoscoop van fascinerende kleurschakeringen.

Op zijn eigen onnavolgbare, schijnbaar nonchalante manier verleidde Rozhdestvensky het orkest tot vloeiende arabesken die moeiteloos door alle instrumentgroepen heen rolden, gonzende pizzicati bij de lage strijkers en een schitterende diffuse klank die nergens aan precisie verloor. En zoals altijd leek het alsof Rozhdestvensky er zelf bijna niets voor deed: een enkel gebaar, een lichte beweging in een mondhoek, een snelle verandering in oogopslag en mimiek. Linker- of rechterhand, het maakt hem niet uit. Rozhdenstvensky is hoogstwaarschijnlijk in staat geheel zonder handen te dirigeren.

Pay-Uun Hiu

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden