De Lairesse tot in de puntjes verzorgde expositie

De tentoonstelling 'Eindelijk! De Lairesse' is een voorbeeldig eerherstel voor de in de late 19de eeuw in ongenade gevallen schilder. Gerard de Lairesse lijkt in zijn hyperkunstmatige werken op zoek naar een perfectie die zijn eigen leven ontbeerde.

Gerard de Lairesse, Venus schenkt wapens aan Aeneas, 1668, olieverf op doek.

Als Eindelijk! De Lairesse ergens over gaat, dan zijn het draperieën. Ze wikkelen zich rond de stralende, perfect geproportioneerde lichamen van goden en engelen; bollen theatraal op als in de luchtstroom van een windmachine; gulpen over de grond als uitgezakte druipkaarsen en accentueren de fluwelen zachtheid van jeugdige huid als in een Dove-reclame. De kracht waarmee ze zijn geschilderd is bewonderenswaardig, maar bewondering is hier zelden het doel. Ze zijn deel van de setting zoals de wapenuitrustingen, Griekse architectuur en laurierkransen dat zijn.

Over de manier waarop zo'n setting vorm diende te krijgen, had Gerard de Lairesse (1640-1711) uitgesproken, om niet te zeggen rigide ideeën. Een kunstwerk, vond de schilder, een Waal die vanwege een verbroken huwelijks-belofte (de afgewezen bruid ging de schilder met een mes te lijf) naar de Republiek was uitgeweken, diende 'recht antiek' te zijn, wat zoveel betekende als 'onvervalscht' trouw aan de oudheid. Helder van vorm en eenduidig van betekenis, zo zag de succesvolle De Lairesse het graag - heel anders dan die 'eyghentlijcke' Rembrandt, met zijn onbestemde koppen en vage 'schrikschaduwen'. Waar het om draaide, uiteindelijk, was dat het schilderij de natuur in al zijn gebreken oversteeg; een idealisering, geen afspiegeling.

Het is psychologie van de koude grond, maar toch: het lijkt erop dat De Lairesse in zijn kunst een perfectie zocht die het leven zelf ontbeert, zijn eigen leven nog wel het meest. Daarbij is het makkelijk te wijzen op zijn 'hideuze bakkes', een als gevolg van syfilis afschrikwekkende kop, zadelneus en scheve mond incluis, maar ook op de vele opstootjes in zijn van kleine en grotere schandalen vergeven biografie. Alleen in zijn schilderijen, zo leek het, hield De Lairesse zich aan de regels. Daar heerste de gelijkmatigheid waaraan het hem als mens ontbrak.

Eindelijk! De Lairesse
Beeldende kunst
Rijksmuseum Twenthe
t/m 22/1, 2017

De verkondiging aan Maria, Gerard de Lairesse, ca. 1668-70.

Het ging natuurlijk niet vanzelf. Aan zijn toneelmatige, hyperkunstmatige fantasieschilderijen lag een pakket regels ten grondslag dat op een hedendaagse maker een hysterisch programmatische indruk maakt (een pakket dat De Lairesse nadat hij in 1689 blind was geworden zou uitwerken in populaire handboeken; ze werden in het Frans, Duits en Japans vertaald). De Lairesse wist hoe je dat deed, een goede mythologie schilderen. Gratie en bevalligheid waren belangrijk, alsook 'welstand', het ideaal dat alle afzonderlijke delen een vanzelfsprekend geheel vormden. Voorts: een duidelijke scheiding tussen hoofd- en bijzaken, heldere kleuren en een duidelijke omtrek-lijn voor elke figuur. Alleen zo zouden schilderijen 'duidelyk' en 'klaar voor onze oogen' worden.

