De kweekvijver: schrijvers met diploma's doen niet langer geheimzinnig

Schrijvers hebben naar eigen zeggen baat bij Schrijversvakschool

Schrijver word je niet, dat bén je, zo heet het, dus heeft het geen zin een schrijfopleiding te volgen. Maar zie nu: een hele lichting geprezen jonge schrijvers bezocht de Schrijversvakschool. En daar hebben ze naar eigen zeggen veel baat bij gehad.

Marieke Rijneveld (l) en Marijn Sikken Foto Jouk Oosterhof

Als Marijn Sikken recensies van nieuwe boeken leest, turft ze de sneertjes naar 'schrijfschoolproza'. Dat een boek wordt afgeserveerd vanwege de schrijfopleiding van de auteur gebeurt nog steeds weleens, zegt ze. Desondanks vermeldt Sikken trots op de flap van haar onlangs verschenen debuutroman Probeer om te keren dat ze op de Schrijversvakschool in Amsterdam heeft gezeten.

Is ze niet bang voor zo'n sneer? 'Ik schaam me er in elk geval niet voor, want ik geloof heel erg in schrijfopleidingen.' Toch, zegt ze, is de kritiek niet geheel onterecht. 'Ik denk wel dat je iets té perfect kan doen. Je hebt van die zangeressen die elke noot zo zuiver zingen dat de emotie doodslaat. Dat kan ook met schrijven. Je hoort nooit iemand klagen dat een zangeres het conservatorium heeft gedaan. Maar schrijvers mogen geen schrijfscholen doen.'

Van schrijvers bestaat nog altijd het romantische beeld van mensen die, afgesloten van de wereld, op een zolder ploeteren aan een manuscript. Het talent van god gegeven - schrijver word je niet, dat bén je. Schrijvers kunnen zich niet aanpassen aan de maatschappij, aan normale werktijden en deadlines, aan regeltjes of, nog erger, lesboeken.

Het is volstrekt vanzelfsprekend dat musici het conservatorium, beeldend kunstenaars de kunstacademie en acteurs de toneelschool doen. Maar aan veel lezen, wederom alleen op een kamer, zou een schrijver genoeg moeten hebben, om het vak te leren.

Een schrijfopleiding zou het woest kolkende talent van de schrijver alleen maar proberen in te dammen, en zo onschadelijk maken, met ongevaarlijk, levenloos en marktvriendelijk proza tot gevolg. Eenheidsworsten, die kweek je op een school. Ambachtslieden, ja, die ook wellicht, maar vaklui zonder drift worden nooit kunstenaars.

Schrijvers van een schrijfopleiding kan ik niet serieus nemen, zei Christiaan Weijts (Euforie, Het valse seizoen) in 2013 in Schreef, het tijdschrift van het Letterenfonds. 'De beste schrijvers zijn juist nee-zeggers, outcasts, verschoppelingen. Die verzetten zich tegen groepsdenken. Slauerhoff, Oscar Wilde, Rimbaud. Je kunt je toch niet voorstellen dat die in een schoollokaal hebben gezeten?'

Gek eigenlijk, want Weijts studeerde zelf Nederlands en literatuurwetenschap in Leiden - daar zullen ze toch ook wel lokalen hebben?

Als we alle auteurs die een studie hebben gedaan zouden diskwalificeren, hielden we nauwelijks Nederlandse letteren over. Het afstrepen van oud-studenten van de Schrijversvakschool zou eveneens tot een aderlating voor de literatuur leiden. Zo sneuvelen in dit geval de laatste twee Dichters des Vaderlands: Ester Naomi Perquin en Anne Vegter volgden allebei de vierjarige studie.

Marijn Sikken maakt deel uit van een lichting, vooral vrouwelijke, talentvolle jonge schrijvers die zijn klaargestoomd voor het literaire veld op de Schrijversvakschool. Marieke Rijneveld, die na anderhalf jaar uit eigen beweging stopte met de opleiding, debuteerde in 2015 met de alom bejubelde dichtbundel Kalfsvlies en werd door de Volkskrant uitgeroepen tot literair talent van 2016.

De roman Muidhond, het afstudeerproject en debuut van Inge Schilperoord, werd overladen met sterren, won de Bronzen Uil 2015 en kreeg nominaties voor tal van andere prijzen. Kira Wuck, bekend van de bundels Finse meisjes en Noodlanding, studeerde in 2009 af en wordt nu gezien als een belangrijke literaire stem van haar generatie.

De lijst gaat nog veel verder: van oud-studenten Eva van Esch, Judith Eykelenboom, Anne Eekhout en Gilles van der Loo verschenen de afgelopen jaren goed ontvangen boeken. Niña Weijers, oud-cursiste, debuteerde met de roman De consequenties en won daarmee de Anton Wachterprijs, die elke twee jaar wordt uitgereikt voor het beste debuut. Bovendien: Christiaan Weijts geeft sinds kort zelf ook les in die verdomde schoollokalen.

Praktische info

De Schrijversvakschool Amsterdam is een vierjarige particuliere deeltijdopleiding (kosten per jaar: 2.250 euro), met vijf richtingen: proza, poëzie, scenario, toneel en essay. Per jaar worden er 40 tot 50 nieuwe studenten toegelaten. In het eerste jaar beoefenen de studenten alle vijf genres. Gedurende het tweede jaar wordt een hoofdvak gekozen. In het vierde jaar werkt de student aan een eindexamenproject; een werk dat in principe publicabel moet zijn. Naast de vierjarige opleiding biedt de Schrijversvakschool ook kortere cursussen aan in Amsterdam, Den Bosch, Den Haag en Rotterdam (kosten: 475-675 euro).

Deze namen kun je nog aanvullen met schrijvers van andere opleidingen, zoals Maartje Wortel, Esther Gerritsen, Maurits de Bruijn, Alma Mathijsen en Kaweh Modiri. Schrijvers van schrijfopleidingen kunnen, kortom, wel degelijk serieus worden genomen.

Misschien moeten we juist spreken van de volwassenwording van schrijfscholen in Nederland, waar naast de Schrijversvakschool onder meer ArtEZ in Arnhem, de HKU in Utrecht en de Rietveld Academie in Amsterdam voltijdsopleidingen aanbieden. En dan hebben we het nog niet eens over de waaier aan schrijfhandboeken en schrijfcursussen, on- en offline, waar aspirant-scribenten terecht kunnen.

Ja, we zijn een schrijflustig volk, meer schrijflustig dan leeslustig, helaas.

De schrijfschoolemancipatie heeft zich decennia geleden al voltrokken in de Verenigde Staten, waar masters creative writing aan elke serieuze universiteit worden gegeven, en waar grote auteurs als Bret Easton Ellis, Raymond Carver, Michael Chabon en Donna Tart hun talent hebben ontwikkeld. Waren die er zonder opleiding ook wel gekomen? Of kun je schrijven werkelijk leren? We beginnen de queeste bij de bron: in de schoolbanken.

Op een mooie zaterdagmorgen staan de schrijfpupillen te roken op de stoep voor het mooie pand op de Herengracht 274, dat de Schrijversvakschool deelt met De Nieuwe School. In een lokaaltje op de tweede verdieping staan de bureaus in een U-vorm om docent Graa Boomsma, zelf ook schrijver en essayist. Vier studenten uit het derde jaar nemen plaats, klaar voor kritiek.

'We beginnen in Afrika', zegt Boomsma. Of nou ja, eigenlijk in Italië, waar een bootvluchteling uit Togo probeert te overleven, in het verhaal van een blonde jongen met een baardje. Boomsma overhandigt allereerst de student een stapel krantenknipsels over vluchtelingen, om zich als witte man nog beter in te leven in de binnenwereld van een Afrikaan. De vorige keer was het commentaar op het verhaal: het moet wranger. Daarom heeft de jongeman er nu een confronterend telefoongesprek met het thuisfront in geschreven.

De docent is nog niet helemaal tevreden. 'Wat gebeurt er in zijn kop na zo'n telefoontje? Wacht, ik teken het even uit.' Boomsma trekt een verticale verhaallijn, met een rondje in het midden, dat het telefoongesprek moet voorstellen. 'Dit gesprek moet consequenties hebben. Het zet alles in beweging.' Dan trekt hij een hevig golvende lijn onder het rondje. 'Hij moet in actie komen. Anders hebben we een dobberverhaal.'

Nee, hij leert zijn studenten nooit zomaar wat regeltjes, zegt Boomsma. 'Er is geen recept voor schrijven. Studenten hebben niets aan van die 'Hoe schrijf ik een bestseller?'-boeken.' Hij kan zijn studenten vertellen over perspectief, plot, scènes, spanningsbogen en personages, maar het begint altijd bij de ingeleverde teksten zelf, die hij bewerkt met zijn rode pen. 'Ik ben streng en heel concreet. Anders leren ze er niets van.'

'Van Graa werd ik altijd heel boos en dan ging ik harder werken', zegt Marijn Sikken, die de docent expliciet bedankt achterin haar debuutroman. 'Graa prikt overal doorheen. Een voorbeeld: ik heb soms de neiging te leuteren in een verhaal. Hij schrijft dan in de kantlijn: wat ben je nou aan het doen? Hij kon er één zin uithalen en zeggen: hier gaat het om. En dan hele pagina's doorkrassen - woest werd ik ervan.'

Niet bij iedereen slaat die strenge aanpak aan, weet Sikken. 'Maar daarom is het goed dat je veel verschillende docenten krijgt, ieder met een eigen schrijfopvatting. Allemaal nestelen ze zich ergens in je brein. Zo leer je kritisch naar je eigen teksten kijken. Nog steeds denk ik soms: wat zou Graa hiervan zeggen?'

Wat Marieke Rijneveld vooral is bijgebleven van haar anderhalf jaar op de Schrijversvakschool is dat Wim Brands, de vorig jaar overleden schrijver en interviewer, ooit tegen haar zei: 'Je doet maar wat! Wees eens netjes.' Ze schrok ervan. 'Maar uiteindelijk hielp het me om zorgvuldiger naar mijn tekst te kijken.'

Op haar 19de, toen ze bijna elke maand aan een nieuw manuscript begon, tikte Rijneveld in Google 'schrijver worden'. Ze belandde op de site van de Schrijversvakschool. De belangrijkste les die ze er geleerd heeft noemt ze: 'Dat ik geen absurdisme nodig heb om een verhaal over te brengen. Ik dacht eerst: hoe gekker, hoe beter. Maar schoonheid zit juist in het onopvallende, in de sereniteit van het dagelijkse.'

De opleiding was voor Rijneveld vooral een manier om de chaos in haar hoofd te ordenen. Structuur had ze nodig. Een stok achter de deur is wat veel studenten zoeken op de school. 'Het was fijn om elke week wat te moeten inleveren', zegt ook Kira Wuck. 'Ik had die opdrachten in het begin nodig om aan de slag te blijven en mijn eigen stijl te ontdekken.'

Inge Schilperoord volgde de opleiding naast haar werk als forensisch psycholoog. 'Ik was op een punt beland waarop ik feedback nodig had. Op school kwam ik erachter dat ik te veel bezig was met hoe mooi de taal moest zijn. Eindeloze sfeerbeschrijvingen bijvoorbeeld. Ik leerde veel functioneler naar mijn verhaal te kijken: wat wil ik hiermee zeggen?

In zijn werkkamer op de Herengracht zegt directeur Hans Hogenkamp het onomwonden: 'Sommigen hadden het zonder ons nooit gered.' Anderen waren sowieso schrijver geworden, denkt hij, maar dat proces is door de school versneld. 'Wij ontwikkelen talent. Bij een tennisser of pianist gaat dat ook sneller onder begeleiding. Iedereen kan beter leren schrijven. Maar niet iedereen kan een goed boek schrijven. Daarom vallen de meesten ook af.'

Door die afvalrace ontstaat een piramidemodel. Er zitten zo'n veertig studenten in het eerste jaar, dertig in het tweede, twintig in het derde en tien in het vierde. Hogenkamp: 'Daarvan studeren er zo'n zes af. Ongeveer driekwart van de afgestudeerden debuteert bij een literaire uitgeverij. Dat is onze kracht. En die moeten we niet uithollen.'

Zo blijft het literaire ecosysteem in balans. Meer afstudeerders zou een verzadiging opleveren. Bovendien heeft de school geen winstoogmerk. Hogenkamp: 'Anders zouden we net zo goed zo veel mogelijk mensen aan kunnen nemen en mensen eeuwig door kunnen laten studeren.'

Schrijven kun je wel degelijk leren, denkt ook Boomsma, de technieken in elk geval. 'Als er geen talent aanwezig is, kan ik het er niet in stoppen. En wie niks te melden heeft, valt vanzelf af.' Daar is meestal weinig discussie over. Als het goed is zou een student al moeten merken dat het niets wordt tijdens de lessen. 'Als mijn inbreng te groot wordt, als ik eigenlijk alle ideeën aanlever, dan is er iets mis.'

Je kunt wel zeggen dat de literaire wereld het unaniem eens is. Kun je schrijven leren? Ja, tot op zekere hoogte, maar aanleg en doorzettingsvermogen zijn basisvoorwaarden. Al wordt die tweede nog weleens onderschat. Zelfs op de Schrijversvakschool moet je het uiteindelijk zelf doen.

Die 'saaiheid van het schrijverschap' leerde Ester Naomi Perquin, oud-student en inmiddels Dichter des vaderlands, omarmen op de school. Mensen met talent kende ze genoeg, maar weinigen konden zich opofferen aan 'de eenzame strijd met de pagina's'. 'Ik merkte dat de mensen die echt goed waren, bereid waren om saai te zijn.'

De meesten op school konden dat niet. 'Je hebt een heel grote groep die het schrijverschap ambieert, maar dan vooral het schrijverschap van de foto op de achterflap, de interviews en het Boekenbal.' Het verbaasde haar hoe weinig haar medestudenten lazen. 'Ik hoorde dan iemand zeggen: ik lees niet, want dat leidt me af van mijn eigen stijl of werk.'

Een smoesje of een misvatting, weet Boomsma. Hij merkt eveneens dat veel studenten weinig hebben gelezen. Daarom zit er een leescursus in de opleiding. 'De Russen, de Duitsers - je moet je klassiekers kennen. Kijk goed naar dat vakmanschap, zeg ik dan. Hoe doen zij het? Imiteren is niet erg, als je daarna maar verder groeit.'

Tekst gaat verder onder de video.

'De Graa Boomsma-show noemden wij de leesblokken', zegt Sikken. 'Hij gaat op een stoel zitten en zegt: 'Oké, jongens we gaan vanavond Lolita bespreken. Jullie hebben en passant natuurlijk het hele oeuvre van Nabokov tot je genomen. En ik ga jullie nu uitleggen waarom Lolita een omgekeerde detective is.'

Geen enorme lezers dus, de meesten, maar wat valt er nog meer te zeggen over de studenten? De mensen die zich bij de school melden hebben steun nodig, zegt Boomsma, die eraan toevoegt dat hij zelf absoluut niet geschikt zou zijn om op een schrijfschool te zitten. Er zitten bovendien meer vrouwen dan mannen op. 'Vrouwen vragen makkelijker om hulp dan mannen', denkt directeur Hogenkamp. 'Al is dat psychologie van de koude grond.'

De leeftijd van de studenten loopt uiteen van 18 tot 50, maar het gemiddelde ligt rond de 35, schat Hogenkamp. Verder is de school bijna geheel wit. Een open deur, volgens Boomsma. En uit de onderwerpkeuze maakt hij niet een heel erg grote betrokkenheid met de wereld op. 'Maar dat is sowieso iets van deze tijd.'

Bijna alle oud-studenten benadrukken hoe fijn het was om je onder gelijkgestemden te begeven op de school. 'Het was zalig dat ik mensen sprak die begrepen dat ik wakker kon liggen van een bepaald woord', zegt Perquin. 'Het was een veredeld buurthuis, een kroeg zonder alcohol - ik heb me nog nooit zo thuis gevoeld op een school.'

Met zo'n saamhorigheidsgevoel is het niet gek dat er gelijkenissen ontstaan in het werk, denkt Perquin. 'Literaire tijdschriften, schrijfscholen, bevriende schrijvers - elke groep krijgt de reputatie van eenvormigheid. En dat is deels terecht. Je doet elkaar altijd een beetje na, bewust of onbewust. Eufemistisch gezegd heet dat dan een literaire stroming.'

Om eenvormigheid tegen te gaan doceert de Schrijversvakschool geen vaste syllabus, zegt Hogenkamp. 'Iedereen krijg juist de ruimte om zijn eigen stem te ontwikkelen.' Volgzaam zijn werd niet gewaardeerd, merkte ook Sikken. Sterker nog, zegt ze: 'Er zijn mensen blijven zitten omdat ze precies deden wat de docent zei. Er komt een punt dat je moet zeggen: je hebt ongelijk en ik ga laten zien waarom.'

De emancipatie van schrijfscholen heeft zich de afgelopen tien jaar duidelijk voltrokken, vindt Hogenkamp. 'Ik merk aan het hele literaire veld - uitgevers, jury's, recensenten, schrijvers - dat de opleiding serieus wordt genomen. In de jaren negentig was het geen aanbeveling om te zeggen dat je van de Schrijversvakschool kwam. Nu werkt het je zeker niet tegen. Er wordt actief bij ons gescout. De school is een kweekvijver geworden.'

Geheimzinnig doen de meeste schrijvers niet meer over hun tijd op een schrijfopleiding. Toen Schilperoord haar manuscript Muidhond opstuurde naar uitgevers, voegde ze het juryrapport van de Schrijversvakschool toe. En op de boekpresentatie van Probeer om te keren, het debuut van Marijn Sikken, werd het rapport van de school voorgelezen. Tot dusver heeft het hun beiden geen sneertjes opgeleverd.

Vijf alumni van de Schrijversvakschool


Ester Naomi Perquin

Ester Naomi Perquin (1980) is Dichter des Vaderlands. Naast haar studie aan de Schrijversvakschool was ze cipier in de gevangenis. Ze debuteerde in 2007 met de dichtbundel Servetten halfstok, waarmee ze de Eline van Haarenprijs 2008 won voor de beste bundel van een dichteres tot 35 jaar. Haar tweede dichtbundel Namens de ander werd bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs 2010 en de J.C. Bloem-poëzieprijs 2011. Voor haar derde bundel Celinspecties, verschenen in het voorjaar van 2012, won ze de VSB Poëzieprijs 2013. Sinds 2015 is Perquin interviewer op NPO Radio 1 voor het VPRO-programma Nooit meer slapen.

Ester Naomi Perquin Foto Theo Audena

Kira Wuck

Kira Wuck (1978) won in 2012 het NK Poetry Slam. In hetzelfde jaar kwam haar poëziedebuut Finse meisjes uit, waarover de Volkskrant schreef: 'Wucks kracht ligt in de scherpte en veelzeggendheid van haar beelden, die zich nooit onmiddellijk prijsgeven.' In 2013 ontving ze aanmoedigingsprijs de C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd ze genomineerd voor de C. Buddingh-prijs en de Jo Peters PoëziePrijs. Haar verhalenbundel Noodlanding kwam in 2016 uit.

Kira Wuck Foto Roger Cre

Marijn Sikken

Marijn Sikken (1990) won in 2011 zowel de jury- als de publieksprijs van Write Now!. Haar korte verhalen verschenen in De Titaan, Passionate Platform, Kluger Hans, Tirade en De Optimist, waar ze sinds 2015 redactielid van is. Eind februari verscheen haar debuutroman Probeer om te keren, een verhaal over het dorp Leem, waar de 18-jarige Eline als enige van haar klasgenoten is achtergebleven. Sikken werkt in het Wilhelmina Kinderziekenhuis Utrecht en schrijft een column voor Literair Nederland.

Marijn Sikken Foto Theo Audena

Marieke Rijneveld

Marieke Rijneveld (1991) debuteerde in 2015 met de dichtbundel Kalfsvlies, die in de Volkskrant en NRC Handelsblad vier sterren kreeg. Aan het eind van dat jaar werd ze in de Volkskrant tot literair talent van het jaar uitgeroepen. Ook in Trouw verscheen Kalfsvlies op de eindejaarslijstjes van beste boeken. Rijneveld won de C. Buddingh'-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar. Sinds 2015 is ze redacteur van Revisor. Ze werkt aan haar eerste roman.

Marieke Rijneveld Foto Jouk Oosterhof

Inge Schilperoord

Inge Schilperoord (1973) werkt als forensisch psycholoog bij het Pieter Baan Centrum en debuteerde in 2015 met de roman Muidhond, waar ze de Bronzen Uil mee won, de prijs voor het beste Nederlandstalige debuut. 'Een duistere en grootse prestatie', schreef de Volkskrant. Het boek werd ook genomineerd voor de ECI Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs 2016, de Fintro Literatuurprijs 2016, de Opzij Literatuurprijs en de ANV Debutantenprijs.

Inge Schilperoord Foto Theo Audena

Wat vindt een uitgever van de Schrijversvakschool?

Joost Nijsen, Uitgeverij Podium, uitgever van Kira Wuck en Inge Schilperoord:

'Tien of twintig jaar geleden had ik gezegd: talent laat zich niet opleiden. Wat moet een kunstenaar leren in schoolbanken, van docenten die zelf niet altijd zo succesvol zijn als schrijver? Nu moet ik vaststellen dat de opleidingen wel degelijk nuttig zijn, het niveau stijgt elk jaar.

'Bij veel goede schrijvers die van de opleidingen komen, denk ik: links- of rechtsom, je was er altijd wel gekomen. Toch hoor ik van Kira Wuck en Inge Schilperoord dat ze veel hebben opgestoken op de Schrijversvakschool. En dat ze er rustig de tijd hebben genomen om aan hun debuut te werken.

'Als een manuscript van een oud-student van de Schrijversvakschool binnenkomt, kijk ik er niet anders naar. Het is een ontmoediging noch een aanbeveling, de opleidbaarheid van schrijvers blijft bescheiden. Alles wat binnenkomt, proberen we met deze open blik te lezen. Overigens zonder illusies: het gros is ondermaats.

'Soms krijgen we iets binnen van een ruw talent. Dan adviseren we ook weleens: ga een schrijfopleiding doen. Ja, het kan zeker nuttig zijn om het vakmanschap te leren. Talent laat zich heus niet stukmaken door een school.'