Recensie Andrew Bird

De liedjes van Andrew Bird gaan eindelijk weer recht op hun doel af ★★★★☆

Andrew Bird: My Finest Work Yet.

‘Mijn beste werk tot dusver’, het is me nogal een albumtitel voor een man die sinds 1996 vijftien studioalbums maakte, waaronder veel prachtige: rijk gearrangeerde kamerpop à la Sufjan Stevens, rudimentaire kampvuurfolk, instrumentale avant-garde met staccato viool. Bij de Amerikaan Andrew Bird (45) kan het veel kanten op.

My Finest Work Yet mag dan niet zijn allerbeste werk bevatten, het is wel een prachtig en vooral ook verrassend album. Zo poppy en melodieus hebben we Bird lang niet gehoord. Hoor hem zingen (en fluiten) als een nachtegaal in Sisyphus en Bloodless. Hij gooit op deze plaat de vocale registers open als nooit tevoren, bij vlagen haast als Father John Misty.

Bird blijft natuurlijk wel Bird: hij tokkelt op zijn viool, rolt rijke arrangementen uit, stopt zijn teksten vol historische verwijzingen en maakt in Fallorun zelf het ene politieke statement na het andere (‘Rome wasn’t built in a day, but it all came down in the month of May,’ waarschuwt hij). Toch is My Finest Work Yet geen moment ingewikkeld of hinderlijk arty.

Wat een genot om Andrew Bird weer eens liedjes te horen schrijven die recht op hun doel afgaan. Ze worden muzikaal gekenmerkt door lichtheid, een adjectief dat louter positief geïnterpreteerd moet worden.

Pop

Andrew Bird

My Finest Work Yet

Loma Vista/Universal

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.