En dat zijn ze ook. In de categorie zoetgevooisde antieke stukken met een hetero-erotische ondertoon vormt De Lairesse de buitencategorie. Zijn stoffen zijn altijd aaibaar, zijn lichamen bijtbaar, zijn actiescènes cartoonesk doch indrukwekkend. Wat doet het ertoe dat de bomen van plastic zijn of een volwassen paard het formaat heeft van een pony - dit is puur kijkplezier, enkel afgezwakt door De Lairesses extreme trouw aan zijn eigen regels. Die leidt na een zaal of acht tot een zekere inwisselbaarheid. Al die marsepeinen godinnen en helden met kussentjeslippen - je kunt ze amper uit elkaar houden. De Lairesses kopers van weleer (zoals Willem III), die enkele in plaats van tientallen werken zagen, vonden dat wellicht minder bezwaarlijk dan wij.

Die Vertreibung Heliodors aus dem Tempel, Gerard de Lairesse, 1674.

De devaluatie van dit oeuvre ging gepaard met een naargeestig staaltje eurofobie. Bij leven gelauwerd als het 'grootste schildergenie ooit' maakte De Lairesses ster in de (late) 19de eeuw een vrije val. Een meer nationalistische kijk op de vaderlandse geschiedenis en Hollandse meesters begon post te vatten en in het licht daarvan heette De Lairesse opeens een 'nijdassige Waal', die met zijn 'internationaal decorateursstijltje' de authentiek Hollandse kunsten had geperverteerd. Immers: had deze 'banale geest' het niet gewaagd 'onze' Rembrandt te desavoueren, een schilder bij wie volgens hem 'het sap gelyk drek van het stuk neer liep', en was 'deze pedant' met zijn 'overvloedig getheoretiseer' niet mede debet aan de artistieke bloedarmoede van de 18de eeuw?

Voor straf werden De Lairesses kabinetstukken en plafonds verbannen naar prullenzolder en depot, een verbanning waarvan ze pas de laatste decennia terugkeren (in de eregalerij van het Rijksmuseum Amsterdam ontbreken ze nog steeds). De tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe, een concept van de onverwacht overleden Rembrandt-kenner Bob van den Boogert, en het eerste De Lairesse-overzicht in Nederland, wil die gang versnellen.

Het is een elegante, tot in de puntjes verzorgde expositie en de grootse verdienste zit hem in de bruiklenen. Die zijn talrijk en vaak van hoge kwaliteit. De Heliodorus uit Keulen, bijvoorbeeld, alsook De Verkondiging aan Maria uit Brussel, en natuurlijk de orgelluiken van de Amsterdamse Westerkerk, die hier bijna hun hoofd stoten - werken die stuk voor stuk schitterend tot hun recht komen op de grijze wanden; voor wie verdieping wil is er een goed geïllustreerde - zij het iets te gefragmenteerde - catalogus. Een voorbeeldig eerherstel. Geldt de Lairesse over vijftig jaar weer als een household name, dan heeft deze tentoonstelling er zeker aan bijgedragen.

Plafond- en wanddecoraties

Gerard de Lairesse behoorde tot de meest gevraagde schilders van plafondstukken en wanddecoraties van de late 17de eeuw. Zijn clientèle vond hij zowel onder de gefortuneerde families van Amsterdam als aan het stadhouderlijk hof in Den Haag. In opdracht van Willem III maakte De Lairesse plafondschilderingen voor de grote hal van Paleis Soestdijk, alsook een ensemble van zeven plaatsgebonden werken voor de raadkamer van het Hof van Holland op het Binnenhof.

Gerard de Lairesse behoorde tot de meest gevraagde schilders van plafondstukken en wanddecoraties van de late 17de eeuw. Zijn clientèle vond hij zowel onder de gefortuneerde families van Amsterdam als aan het stadhouderlijk hof in Den Haag. In opdracht van Willem III maakte De Lairesse plafondschilderingen voor de grote hal van Paleis Soestdijk, alsook een ensemble van zeven plaatsgebonden werken voor de raadkamer van het Hof van Holland op het Binnenhof.

Lof op de vrede, Gerard de Lairesse, 1671.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden