'De liefde voor het uitgaansleven zit in mijn dna'

Jarenlang was dj Joost van Bellen (54) de smaakmaker van het uitgaansleven. Na dertien jaar stopt hij nu met zijn roemruchte Rauwavonden. Is de dancepionier van weleer te oud geworden?

Joost van Bellen: 'Een eigen club gaat hem niet worden. Dan leef je zoveel 's nachts, dat zou ik niet trekken.' Beeld Koen Hauser

Of hij nog heeft gecrowdsurft? 'Bijna, bijna...' Joost van Bellen zit met koffie aan de keukentafel in zijn Amsterdamse huis, de stofzuiger van de huishoudster zoemt vredig in de woonkamer.

Het contrast met het gevaarlijke ritmische rumoer van een paar dagen geleden kan niet groter. Toen vond in het Utrechtse TivoliVredenburg de op een na laatste en uitverkochte editie plaats van Van Bellens clubavond Rauw. Het feest ging door tot na zes uur 's ochtends. Het publiek werd uitzinnig en Van Bellen werd uitgedaagd om te stagediven. Uiteindelijk dorst de 54-jarige dj toch niet de mensenmassa in te duiken als afscheid van zijn eigen feestje. 'Maar het scheelde niet veel of ik werd op handen gedragen.'

Hij herstelt zich. 'Tjee, dat klinkt raar. Bedoel ik niet zo, hoor.'

Dj Joost van Bellen, voormalig nachtburgemeester van Amsterdam en dancepionier par excellence, is bescheiden. Hij zou het van zichzelf niet zeggen, maar de smaakmaker van het uitgaansleven wordt al sinds 1987, toen hij in de Amsterdamse discotheek RoXY Nederland aan de house hielp, op handen gedragen binnen de scene. Niet zoals de huidige supersterren, de Hardwells en Martin Garrixen, die van een afstand vereerd worden; eerder als de coole, laagdrempelige oom, die weet hoe je de beste feestjes bouwt. Van Bellen is de man die door de jaren heen consistent nieuwe dancegenres een podium gaf en met zijn gasten de bezoekers van Rauw geselde met striemende, ruige dansmuziek. Alle stijlen waren geoorloofd, als ze maar recalcitrant waren. Van de opgefokte overstuurde bliepjes van acidhouse tot de ongepolijste bravoure van punkfunk. Tijdens de climax van een Rauwavond bijten de genadeloze hoge tonen zich een weg door je gehoorgang, waarna de bassen het werk afmaken en je trommelvliezen aan gort beuken.

De Rauwavonden, die vanaf 2003 in Utrecht en Amsterdam de boel op stelten zetten, hadden een reputatie waarin de tegendraadse razernij van punk en het sensuele van house samenkwamen. Van Bellen had latere wereldsterren als Justice, Felix Da Housecat, Boys Noize en Gesaffelstein al vroeg op zijn podium. Na veertien jaar is de koek op en gaat Rauw aus.

In huize Van Bellen zijn er stille getuigen van het einde. Een berg Rauw- promotie-T-shirts in plastic en tegen de muur een stapel dozen met de documentatie van veertien jaar compromisloos clubben: het Rauwboek, net zo dwars als zijn onderwerp. Door de bewust chaotische houtje-touwtje- zwart-witvormgeving en het kloeke formaat lijkt het op een bastaardkindje van punkfanzine en koffietafelboek.

Van Bellen: 'Rauw is mijn langstlopende project geweest.' Hij deed het langer dan dat hij dj en artistiek directeur was van de frontlinie van de dance, de RoXY (1987-1999). Langer ook dan hij samen met Peter van der Meulen partyorganisatie Meubel Stukken runde (1997-2010). 'Dus ja, het voelt wel alsof ik een tijdperk ten grave draag. Op onbewaakte ogenblikken maakt het me emotioneel. Vóór de avond in TivoliVredenburg vroeg producer Alexander Ridha van techno-act Boys Noize hoe ik me voelde. Ik kreeg een brok in mijn keel, kon niet eens meer antwoorden.'

Genoeg te doen, hoor. Van Bellen maakt nog steeds muziek voor modeshows, samen met partner Sander Stenger. 'Maar dat modewereldje is veel te wispelturig om er fulltime mee bezig te zijn.' Hij heeft in zijn achterhoofd plannen voor een roman als opvolger van zijn debuut Pandaogen (2014). 'Maar daar heb ik zo lang aan gewerkt dat mijn uurloon minder was dan dat van een textielarbeider in Bangladesh.' En al droomt hij graag over een eigen club, dat gaat 'm ook niet worden. 'Als controlfreak wil ik dan vijf dagen in de week aanwezig zijn. Dan leef je zo veel 's nachts dat ik het lichamelijk en geestelijk niet zou trekken, denk ik.'

Wat gaat hij dan wél doen, vraagt iedereen. 'Dat weet ik dus effe niet. Ik kan niets uit mijn mouw schudden en zeggen: Plop, kijk dit wordt het.'

Veel duidelijker kan hij zeggen waarom hij ermee is gestopt. Hij vindt zijn eigen kindje 'een verouderd concept'. 'Het werd steeds moeilijker, want het uitgaanspubliek is line-upgevoelig geworden. Er moet een grote naam op het podium of iemand waarover een hype gaande is. Anders komen er gewoon geen bezoekers. Dj's die we op Rauw introduceerden werden op een gegeven moment heel grote jongens en meisjes. Daar plukten we een tijdlang de vruchten van, maar op een gegeven moment deed het ons ook de das om, want voor dat soort artiesten moet je uiteindelijk heel veel geld neertellen. Dan heb je ook nog te maken met de afspraken die hun agenten hebben gemaakt met concertpromotors als Mojo. Tja, en zo'n organisatie denkt dan eerst aan zijn eigen menukaart van festivals waar ze die act ook kunnen neerzetten. Festivals als Pitch, Catch en We Are Electric stapelen grote namen. Voor artiesten die maar twee keer per jaar Nederland aandoen, vis je dan achter het net.'

Niet dat hij per se grote namen in huis wilde hebben. Liefst niet zelfs, want, 'dan kom je terecht in het systeem van de grote boekers, agentschappen en managers en dat was nou precies waar Rauw zich in het begin tegen afzette.'

Hij vindt dat de clubcultuur steeds vaker de dupe is van het succes van festivals. 'Er was een tijd dat de clubs als humuslaag dienden waarop nieuwe danceacts konden groeien. De succesvolle artiesten kwamen vervolgens op de festivals terecht. Dat is aan het verdwijnen.'

Het ontbreekt clubs volgens Van Bellen vooral aan rebellie. 'Het is allemaal zo braaf. Daarom heb ik laatst ook gezegd dat ik eigenlijk blij ben dat Trump als president is gekozen. Misschien worden mensen hierdoor opstandig en gaan ze weer goede kunst en muziek maken, in plaats van lamlendig op Facebook te staren naar een kip op een skateboard.'

Zuchtend: 'Social media, ook zoiets. Is dat niet een beetje opium voor het volk geworden?'

Rauw moest avontuur hebben, ruw aanvoelen, naar seks ruiken. Hij noemt de Rauwsound de sound van een subcultuur; dance met een rock-'n-roll- en arthousegevoel. Van Bellen heeft een zwak voor de underground, die zich niets gelegen laat liggen aan de benepen wetjes van smaak- en genrepolitie.

Dat heeft er altijd in gezeten. Samen met Eddy de Clercq introduceerde hij house in de RoXY toen niemand nog aan die rare dansmuziek wilde. En passant werd zo een vrijplaats gecreëerd voor homo's, lesbo's, transgenders en iedereen die zich sexy en glamorous wilde voelen in dat mild decadente totaaltheater van mode, kunst en performance.

Na zijn RoXY-periode was hij er als de kippen bij om nieuwe dancegenres op te pikken. Van UK garage en de Britse, door soul beïnvloede house van de jaren negentig, tot de opwindend hybride wereldmuziek en elektronische ritmes zoals Braziliaanse baile funk en de muziek van zangeres-rapper M.I.A.

Van Bellen kan als geen ander muziek presenteren die nieuwe terreinen verkent. De circusdirecteur van de nacht serveert zijn hooggeëerd publiek spektakel zonder vangnet en heeft met die snor en dat buikje ook nog eens een uitstraling van de Dikke Deur van de dance.

Volgende maand wordt hij 55. Was zijn leeftijd mede een reden te stoppen? Van Bellen resoluut: 'Nee hoor, er zijn nog genoeg gasten van mijn leeftijd die actueel en voor jongere generaties draaien. Dj Francois Kevorkia (62) staat in New Yorkse clubs voor een publiek dat niet eens weet dat hij al sinds de jaren tachtig draait. De Britse dj Andrew Weatherall (53) is nog steeds vernieuwend bezig. Allemaal oude knarren zoals ik.'

Tekst gaat verder onder video.

Dat je een zekere leeftijd hebt bereikt, betekent niet dat je meteen een nostalgieact bent voor 30-plussers die oppas hebben geregeld. In 2007, bijvoorbeeld, ontdekte hij het Italiaanse houseduo Crookers en gaf ze een plekje op Rauw. 'Het was hun eerste optreden in het buitenland, niemand kende ze hier. Opeens stonden zo'n dertig kids van 14, 15 jaar voor de deur die die gasten online hadden ontdekt en deden alsof ze ouder waren om binnen te komen. Het dak ging eraf.' Vooropgesteld, Van Bellen heeft nooit de ambitie gehad om muziek te ontdekken voor de jeugd. 'Wel om grenzen te laten vervagen en de hokjesgeest omver te trappen.'

Staat de dance niet gewoon stil, is er domweg te weinig spannends voor handen? 'Als je dat zegt, ben je natuurlijk meteen die belegen oude man. Maar ik weet het gewoon niet. Elke keer als ik met iets stopte, diende zich iets nieuws aan. Maar nu? Heb jij nog nieuwe interessante stromingen gehoord?' Hij hoopt nog altijd iets te ontdekken waarvan hij denkt: wat afschuwelijk, hoe kunnen ze dit maken? 'Misschien zelfs muziek die me boos maakt en een generatiekloof veroorzaakt. Ik zou het meteen omarmen.'

Laatst had hij een kleine opleving. Toen hij zich weer eens door een stapel nieuwe plaatjes heen werkte, sloeg hij steil achterover. 'Ik dacht: what the fuck is dit? Wat gebeurt hier? Ritmepatronen liepen dwars door elkaar heen en wat ik hoorde klopte helemaal niet volgens de regeltjes van dansmuziek. Toen bleek dat ik twee plaatjes tegelijk aan had staan.' Hij grinnikt verontschuldigend. 'Ik had er wel al vijf uur op zitten, hoor.'

Kan Joost van Bellen dan überhaupt nog enthousiasme opbrengen voor nu gemaakte dance? Er volgt een lange stilte. 'Tja, wat zal ik zeggen?' Dan een zucht. 'Natuurlijk kan ik dat nog. Ik zal altijd blijven draaien. De liefde voor het uitgaansleven zit in mijn dna. Maar nu is het even zoeken. Ik ben angstig voor de toekomst. Zo van: waar gaat het heen? Misschien denkt men dat het na die 55 jaar toch voorbij moet zijn.'

Op het moment is hij zichzelf weer aan het leren zonder enige beroepsdeformatie te luisteren naar muziek. 'Je weet wel: koptelefoon op en helemaal wegzakken in een mooi album, zonder je af te vragen of het dansbaar is. Dat was ik helemaal kwijt.'

Het moet allemaal wat meer ontspannen. 'Een beetje vrijblijvend, op kleine schaal draaien, nog meer muziek luisteren, een nog betere dj worden en zo nu en dan nieuwe mixen online zetten. Liever dat dan dat ik me met het organiseren van clubavonden bezighoud, me afvraag hoe die meer succes kunnen krijgen en gefrustreerd zit te piekeren of er wel genoeg kaartjes zijn verkocht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.