Interview

De laatste der Blue Notes

De wonderbaarlijke jazzdrummer Louis Moholo ( 75 ) is het laatst overgebleven bandlid van de legendarische Blue Notes. De Zuid-Afrikaanse, multiraciale band ging in de jaren zestig in ballingschap in Europa. Moholo kent als enige een vrij Zuid-Afrika.

Moholo met andere muzikanten tijdens een jamsessie in Kaapstad. Beeld Ian Bruce Huntley, verschenen in het boek Keeping Time: 1964-1974

'Man, ik probeer je deze plek te laten zien! Waarom moeten we dan over Amerika praten? Kijk om je heen! Het talent hier! Jezus Christus!' Er volgt een opsomming van al het Zuid-Afrikaanse talent, van Nelson Mandela tot het nationale rugbyteam. 'Dit is geen derde wereld! Christ! We hebben Dollar Brand. We hebben een drummer als ik.'

In zijn glimmende zwarte Volkswagen Touareg rijdt Zuid-Afrika's beroemdste jazzdrummer Louis Moholo door Langa - een met golfplaten krotten, lage flats, tweekamerhuisjes en middle-classwoningen volgepakte zwarte township bij Kaapstad. Op een tafel langs de straat liggen uitgebeende koeienkoppen uitgestald. Hier en daar lopen wat geiten. Er is wilde graffiti van anti-apartheidshelden. Kijk, wijst Moholo, zwarte pet en pantoffels, daar liggen zijn ouders begraven. En dat, ja, dat kaal ogende pand, dat is zijn shebeen, de kroeg waar hij die avond met zijn maten uit driekwartliterflessen bier zal lurken. En daar, bij dat non-descripte huisje, koopt hij zijn dope. Hij ziet er goed uit, opper ik. Hij wuift het compliment weg. Hij heeft een pacemaker, man. 'Inside I'm fucked.'

Blue Notes

De 75-jarige Moholo is de enige overlever van de legendarische multiraciale jazzband Blue Notes, die in 1964 Zuid-Afrika verruilde voor ballingschap in Europa - een chaotisch en marginaal bestaan. Trompettist Mongezi Feza overleed op zijn 30ste in Londen aan een verwaarloosde longontsteking. Saxofonist Dudu Pukwana's lever begaf het toen hij 51 was. Bassist Johnny Dyani kwam op zijn 40ste in West-Berlijn aan zijn einde. En bandleider en pianist Chris McGregor overleed in 1990 in het Franse Agen aan pleuritis en longkanker. 'Exile is a motherfucker', zegt Moholo.

Tien jaar geleden keerde Moholo terug naar Langa. Hij is trots op de township. Hier, in diezelfde straat waar hij een huis van drie verdiepingen met vijf badkamers liet bouwen, zag hij als kind een harmonieorkest van de padvinders marcheren. Hij en zijn vriendjes gingen erachteraan. Toen ma ze terugfloot, maakten ze van blikjes en papier hun eigen orkest en gingen op de achterplaats loos totdat zijn moeder er gek van werd. Vanaf dat moment wist Louis dat hij drummer wilde worden. Op zijn 17de zat hij in zijn eerste echte band. Thuis laat hij de foto aan de muur zien. 'Hier, The Corvettes.'

Al in de jaren vijftig was Langa een politiek broeinest, een van de eerste Kaapse plekken waar fel werd gestreden tegen apartheid. 'Je kon niet van een afstandje blijven toekijken, dus smeten wij met stenen', vertelt Moholo. 'We belandden in de cel. En de Boere (Afrikaners) kwamen hier thuis en namen mijn drumstel mee om te slopen. Toen ik uit de bak kwam waren mijn drums weg. That's sick, man.'

Het straatbeeld van township Langa in Kaapstad. Beeld anp
Moholo achter het drumstel in 1972. Beeld Ian Bruce Huntley, verschenen in het boek Keeping Time: 1964-1974

Gedoogde muzikanten

Hij kocht nieuwe trommels en bekkens, op afbetaling, en kwam na een periode bij de Jazz Ambassadors in 1963 terecht bij de Blue Notes, de band die onder leiding stond van de begenadigde blanke pianist Chris McGregor. De Blue Notes waren een sensatie: een raciaal gemengd gezelschap met een uniek geluid, waarin je niet alleen Duke Ellington, Charlie Parker en Thelonious Monk terughoorde, maar ook de rurale Zuid-Afrikaanse gospel en kwela en mbaqanga, de swingende zwarte stadsmuziek. Ze waren een gang, een groepje buitenstaanders dat in een gammel busje door het land trok en wegversperringen vermijdend op zoek ging naar die paar progressieve clubs waar jazz niet werd gezien als een 'verheerlijking van gedegenereerden', zoals de apartheidsautoriteiten meenden. 'De Boere hebben geen soul. Wij wel. Daarom waren wij gastvrij toen ze hier kwamen. Maar zij bleken stompzinnig en vals. They fucked us up', gromt hij. 'Maar die jazzmuziek kregen we toch te horen. Er waren hier Amerikanen van de marine en artsen, en die brachten platen mee.'

In Grahamstown liep een concert zodanig uit de hand dat er een dode viel en de band moest vluchten. De druk werd te groot. Ze kregen een Franse uitnodiging, pakten hun koffers en stonden in 1964 tussen grootheden als Ella Fitzgerald en Horace Silver op het Antibes Jazz Festival. Na moeizame omzwervingen door Europa geraakten ze in Londen, waar hun vernieuwende stijl opzien baarde. In zijn memoires White Bicycles noemt de beroemde Amerikaanse producer Joe Boyd het 'muziek van uitzonderlijke kracht en schoonheid' en 'spannender dan al het andere in de Britse jazzscene'. Hij verzorgde de productie van het Europese Blue Notes-debuut Very Urgent uit 1968.

De Engelse jazzmuzikanten, die de Blue Notes aanvankelijk op superieure wijze gedoogden, voelden zich bedreigd en weigerden te spelen met die luidruchtige, grofgebekte, hard drinkende Zuid-Afrikanen. Moholo: 'We ontmoetten die lui en ze hadden het alleen over Europese en Amerikaanse jazz. Ik zei dan, en hoe zit het met Zuid-Afrika, you bastards.'

Vrije muziek

Na het uiteenvallen van de Blue Notes eind jaren zestig speelde Moholo met tientallen muzikanten, onder wie de avant-gardisten Archie Shepp, Peter Brötzmann en de Nederlandse pianist Misha Mengelberg. Moholo's single met Afro-rockband Assagai, Telephone Girl uit 1971, werd veertig jaar later gesampled door Jay Z. en Kanye West voor That's My Bitch.

Cecil Taylor, met wie Moholo ook speelde, zei ooit: 'Ik probeer op de piano sprongen in de ruimte na te bootsen die een danser maakt', wat een passende beschrijving is voor veel van Moholo's samenwerkingsverbanden. Freejazz was de openbaring. Hij hoorde het voor het eerst toen de Blue Notes in 1965 een maand lang in de Montmartre Club in Kopenhagen speelden, waar Albert Ayler zich kort daarvoor piepend en scheurend een weg had gebaand door oude folkmelodieën. Dat geluid sloot naadloos aan bij de Zuid-Afrikaanse vrijheidsdrang. 'Toen die vrije muziek begon, grepen we dat met beide handen aan. Het klonk logisch: mijn handen zijn vrij, mijn voeten zijn vrij, mijn geest is vrij. Dus vrije muziek.'

Ook de hiërarchie binnen de bands veranderde. 'Europeanen hadden altijd: piano, bas en dan drums. Waarom moest ik altijd als laatste? Fuck off, ik wilde vooraan staan. Nee, nee, hoorde je dan, zo hoort het niet, dan ben je primitief. Ik heb daarvoor gestreden, net als Max Roach en Art Blakey.'

Wonderbaarlijke drummer

Moholo is nog altijd een wonderbaarlijke drummer, een bandleider die op het podium ondanks zijn 75 jaar volledig zeker is van zijn zaak. Hij sleept zijn bandleden mee, stuurt ze aan, laat ze paden betreden waar ze nooit van hadden durven dromen. Oefenen doet hij niet meer. 'Ik kijk naar de trommels en ze spelen vanzelf. Ik hoef niet meer zo veel noten te spelen. Het is als Miles (Davis), soms een enkele noot, harrrrrrr, die je helemaal versteld doet staan.'

Wat maakt iemand een goede drummer? 'Hard werken. En geluk. Juiste plek, juiste moment. Voor hetzelfde geld krijg je geen erkenning en ga je ergens langs de kant van de weg kapot.' Het zijn woorden die herinneringen oproepen aan zijn vroegtijdig overleden Blue Notes kameraden. 'Soms ga ik naar het strand en heb ik een conversatie met de zee. En dan praten Feza, Dudu, Johnny en Chris terug. Dan komen de tranen. Hier ben ik, in Zuid-Afrika, genietend van de vrijheid. En zij zijn nooit teruggekomen, maar ze hebben zo hard gewerkt, eeuwig op die snelweg, strijdend tegen apartheid. Ik ben de enige die een vrij Zuid-Afrika heeft meegemaakt.'

Later in de auto vraag ik of hij de Boer heeft vergeven. 'Wij hebben niet de problemen die Amerika heeft, waar zwarten bang zijn om doodgeschoten te worden. Hier weet de Boer dat ik hem haat en ik weet dat de Boer mij haat. Dat hebben we gemeen: fuck off.'

Oude wonden zijn nu opengereten. 'Je vragen verbazen me', snauwt hij. Hij wil bier en dope. Hij wil naar zijn maten in de shebeen. Weg van die lui die zijn gebroken Langa-ziel nooit zullen begrijpen.

Het Louis Moholo-Moholo Quartet treedt op 18/6 op in het Bimhuis in Amsterdam.

Lennon? Mwa, geen zin

In 1969 waren de Blue Notes in Cambridge voor een optreden. Plotseling hoorden ze een enorm kabaal. Moholo keek naar buiten en zag mensen achter een auto aanrennen. Wie stapte uit? John Lennon. Toen Lennon vroeg of hij ook even mocht spelen, was dat meteen goed. Lennon was zo onder de indruk van de drummer dat hij Moholo vroeg mee te spelen op zijn nieuwe plaat. 'Maar mijn vrouw wilde niet dat ik naar New York ging. Zelf had ik ook geen zin. Ik wilde met Dudu (Pukwana) spelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden