Recensie

De kunstenaar als verzetsman, de verzetsman als kunstenaar

Het werk van kunstenaar Ai Weiwei druipt van activisme. Waarom we er tóch massaal voor vallen.

Ai fotografeert eigen werk, Colored Vases, in Londen. Beeld reuters
Ai fotografeert eigen werk, Colored Vases, in Londen.Beeld reuters

De aankomst op het plein voor de Londense Royal Academy of Arts is tamelijk overweldigend. Loop je nietsvermoedend vanuit Piccadilly onder de lage boog het pompeuze voorplein op, sta je plots oog in oog met acht kale reuzeneiken. De verrassing is goed geënsceneerd. Temeer omdat die verrassing bij nadere bestudering een doorstart kent: de bomen blijken samengesteld uit lossen takken en stukken boomstam die met flinke bouten aan elkaar zijn gezet.

Typisch Ai Weiwei om de geheimen niet gelijk prijs te geven. Typisch ook Ai Weiwei om daarmee in tweede instantie een boodschap uit te dragen: het hout is afkomstig uit alle regio's van China. En dat al die bomen kaal en dood zijn, zegt iets over de Chinese maatschappij. Niet?

Kunstactivist

Ai Weiwei (1957), de Chinese kunstactivist. Troubleshooter als het gaat om de Chinese overheid kritisch volgen en het liefst aan de schandpaal te nagelen met zijn kunstwerken, uitspraken, mediaoptredens en internetactiviteiten. Rusteloos fulmineert hij ('I'm extremely dangerous') tegen de machthebbers in Peking, met gevaar voor eigen leven. Zoals bleek in 2011 toen hij, op weg naar Hongkong, onverwachts werd opgepakt op het vliegveld, een zwarte zak over het hoofd kreeg, in een wagen werd afgevoerd en hij dacht aan andere critici van wie daarna nooit meer iets is vernomen.

81 dagen werd hij opgesloten, in een cel waarvan de muren en meubels met wit plastic waren afgeplakt. Dag in, dag uit werd Ai in de gaten gehouden, om gek van te worden - dat was de bedoeling. Het is niet gelukt. Ai greep de gebeurtenissen aan om een kunstwerk te maken van gevangeniscellen in miniatuurvorm, waarin te zien is hoe hij door twee bewakers wordt geëscorteerd tijdens het eten, slapen, douchen en poepen. Een werk dat wel invoelbaar maakt hoe intimiderend deze opsluiting moet zijn geweest.

Wat Ai precies is, criticaster of kunstenaar, is onduidelijk. Of misschien is juist dát het karakteristeke aan hem: dat hij tussen beide metiers geen onderscheid maakt. De kunstenaar als verzetsman; de verzetsman als kunstenaar. Bovendien heeft hij er succes mee. Zijn werk wordt prima verkocht, voor krankzinnige bedragen (vindt Ai trouwens zelf ook). Hij is een graag geziene exposant die overal opduikt, van de Biënnale van Venetië tot de Documenta in Kassel, van het Groninger Museum tot Museum De Pont in Tilburg. Hij is uitgegroeid tot de Chinese knuffeldissident met wie iedereen zich graag identificeert en een selfie maakt. Kortom, hij spreekt ons, westerlingen, enorm aan.

Waarom? Politiek geëngageerde kunst is niet iets wat je in groten getale in de Westerse musea tegenkomt. Sterker, het optimisme viert tegenwoordig hoogtij, samen met het hedonisme à la Jeff Koons en Takashi Murakami. En toch maakt Ai hier furore. Van zijn 71 solopresentaties in de afgelopen vijf jaar waren er maar liefst 60 in Europa en Amerika.

Profiel

Lees hier het profiel van kunstenaar Ai Weiwei.

S.A.C.R.E.D. Beeld AFP
S.A.C.R.E.D.Beeld AFP

Uitgebreid overzicht

Zo is er nu in de Royal Academy een uitgebreid overzicht te zien. Een dwarsdoorsnede van zijn werkzaamheden, vanaf de vroege meubelsculpturen. Het is een conventionele opstelling, keurig per zaal ingericht, chronologisch opgezet en daardoor wat zouteloos. Met kunst die doet denken aan het minimalisme en de landart van Ai's Amerikaanse vakgenoten, vermengd met exotische houtsoorten, gedroogde theeblaadjes, voorwerpen uitgehakt in jade.

Voor wie het werk niet goed kent, oogt de tentoonstelling in eerste instantie als een serene presentatie. En sereniteit is niet het woord dat het werk van Ai wil uitstralen. Wellicht even, als verleidelijk begin, maar daarna moet de urgentie waarmee het is gemaakt zichtbaar, of beter: voelbaar worden.

Dat die urgentie, zeg maar drammerigheid, niet overdrachtelijk is gemaakt, is het grootste gemis in de Royal Academy. Misschien komen Ai's beelden het best tot hun recht in afzonderlijke presentatie en niet in een overzichtstentoonstelling. Omdat achter elk werk een enorme stuwkracht zit, een noodzakelijkheid, niet alleen artistiek, maar vooral inhoudelijk.

Want vergis u niet: alles is politiek. Alles is gebaseerd op zijn onvrede over hoe in China de vrijheden worden beknot. Hoe de overheid met een pennenstreek kan beslissen over het lot van velen. Hoe kennis wordt achtergehouden. Mensen worden opgepakt, monddood gemaakt, gearresteerd, gemarteld of hoe zij naamloos verdwijnen.

Onder toezicht

Het decembernummer van fotografieblad Foam Magazine krijgt Ai Weiwei als gasthoofdredacteur. Het zal een themanummer worden over ‘Freedom of expression under surveillance’. De kunstenaar staat zelf centraal met onder meer een speciale sectie gewijd aan zijn Instagramaccount, een van de manieren waarop hij registreert hoe hij in de gaten wordt gehouden.

Straight

Neem een van de bekendste en aangrijpendste werken: het zaalvullende Straight. Op de grond ligt een golvend tapijt van kaarsrechte, roestige staaldraden. Het werk refereert duidelijk aan hoe Carl Andre op een New Yorks adres een aantal ruimten tot kniehoogte met aarde volkieperde of hoe Joseph Beuys zalen met vilt kon behangen.

Maar hoe aantrekkelijk dit werk in eerste instantie ook mag zijn: het gaat om het verhaal dat eraan voorafgaat. Dat dit ijzer ooit de bewaping was van huizen en schoolgebouwen in de provincie Sichuan, waarvan delen door de aardbeving in 2008 in een uitgestrekte, vlakke woestenij veranderden. Waarbij 70 duizend mensen omkwamen, onder wie 5.196 kinderen, om precies te zijn. Een getal dat door de overheid niet mocht worden genoemd.

Op aanwijzingen liet Ai een onderzoek uitvoeren naar de deugdelijkheid van de gebouwen. Vooral de staatsscholen bleken te zijn opgetrokken uit 'tofu'-beton om kosten te besparen en grotere winsten te maken. Overtuigd van het gesjoemel verzamelde Ai 150 ton verwrongen bewapening en liet het centimeter voor centimeter door talloze arbeiders rechtbuigen. Nu ligt het in Londen uitgestald als een monument tegen de corruptie en vóór de talloze kinderslachtoffers, van wie de namen tegen de muren staan geschreven.

Ander voorbeeld: het gebouwtje van kapotte bakstenen even verderop in de Royal Academy. Op het eerste gezicht niet veel meer dan kunstig gestapelde stenen, waarin klassiek houtsnijwerk is verwerkt. Maar wat blijkt: de stenen zijn afkomstig van een cultureel centrum dat Ai op verzoek van Shanghai had ontworpen en liet bouwen. Maar dat, nadat Ai met zijn eigenzinnige kritiek en gedrag bleef doorgaan, vier maanden later door dezelfde overheid in een enkele dag werd afgebroken.

Tree #2. Beeld Ai Wei Wei/Royal Academy
Tree #2.Beeld Ai Wei Wei/Royal Academy

‘Ik groei’

Was hij in een milde stemming? Had hij een goed gesprek gehad met de hoge heren uit de Partij? Hoe dan ook, tegenover de Süddeutsche Zeitung was Ai Weiwei plots heel terughoudend in zijn kritiek op de Chinese overheid. ‘Die heeft zich steeds positiever tegenover mij getoond. (…) Ze zijn niet dom. Er zitten heel menselijke en slimme mensen in de regering.’ Hoe komt het dat Ai zo terughoudend is? Poëtisch: ‘Ik ben als een boom. Ik groei.’

Kenmerkende werkzijze

Het is een kenmerkende werkwijze. Materialen en voorwerpen worden door Ai verzameld, artistiek verwerkt en van intensere betekenis voorzien. Bewapening uit een aardbevingsgebied en bakstenen uit een afgebroken gebouw dus, maar ook kostbare vazen uit de Ming-periode die een nieuw eigentijds kleurtje krijgen; oude stoelen die tot beelden worden verzaagd, krukjes die zijn gestapeld, fietsen die aan elkaar zijn gelast tot gigantische objecten - alles vanuit een drang de traditionele waarden van China (gemeenschappelijkheid, ambachtelijkheid) met democratische idealen te verbinden. En in een Westerse vormtaal te gieten.

Veel van wat hij maakt spreekt ons aan. Ai's stijl is niet vreemd, anders dan je tegenwoordig op veel biënnales ziet met de introductie van Chinese, Indiase of Zuid-Amerikaanse kunst, die exotisch is, gebaseerd op andere smaakpapillen, als karakteristieke representant van een ons vreemde cultuur die moeilijker is te duiden.

Niet bij Ai. Het begin van zijn carrière viel samen met zijn verblijf in de Verenigde Staten: Philadelphia, Berkeley, New York. Daar bestudeerde hij de readymades van Marcel Duchamp (pispot, fietswiel, flessenrek), het minimalisme van Carl Andre (robuuste houtblokken, koperplaten op de grond, aarde) en Donald Judd (kubussen), de Brillo Boxen van Andy Warhol.

Grootste triomf tot nu toe, op artistiek gebied: de immense vloer van de Turbine Hall in de Londense Tate Modern, gevuld met een dikke laag handgeschilderde porseleinen zonnebloempitten, uit 2010. Een volslagen minimalistisch werk, op westers-modernistische leest geschoeid, waar overigens de Chinese thematiek doorheen schemerde. Van de collectieve geest, de waarde van ambachtelijkheid, de menselijkheid van de arbeidsomstandigheden; en de afkeer van het hedendaagse 'economisme' en een op drift geraakte maatschappij.

Diepgeworteld verzet

Wat Ai maakt, komt veelal voort uit een diepgeworteld verzet tegen wie er in China op dit moment de dienst uitmaakt. Voor wie graag psychologiseert, liggen de motieven voor het oprapen. Een ervan is hardnekkig: Ai's vader, de dichter Ai Qing, was een oude kameraad van partijleider Mao totdat hij in ongenade viel en naar de woestijn werd verbannen, waar hij wc's moest schoonmaken. Tegen die achtergrond groeide Ai op.

De barre omstandigheden en miskenning van zijn vader hebben bepaald wie hij is geworden: een onverzettelijk criticus. Om revanche te nemen op wat zijn vader is overkomen, straalt Ai de houding uit dat hij niet is te breken, niet om te kopen, niet te stoppen. Dat hij niet voor het conformisme is, zoals zoveel Chinezen, maar voor de confrontatie. En dat hij tot het einde der dagen zal doorzetten.

Het verklaart mede zijn aantrekkingskracht in het Westen. Want ja, dat soort activisme, waar vind je dat in de kunst nog? Het lijkt te zijn uitgestorven. Ai doet ons denken aan vervlogen tijden. Ha, oud engagement. Hé, de romantiek van de individuele verzetsdaad. Joechee, de gedreven kunstenaar die zich, als Robin Hood en Tijl Uilenspiegel in één, het lot van de machtelozen en rechtelozen aantrekt, ernstig en narrig tegelijk. En die heel China daarbij als zijn werkterrein ziet. De aaibare pandabeer met zijn zachte stemgeluid, benaderbare uiterlijk én spijkerharde activisme van het kaliber don't mess with Ai.

Een meisje rent door de porseleinen pitjes van Sunflower Seeds. Beeld REUTERS
Een meisje rent door de porseleinen pitjes van Sunflower Seeds.Beeld REUTERS

Bovendien spreekt zijn kritiek op China ons aan. Dat het er zo erg is, het gebrek aan individuele vrijheid, de censuur, het knevelen van 'tegenstanders', de corruptie van het staatsapparaat. Handig dus als iemand - Ai Weiwei - daar iets aan probeert te doen, door zijn middelvinger op te steken op het Plein van de Hemelse Vrede, beveiligingscamera's en handboeien tot behangpatronen te verwerken, een oude urn uit de Han Dynastie kapot te gooien.

Ai als iemand die zijn mond open doet, ook namens ons. Het is een gedeelde verontwaardiging die door hem wordt verwoord en uitgedragen. Met alle risico's waaraan hij is blootgesteld. Het maakt hem sympathiek. Hij is de martelaar die we graag in een kunstenaar zien.

Het klinkt cynisch, maar vanuit onze luie stoel en in de rustige omgeving van witte museumzalen kijken we er graag naar: de man die de kolen uit het vuur haalt, zonder dat wij onze vingers hoeven te branden.

Ai Weiei, Royal Academy of Arts, Londen, van 19/9 t/m 13/13.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden