De lange adem van Tarzan

Hij werd voor het eerste opgevoerd in een 'ontzettend slecht boek' om vervolgens een cultureel fenomeen van jewelste te worden: Tarzan. Hoe kreeg zijn geestelijk vader, Edgar Rice Burroughs, dat voor elkaar?

Alexander Skarsgard als Tarzan in The Legend of Tarzan. Beeld Warner Brothers

Tarzan is inmiddels ook alweer 104, maar is hij nog wel van deze tijd? Nauwelijks terra incognita over, de regenwouden in ademnood. Waar zou de koning van de jungle in zijn lendendoek zich vandaag moeten schuilhouden? Bovendien is zijn morele leiderschap geen uitgemaakte zaak meer in het post-koloniale tijdperk. Hij heeft zelfs al zijn eigen musical gekregen, doorgaans het eindpunt van een cyclus. Toch slingert hij ons in de film The Legend of Tarzan (die vanaf donderdag te zien is) gewoon weer van liaan naar liaan tegemoet. Alsof er sinds die allereerste Tarzanfilm Tarzan of the Apes niets is veranderd.

Tarzan is tijdloos, zo hebben ze bij Warner Bros. besloten. En daarom maakt hij nu een doorstart, gedraaid in oldskool Hollywoodstijl. De hoofdrol is voor de Zweedse, zwijgzame kleerkast Alexander Skarsgård, we zagen hem eerder als vampier in HBO-serie True Blood.

Het verhaal werd getransponeerd naar eind 19de eeuw, daar voelt Tarzan zich het beste thuis. Wel heeft hij in George Washington Williams (Samuel L. Jackson) nu een zwarte sidekick gekregen, als om te voorkomen dat de kritiek zal luiden: Tarzan#sowhite.

En de slechteriken? Dat zijn de Belgen. Zij runnen voor koning Leopold II het (toenmalige) Kongo-Vrijstaat. Een even vreselijke als bloedige geschiedenis, je kunt er alles over lezen in David Van Reybroucks standaardwerk Congo (2010). De personificatie van het kwaad is de historische figuur van Léon Rom (Christoph Waltz), een boef van het zuiverste water. De overlevering wil dat hij nog model stond voor Kurtz, de handelaar in ivoor uit Joseph Conrads Heart of Darkness uit 1899.

Jungleklassieker Tarzan wordt niet écht op zijn kop gezet

Deze Tarzan komt in superheldenverpakking. Onredelijk gespierd, met meer expressie in de buik dan in het gelaat. Lees hier de recensie.

Met The Legend of Tarzan wordt een nieuwe episode toegevoegd aan een lange, lange rij. Tik je 'Tarzan' in op de Internet Movie Data Base (IMDB) dan verschijnen tweehonderd lemma's. Daaronder 52 geautoriseerde speelfilms, diverse bootlegs, drie verloren producties, talloze tv-series, amimatieversies en computergames.

104 jaar Tarzan, dat is ook 104 jaar die oerkreet: Ah-oh-ah-oh-ha...!!! Studio MGM claimde destijds, bij wijze van reclamestunt, dat de stem van Johnny Weissmüller hiervoor vermengd was met het gekrijs van een hyena, achterstevoren afgespeeld. En dat is dan maar één van de mythen die de Aapman aankleven, van het soort waar kinderen zo van houden, vooral jongens. Nou ja, met uitzondering van de Britse biologe Jane Goodall, gespecialiseerd in het sociale leven van chimpansees. Zij staat zo ongeveer bekend als de enige vrouwelijke bewonderaar van Tarzan. Ze claimde zelfs dat ze een betere Jane voor Tarzan zou zijn geweest dan de Jane uit de boekjes (je moet maar durven).

Ook Jan Wolkers was fan van het eerste uur. In zijn essay Anatomie van een held bezong hij Tarzan, in zijn onnavolgbare idiolect: 'Want waren Tarzan en Jane niet de eerste mensen die zonder zonden in het paradijs op het witte doek leefden, en kronkelde de slang des verderfs uit dat oude scheppingsverhaal, met de rotte appel van de beschaving verlokkend voor zich uit, niet in de gedaante van op elpenbeen (ivoor, red.) beluste expeditie na expeditie langs duistere sluipwegen dat paradijs op aarde binnen?'

Johnny, uiteraard

Dé internationale Tarzankenner is de Amerikaanse auteur Scott Tracy Griffin (51), ook parttime-acteur. In 2012 publiceerde hij Tarzan: The Centennial Celebration - The Stories, The Movies, The Art. Het is een uitzonderlijk goed gedocumenteerd boek, met talloze illustraties (winkelprijs: 34,99 euro). In het licht van de nieuwe Tarzanfilm komt Griffin in augustus met Tarzan on Film (winkelprijs: 35,99 euro), waarin de geschiedenis van de franchise uit de doeken wordt gedaan. Uiteraard staat Johnny Weissmüller op de cover.

Tarzan als nobele wilde, geheel in de geest van filosoof Jean-Jacques Rousseau. Natuurmens, zuiver, puur, rechtschapen, strijder voor de goede zaak. Vriend van de dieren, ook. Wat heet: grootgebracht door de apen van de (fictieve) Manganisoort. Zij gaven hem zijn naam in hun eigen naam: 'hij met de blanke huid'. Tarzan. Kind van Britse adel, dat zijn ouders op vroege leeftijd in Afrika verloor. Zijn mythische statuur werd nog eens bevestigd door de onbevlekte ontvangenis van zijn zoon Boy, bij Jane. Doorgaans kunnen ze dat alleen in de Bijbel, maar dan onderschat je Tarzan, leek zijn schepper Edgar Rice Burroughs (1875-1950) te willen zeggen.

Niet dat Burroughs nu zo veel literaire pretenties had. In de woorden van de Amerikaanse auteur waren 'het hoofdzakelijk verhaaltjes die ik aan mijzelf vertelde voor het slapengaan.' Hij had eens een keer door een stapeltje pulpmagazines gebladerd, en vervolgens gedacht: wacht eens even... dat kan ik ook. Eerst verzon hij de heroïsche Marsreiziger John Carter en een jaar later, we spreken 1912, liet hij Tarzan als feuilletonheld in het All-Story Magazine debuteren. De complete roman Tarzan of the Apes verscheen in 1914 en de culturele impact was enorm. Als we het lijvige koffietafelboek Tarzan: The Centennial Celebration (2012) mogen geloven, werden wereldwijd in totaal meer dan 100 miljoen Tarzanromans verkocht, in 37 talen.

Geen slechte opbrengst voor de in Chicago geboren gelegenheidsschrijver die tot zijn 36ste niet wist wat hij met zijn leven moest doen. Ging bij de cavalerie, was goudzoeker in Oregon, cowboy in Idaho, spoorwegagent in Salt Lake City. Een paar keer probeerde Burroughs een zaakje voor zichzelf op te zetten, maar daarin faalde hij jammerlijk. Toen het in de echte wereld maar niet wilde lukken, vluchtte hij in zijn fantasie. Hij droomde zichzelf in de rol van krachtige en aantrekkelijke hunk, voor de duvel niet bang, bewonderd door de prachtigste vrouwen en aanbeden in exotische oorden. Dat was Tarzan, Burroughs alter ego.

Johnny Weissmüller als Tarzan. Beeld ANP

Nog geen paar jaar later kon hij van de opbrengsten een ranch bij Los Angeles kopen, inclusief een enorme lap grond. En hij doopte zijn optrekje: Tarzana. Veel Amerikaanser dan deze biografie van een selfmade man zullen we het niet snel vinden. En hij wist op goud te zijn gestuit, want Burroughs besloot de winst te maximaliseren. Heel modern, eigenlijk. Hij verkocht de filmrechten, zag toe op de strip die van Tarzan werd gemaakt, accordeerde een hoorspel en bedacht allerhande merchandising.

Marketingexperts wezen hem erop dat hij met die overkill zijn eigen romans - na Tarzan of the Apes zou hij nog eens 25 sequels schrijven - kapot concurreerde. Maar Burroughs en zijn inderhaast opgerichte Edgar Rice Burroughs Inc. zetten vrolijk door.

Het duurt zolang het duurt, moet hij hebben gedacht. Wist hij veel dat honderd jaar later The Legend of Tarzan zou worden uitgebracht? De erven zijn er maar wat blij mee. Ze hebben zich verenigd in de Edgar Rice Burroughs Inc - gevestigd in Tarzana. Ze zitten boven op het copyright en vechten geregeld rechtszaken uit, zelfs over boeken die naar de letter van de wet zijn teruggevallen in het publieke domein. En dat, terwijl Burroughs zelf toch ook niet vies was van een beetje leentjebuur. Hij heeft zo ongeveer de hele wereldbibliotheek erbij gesleept, inclusief de Oude Grieken en de Bijbel en die met alle soorten van plezier ge-Tarzan-ficeerd.

Erg is dat niet. Met wolvenkind Mowgli uit The Jungle Book was Rudyard Kipling het apenkind Tarzan bijna twintig jaar voor, maar Kipling liep wel 2.600 jaar achter bij Romulus en Remus, de wolvenkinderen die volgens de overlevering Rome hadden gesticht. Noem het de canon van de menselijke verbeelding - en daar plukte Burroughs uit wat hem van pas kwam. Rudyard Kipling was trouwens geen fan van Tarzan. 'Burroughs', mopperde de Britse Nobelprijswinnaar, 'liet met Tarzan of the Apes zien hoe je een ontzettend slecht boek kunt schrijven, om er vervolgens toch mee weg te komen.'

Door een merkwaardig toeval beleven dit jaar zowel Tarzan als The Jungle Book hun Hollywoodreprise. Natuurlijk heeft het ook te maken met de ideeënarmoede die Hollywood zo plaagt, met al die reboots, maar blijkbaar hebben zowel Mowgli als Tarzan een lange adem.

In elk geval langer dan Johnny Weissmüller, de beste Tarzan ooit (en niet alleen volgens Jan Wolkers). Tussen 1932 en 1948 trad de voormalige olympisch zwemkampioen op in twaalf avonturen. Toen hij te oud werd (Weissmüller was van 1904) kreeg hij van Hollywood een armetierige pensioenregeling. Hij moest zich aankleden, kreeg plotseling tekst en ging voortaan door het leven als Jungle Jim. De bijbehorende filmreeks werd geen succes. En dat was dan toch een wat treurig einde voor de beste Tarzan ooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden