AchtergrondMogelijkheden coronacrisis

De kunstwereld komt in het coronatijdperk weer tot zichzelf

Een halfjaar na de sluiting die de cultuurwereld platlegde, krabbelen instellingen en kunstenaars moeizaam op. Wat blijkt: de grote ontspanning in de kunstwereld, zonder maakdwang en internationale concurrentie, opent ook nieuwe mogelijkheden.

Beeld Astrid Anna van Rooij

En toen stopte de muziek. Op donderdag 12 maart, halverwege de middag, kondigden premier Mark Rutte en zijn crisisteam een verbod af op samenkomsten van meer dan honderd mensen. Het moest de verspreiding van het coronavirus stoppen. Musea sloten aan het eind van de middag de deuren, concert- en theaterzalen bliezen voorstellingen voor die avond af. Het culturele leven viel stil.

‘Wat ik voelde?’, zei componist Willem Jeths een paar dagen later in de Volkskrant. ‘Vergelijk het met wanneer je denkt dat je in een heel goede relatie zit en je partner uit het niets zegt: het is over.’

De première van Ritratto, de opera waarvoor Jeths anderhalf jaar lang aan zijn schrijftafel had gezeten, was van de baan. Ze konden donderdagavond nog net de generale repetitie op video opnemen.

Hoe verstrekkend de gevolgen van de sluiting waren voor de cultuurwereld – van theatergroep tot kunstacademie en van popzaal tot amateurkoor – was niet meteen duidelijk. Het kwam in stappen. Even was het idee nog: drie weken dicht en dan gaan de lichten weer aan. Daarna: als de quarantaine zich tot april uitstrekt, misschien zijn de zomerfestivals dan te redden. Er moest toch een moment komen waarop het leven dat met één beweging tot stilstand kwam, met eenzelfde vingerknip aan de praat zou worden geholpen?

Maar zo ging het niet.

De coronacrisis is een schok die het internationale kunstsysteem heeft ontregeld. De lockdowns en reisbeperkingen gooien het circuit van concerttournees en kunstbruiklenen in de war. De afstandsregels beperken het bezoek en trekken daarmee het verdienmodel omver. De onzekerheid over een vaccin maakt het  vooruitplannen van de cultuuragenda onverantwoord.

Noodsteun van de overheid houdt het gesubsidieerde stelsel overeind. Maar het heeft ontslagrondes niet kunnen voorkomen en velen van de tienduizenden zzp’ers in de cultuursector staan voor de vraag of ze zich niet moeten laten omscholen. Ja, er is na de zomer weer een cultureel seizoen op gang gekomen, maar desgevraagd zeggen culturele instellingen in elke tweede zin dat het niet rendabel is.

Geen ontkomen aan De pest 

De schouwburgen en musea mochten dan gesloten zijn, lezen kon wel in de quarantainetijd. Geen roman kon tippen aan de populariteit van klassieker De pest van de Franse schrijver Albert Camus. Tot in Zuid-Korea stond die in maart boven aan de bestsellerlijsten. Theatergroep Orkater brengt vanaf oktober in Nederland een eigen bewerking op het toneel.

Het roept na de eerste zes maanden de vraag op hoe de kunsten zich heruitvinden – ook de Raad voor Cultuur schetste daarom deze week na een rondgang hoe de culturele sector met vallen en opstaan nieuwe wegen zoekt. Er tekenen zich een paar trends af, die zich deels al laten illustreren met hoe het verder ging met de opera Ritratto.

De videoregistratie ging vrij snel gratis (!) online, en trok wereldwijd 75 duizend kijkers. ‘Met uitverkochte voorstellingen tijdens het Opera Forward Festival hadden we maximaal vierduizend mensen bereikt’, zei directeur Sophie de Lint van De Nationale Opera onlangs in de Volkskrant.

Bovendien gaat het werk al in oktober alsnog op het podium in première. Zo makkelijk had er voor corona nooit een productie in de Stopera tussen geschoven kunnen worden. Het hielp ook dat de zangers uit het opleidingsinstituut van de opera in Amsterdam komen en de orkestmusici uit Den Haag.

Er borrelt een verlangen op om lessen uit de crisis te trekken. ‘Hoewel de flexibiliteit deels uit nood is geboren’, schrijft de Raad voor Cultuur, ‘hoorden we in onze gesprekken bij gesubsidieerde instellingen en kunstenaars vooral ook opluchting over het wegvallen van maakdwang, prestatieafspraken en de beperkingen die subsidieregelingen bieden. En ook voor niet-gesubsidieerde instellingen en kunstenaars werkt het verademend dat nog niet elk theater, elk festival, elke expositieruimte, elk debatcentrum voor de komende twee jaar zit volgeboekt, en dat niet elke solist, regisseur, curator al ergens onder de pannen is. De roep om ook in de toekomst korter op de bal te kunnen spelen, klinkt luid.’

Beeld Astrid Anna van Rooij

1. De ontdekking van online – of hoe kunst 2.0 de echte ervaring gaat aanvullen

De rapper Travis Scott, producer Diplo en rockband Weezer traden bij gebrek aan festivals en grote zalen virtueel op in het online videospel Fortnite – voor het optreden van Scott, tijdens het hoogtepunt van de quarantaine, schakelden 28 miljoen gamers in. De release van Mulan op het onlinekanaal Disney+ ging met evenveel publiciteit gepaard als wanneer de animatiefilm in de bioscoop in première ging.

Natuurlijk was internet al lang een podium voor kunst en cultuur. De eerste versie van Google Arts & Culture – waar je virtueel door musea kunt wandelen en zo ver op schilderijen kunt inzoomen dat het is of je door een microscoop kijkt – ging al in 2011 van start.

Maar zolang de schouwburgen open waren, zagen veel culturele instellingen internet vooral als marketingkanaal: om bezoekers vanuit hun timeline naar rij 17 stoel 5 te lokken. De coronacrisis heeft cultuurmakers en -liefhebbers een crash course gegeven in online museumbezoek en concertlivestreams. Hoewel iedereen het erover eens is dat een thuisscherm nooit de echte ervaring evenaart, zal de rol ervan toenemen.

De eerste experimenten om daar ook kaartjes voor te verkopen hebben al plaatsgehad. Concertorganisator Mojo verkocht kaarten voor kleine shows in de Ziggo Dome met thuiskijkers. Maar sinds de zalen weer beperkt bezoek mogen ontvangen, stoppen directies hun energie eerst in het zo goed mogelijk benutten van de ruimte binnen de anderhalvemetermaatregelen. Daarna gaat er vast voortgeborduurd worden op het idee van goedkopere kaartjes voor wie vanaf de bank wil meekijken, mits dat een goede registratie is. (Zo zijn trouwens al jaren opera-uitvoeringen van de Metropolitan in New York rechtstreeks in bioscopen in de hele wereld te volgen.)

De najaarsfestivals hebben het digitale podium wel omarmd in het spoor van het Holland Festival, dat in juli halsoverkop een 2.0-versie van zijn programma op poten zette. De Nederlandse Dansdagen bieden in oktober acht dagen lang gratis registraties van voorstellingen en discussiegesprekken aan – ook in de hoop nieuw publiek te interesseren. Het Nederlands Film Festival heeft zijn onlineprogramma al wel van een kassa voorzien. Het helpt dat publiek dankzij de opkomst van ‘thuisbioscoop’-platforms al gewend is per gekeken film te betalen.

Om deze ontwikkeling aan te jagen stelde de Raad voor Cultuur deze week voor een gezamenlijk platform te bouwen voor ‘aantrekkelijke, betaalbare cultuur’ op basis van al lopende particuliere en publieke initiatieven. Dat kan voorkomen dat ieder muziekgezelschap en iedere theaterzaal zelf het wiel gaat uitvinden. Maar het kan ook tot een overlegcircus en tijdverlies leiden.

2. Eigen werk eerst – of hoe Nederlandse makers door coronabeperkingen het licht vangen

Het museum Singer in Laren zat in maart vol in de voorbereiding van een exclusieve expositie met werk van de Belgische schilder Théo van Rysselberghe. De quarantaine maakte bruiklenen van het honderd jaar oude oeuvre niet meer zo makkelijk te regelen en al snel was onduidelijk of in september überhaupt de bezoekersaantallen mogelijk waren om de tentoonstelling te bekostigen.

Het roer moest om, en daartoe doken de conservatoren in de eigen collectie van Singer – net verrijkt met een reeks nieuwe schenkingen – waar ze ‘Schilders van Licht’ uit samenstelden. Met werk van Claude Monet, Jan Toorop en Jan Sluiters. In de eerste twee weken vulden de bezoekersplekken in de corona-tijdvensters zich snel en stond het stoplicht dat de toegang bij de ingang in goede banen leidt, geregeld op rood.

Het wegvallen van het internationale verkeer stelt programmeurs voor nieuwe keuzes – vooral in de sterk geglobaliseerde werelden van muziek en beeldende kunst. Het Festival Oude Muziek viel de laatste weken op door de uitgebreide selectie Nederlandse musici die ze in tal van kleine kerken en ruimtes het podium gaven. Ineens hoefde een sopraan niet meer te concurreren om een plek met collega’s uit Duitsland, Italië of Amerika.

In popzaal 013 in Tilburg treedt zanger Guus Meeuwis al vanaf begin augustus een paar avonden in de week op om te compenseren voor zijn weggevallen stadionconcerten in Eindhoven. Poppodia van Arnhem tot Haarlem hebben de leeggevallen agenda aangegrepen om bands uit de stad de zaal te geven, hun optredens op te nemen en online te verspreiden. Het maakt zichtbaar hoe achter de namen van doorgebroken artiesten een grote poel van eigen talent schuil gaat – een idee dat ook kunstcentrum Marres in Maastricht naar Londens voorbeeld aanpakte door in juli de Limburg Biënnale aan te kondigen waar professionals en amateurs werk voor konden insturen.

De Raad voor Cultuur ziet hier een verschuiving in het verschiet liggen. ‘Door explicieter voor bezoekers uit de eigen regio te programmeren, en een minder strikte lijn te hanteren tussen ‘professionele’ en ‘niet-professionele’ kunst kan de sector dichter bij het publiek komen te staan.’ De laatste jaren was de nadruk in het programma op het exclusief binnenhalen van sterren of kunstwerken van ver weg, omdat je als instelling daar publiek mee kon trekken en dus inkomsten kon binnenhalen.

Beeld Astrid Anna van Rooij

3 Hier sta ik, ik kan niet anders – of hoe de kunstwereld (even?) zijn zelfvertrouwen terugkreeg

Poëzie was het bepaald niet, maar koning Willem-Alexander noemde kunst en cultuur dinsdag wel in de Troonrede. ‘Met een aanvullend pakket van bijna een half miljard euro voor kunst en cultuur onderstreept de regering het grote maatschappelijke belang van deze sector.’

De grote slagen om geld zijn gestreden. Het noodpakket tot 1 juli 2021 ligt vast, net als het subsidiepakket tot 2024. Toen zich een gat van wel 2 miljard aan omzetderving opende, grepen belangenbehartigers ongegeneerd naar economische argumenten om het belang van de culturele sector te onderstrepen. Ja, cultuur is een teken van beschaving, maar het brengt ook gewoon brood op de plank – 3,8 procent (van het nationaal inkomen) en 4,7 procent (van de werkgelegenheid) zijn cijfers die bijna zo ingebeiteld zijn geraakt als de 9 muzen uit de Griekse mythologie.

De overheidspot is zeker niet groot genoeg om iedereen aan het werk te houden, maar de kunsten hebben zich in moeilijke tijden niet zo laten uitkleden als onder het kabinet-Rutte I. ‘Nu doorpakken’, is een kreet die dezer dagen in kunstkringen klinkt. Het kunstbestel moet op de schop: de rat race van de vierjaarlijkse subsidierondes moet stoppen. Tijdens een debat op het Theaterfestival lieten Kamerleden van regeringspartijen D66 en VVD optekenen dat ze graag dit najaar in gesprek gaan, zodat – wie weet – in de verkiezingsprogramma’s voorstellen kunnen belanden over hoe het anders moet.

Of daar echt iets van komt, blijkt pas na 17 maart, als de Tweede Kamerverkiezingen zijn. Mocht een tweede coronagolf de economie dan verder hebben beschadigd, zodat bezuinigen weer in zicht komt, dan is de vraag hoe de kunsten zich in zo’n tweede ronde weren. Uit een opiniepeiling in opdracht van de Volkskrant bleek vorige week nog dat behalve ontwikkelingssamenwerking ook kunst en cultuur onder kiezers hoog scoren als saneringspost.

Lees meer over de impact van corona op cultuur:

Ineens speelde het culturele leven zich volledig af op internet, dat tot nog toe vooral voor marketing werd gebruikt. Hoe moet je het onlinepodium bespelen, om ook daar je publiek te ontroeren? We zochten in april antwoord op die vraag. ‘Laat je niet opeten door het scherm.’ 

Na decennia van culturele globalisering lijkt het erop dat de kunsten nu een tegengestelde beweging (moeten) maken. Is het tijdperk van cultureel regionalisme aangebroken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden