De kunst van het lezen

De verslinder verslonden

Alberto Manguel, specialist in het onderwerp, richt voor het lezen en de lezer een oorspronkelijk monument op in zijn rijke essaybundel De kunst van het lezen.

De ideale bibliotheek, hoe zou je die omschrijven? Wat voor bord zou er boven de deur moeten hangen? Alberto Manguel vond het antwoord op een oude begraafplaats, op een steen met de tekst: 'Wie u bent waren wij; wie wij zijn zult u worden.'

Voor wie van boeken en lezen houdt is Alberto Manguel, ook in Nederland, een vertrouwde naam. Een geschiedenis van het lezen, Dagboek van een lezer, Stad van woorden, ze brachten velen tot de 'onbestrafte ondeugd' van het lezen. Dat lijkt misschien een elitaire ondeugd, maar niet in de omschrijving van Manguel. In zijn bibliotheek is iedereen welkom. Een andere tekst die hij boven de deur zou hangen is een variatie op het motto van Rabelais: 'Lys ce que voudra, lees wat u wilt.'

Manguel is lid van dat kleine gilde binnen de literatuur waar men uitgever en schrijver beide is en in die hoedanigheid vooral lezer. Elk land kent wel een paar van dergelijke tovenaars die de ontvankelijkheid van het lezen weten te combineren met het autisme van het schrijven. Die twee kenmerken, openheid en inzichzelfgekeerdheid, zijn meteen de twee uitersten die het lezen zelf volgens Manguel zo waardevol maken. De bibliotheek van Manguel is zowel uitkijktoren als ommuurde tuin, ze geeft avontuur en veiligheid, kennis en zelfkennis.

Zelfkennis is misschien wel het belangrijkste motief van Manguel als lezer. Een lezer is iemand die zichzelf bij elkaar sprokkelt, die in alle gastvrijheid voor wat van ver komt, op zoek is naar herkenning. We leren Manguel inderdaad goed kennen omdat thema's als Joodse literatuur en homoseksualiteit door het boek heen gestrooid zijn als broodkruim voor een veilige terugweg. 'Wie ben ik?' heet het eerste deel van het over acht thema's verdeelde boek. Het vertelt hoe de lectuur van een boek betekenis kan geven aan gebeurtenissen van vroeger, of andersom, hoe een bepaalde ervaring een vroeger gelezen boek 'bruikbaar' maakt.

Het beschrijft hoe 'systematisch lezen' eigenlijk geen zin heeft. Braaf de officiële literatuurlijst volgen of ijverig de met de beste bedoelingen samengestelde inleidingen in de wereldliteratuur nalezen, het is even saai als nutteloos. 'De beste leidraad is toch de grilligheid van de lezer zelf, die vertrouwend op zijn leesplezier en meegevoerd door toevalligheden, soms een tijdelijke staat van genade bereikt, waarin hij gouddraad spint uit vlas.' Om te variëren op een Nederlandse tovenaar uit het rijk van lezen en schrijven: 'Een lezer is als een hond die gaat liggen waar hij wil.'

De intens persoonlijke manier van lezen die Manguel erop nahoudt blijkt vooral uit het feit dat hij geen onderscheid maakt tussen wat hij leest bij iemand of wat iemand tegen hem zegt. Of liever: hij leest niet, maar schrijvers praten tegen hem.

Zo vertelt hij hoe de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges zichzelf Italiaans leerde: door op weg naar zijn werk, elke dag in tram 7, Dante te lezen in een Italiaans-Engelse editie. 'Ik begon aan de Hel in het Engels; tegen de tijd dat ik de Louteringsberg had verlaten was ik in staat hem te volgen in het origineel,' zei hij eens.' Maar dat zei Borges niet alleen, dat schreef hij vooral, in het eerste essay van Zeven nachten, een van de allermooiste boekjes over lezen die er bestaan.

Borges is een kroongetuige bij Manguel, maar er zijn er meer. Van Augustinus via Cervantes naar Lewis Carroll is bij deze manier van lezen slechts een stap. De lezer is een meisje met vlechten dat duizend mogelijkheden danst in het door haarzelf met krijt gemarkeerde hinkelspel. En passant krijgen we de verschillende genres van de literatuur en de vele kanten van het boekenvak te zien. Vertelstrategieën worden ontrafeld, het probleem van het vertalen wordt behandeld. En dat allemaal om maar één ding te bewerkstelligen: h

et plezier van het lezen. We krijgen fascinerende vragen voorgelegd - welk lied zongen de sirenen, bijvoorbeeld - of ingeleid in de geschiedenis van de punt en de pagina. Een geïnformeerde lezer telt voor twee, maar een lezer die zich laat verrassen voor drie.

De onnadrukkelijkheid en de tact waarmee het gebeurt, versterken het plezier. Over zichzelf schrijft Manguel via de gedeelde ervaringen die het lezen biedt. Grote namen worden door kleine gerelativeerd, niets wordt opgedrongen, alles beleefd aanbevolen. Er zitten prachtige pagina's in over Homerus of over middeleeuwse mystici, maar ook over Carlo Collodi (De avonturen van Pinokkio) en Enoch Soames (Fungoids, drie exemplaren van verkocht). De vrolijkheid en onvermijdelijkheid van vooroordelen wordt geïllustreerd, maar tegelijk krijgt men het met redenen omkleed verzoek de zaak ook eens in een ander perspectief te bezien. In dit boek zijn geen autoriteiten en huiswerk bestaat niet.

Er zijn misschien twee kleine bezwaren tegen dit weldadige boek aan te voeren. Het eerste is dat Manguel weinig heeft met het alledaagse kwaad om het maar even zo te noemen. Genocide en andere gruwelen van groot formaat lijken, paradoxaal genoeg, minder gruwelijk dan wat Bret Easton Ellis beschreef. American Psycho is 'het enige boek dat ik ooit heb verbannen uit mijn bibliotheek,' schrijft hij, maar men krijgt de indruk dat er andere boeken zijn die Manguel instinctief vermeden heeft en dat hij de zwarte kant van mens en boek liever onderbelicht houdt. Het tweede is dat een enkel essay nog de sporen vertoont van de recensie die het ooit was.

Maar veel belangrijker is dat in dit boek twee dominante emoties van het menselijk bestaan in kaart gebracht worden, jezelf zoeken en jezelf verliezen, verslinden en verslonden worden. De filosoof Karl Popper onderscheidde ooit twee manieren om kennis te verwerven, het zoeklicht en de emmer. Het zoeklicht was de metafoor voor de weerlegbare theorie en was alles. De emmer stond voor de stumperige bezigheid van verzamelaars en andere 'empirici' en was niks. Hier zijn ze bij elkaar gebracht als de twee onmisbare kanten van de lezer die een mens is, genie en stumper tegelijk.

De voortreffelijkste bibliotheek die ik gekend heb was die van Michaël Zeeman. Het is geen toeval dat de grafsteen waaraan Manguel zijn definitie van een ideale bibliotheek ontleende, herhaald lijkt in een gedicht van Zeeman, 'Bericht aan de laatkomers':

Wij werden data in uw boeken,
wat u van buiten leert, het
heeft ons uit de slaap gehouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden