Taalgebruik!Lezerspost

De lezers gaven ons weer genoeg minutie om te gloreren

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om kraakhelder, munitie en gloriëren gaat wel.

Maaike Doets vraagt zich af of ze de enige is ‘die een ontzettende hekel heeft aan het gebruik van ‘helder’ in de betekenis van ‘duidelijk’.’ Als we Onze Taal moeten geloven niet: dat krijgt er al sinds 1993 klachten over. ‘Misschien komt het doordat politici en bestuurders het zo vaak in de mond lijken te nemen. Het lijkt daardoor bestuurdersjargon’, schrijft het Genootschap.

‘En’, vervolgt Doets, ‘het gebruik van het superlatief ‘kraakhelder’ in dit verband kan echt niet. Glashelder is ook lelijk, maar kraakhelder betekent erg schoon.’

Daar hadden we nou nog nooit over nagedacht. Eens kijken wat Van Dale ervan zegt. ‘Kraakhelder: kraakzindelijk’, aldus een oudere editie. Dank, daar schieten we wat mee op. De onlineversie heeft meer tekst: ‘1. uitermate helder, schoon (kraakheldere lakens); 2. loepzuiver (kraakhelder klinken)’.

Duidelijk. Kraakhelder is dus geen synoniem van glashelder, dat ‘volkomen duidelijk’ betekent. Het blijkt in de Volkskrant overigens regelmatig mis te gaan. In een interview noemde bankbaas Klaas Knot de inflatiestrategie van De Nederlandsche Bank onlangs ‘kraakhelder’. En opperburgemeester Hubert Bruls zei over de lockdown: ‘De boodschap was kraakhelder: blijf thuis.’ Het lijkt inderdaad wel bestuurdersjargon.

In een loods in Utrecht trof de politie ‘drugs en minutie’ aan, aldus een bijschrift in juli. ‘Minutie 😓’, luidde de korte maar glasheldere reactie van Siska de Graaff.

Munitie, minutie: het gaat wel vaker niet goed, maar dan vooral in de spreektaal – door mnusie zeggende militairen bijvoorbeeld, vaak dezelfden die het over de plisie hebben en soms zelfs niet veel meer dan msjee zeggen als ze de marechaussee bedoelen. ‘Broddelen’ heet dat, of in iets taalkundiger termen ‘reductie’. Vooral in het eigen vakgebied wordt nogal wat afgereduceerd.

Ton Span las in augustus dat de Britse auto-industrie sinds de Brexit gloreert. ‘Bij mijn weten bestaat het werkwoord ‘gloreren’ niet’, schrijft hij, ‘wel het werkwoord ‘gloriëren’.’ Daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. ‘Glorieert + floreert = gloreert?’, vraagt Marcel Chrétien. Zo moet het ongeveer gegaan zijn, ja.

Ook deze misser blijkt vaker de krant te halen, vooral de sportpagina’s – logisch, want in de sportwereld wordt veel geglorieerd. Maar dat het verwarrend kan zijn, blijkt wel uit een mail van Thea Dalebout, van vlak na de verkiezingen. ‘Kaag glorieert’, kopte de Volkskrant toen. ‘Wat dacht degene die het feestelijke nieuws over D66 schreef?’, vroeg Dalebout. ‘Hiep hiep hoera in de gloria? Ik heb nog nooit gehoord van het woord gloriëren. Wel van gloreren.’

Mooi verhaal, maar nee, sorry, dit keer stond het er juist wél goed.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden