De kunst van het veldspel

Moby Dick op het honkbalveld

Roman Vuistdik, zwierig én grappig is De kunst van het veldspel, het meeslepende debuut van Chad Harbach.

Al in 2006 kondigde Chad Harbach in de Volkskrant zijn debuutroman aan ('Ligt bij de drukker'). Toch zou het nog vijf jaar van schrijven, schrappen en herschrijven vergen voor het vuistdikke maar zwierige en vaak zeer humoristische The Art of Fielding het licht zag. Zojuist verscheen de Nederlandse vertaling, De kunst van het veldspel. Conclusie: Harbachs debuut is een lichtend voorbeeld van Nathaniel Hawthornes klassieke adagium 'easy reading is damn hard writing'.

Wie aan dit boek begint, wordt een wereld binnengezogen waaruit je niet meer kunt en wilt ontsnappen. Er zijn schrijvers die hun lezer op de proef stellen, uitdagen, aan het lijntje houden. Harbachs idool David Foster Wallace bijvoorbeeld. In De kunst van het veldspel niets van dit al. Het grijpt de lezer met een negentiende-eeuwse onbevangenheid bij de lurven, om hem vijfhonderd pagina's later los te laten met het gevoel: 'Wat? Is het nu al afgelopen?'

Hoofdpersoon van De kunst van het veldspel is Henry Skrimshander, die ondanks zijn schriele postuur uitblinkt als korte stop bij het honkballen. Dankzij zijn vaardigheid krijgt hij een plek op Westish College in Wisconsin. De verwachting is dat het honkbalteam van Westish dankzij hem eindelijk triomfen zal gaan vieren.

In enkele tientallen bladzijden voert Harbach zijn held drie jaar door de tijd en laat hem uitgroeien tot een talent dat scouts van professionele honkbalteams naar de winterkou van Wisconsin lokt. Maar dan, net op het moment dat een loopbaan als honkbalprof lonkt, slaat het noodlot toe. De doorgaans foutloos spelende Henry geeft een dermate beroerde worp af, dat zijn team- en kamergenoot Owen Dunne - nota bene in de dug-out gezeten - keihard door de bal wordt geraakt. Hij overleeft het ternauwernood.

Natuurlijk is de consternatie groot. Henry is kapot van de gebeurtenis, zowel om wat er met zijn vriend is gebeurd als uit verbijstering over zijn onbegrijpelijk slechte worp. Die verbijstering wordt des te groter als blijkt dat het niet om een incident ging, maar dat er plotsklaps iets fundamenteel mis blijkt te zijn met zijn werptechniek. Hij gaat steeds meer nadenken bij wat hij vroeger intuïtief deed, wordt steeds onzekerder en dreigt voor het honkbal verloren te gaan.

Niet alleen voor Henry betekent het werpincident een ommekeer. Harbach bouwt zijn roman op rond een vijftal personages, wier verhalen we elk vanuit hun eigen perspectief gepresenteerd krijgen. Het is met name hun levendige karakterisering die De kunst van het veldspel zo aanstekelijk maakt.

Owen Dunne is een eigenzinnige, charmante intellectueel, die zich bij Henry introduceert met de woorden: 'Ik ben je homoseksuele kamergenoot van gemengde komaf' (het origineel is nog krachtiger: 'I'll be your gay mulatto roommate'). Hij moet een van de weinige honkbalspelers ter wereld zijn die in de dug-out filosofieboeken leest.

Mike Schwarz is Henry's ontdekker: aanvoerder en kloppend hart van het team, maar voortdurend pijnstillers slikkend om zijn opspelende kniegewrichten tot bedaren te brengen.

Guert Affenlight, de rector-magnificus van Westish College, is een Melville-specialist. Hij ontdekte ooit dat de auteur van Moby Dick in 1880 een lezing gaf aan Westish. Om deze eervolle connectie te benadrukken staat er thans een beeld van Melville op het universiteitsterrein en heet het honkbalteam De Harpooners.

Ook Affenlights 'verloren' dochter Pella, teruggekeerd uit Californië na een mislukt huwelijk met een oudere architect, speelt een belangrijke rol. Zij raakt gecharmeerd van Mike Schwarz, zoals haar vader - een ladykiller toch? - onweerstaanbare gevoelens ontwikkelt voor de onfortuinlijke Owen Dunne.

Naast honkbalroman, bildungsroman en campusroman zou je De kunst van het veldspel ook een Melvilleroman

kunnen noemen. Zonder dat het hinderlijk wordt (zelfs als je ze allemaal zou opmerken, wat geen lezer zich verbeelde), stikt het boek van de verwijzingen naar met name Moby Dick. Zelfs Henry's wonderlijke achternaam is een knipoog (een scrimshander is iemand die kunstvoorwerpen maakt uit de tanden of beenderen van potvissen).

Dit klinkt als gewichtigdoenerij, maar maakt gewoon deel uit van de spitsvondige speelsheid die dit hele boek kenmerkt. De kunst van het veldspel is een jongensboek voor jongens en meisjes van alle leeftijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden