De kruimelzuigers van internet vergeten niks

De grote zoekmachines van internet vergaren ongezien en ongecontroleerd een zee aan gegevens over hun bezoekers. Daarmee kunnen hun adverteerders reclame op maat maken....

Door Peter van Ammelrooy

Voor de buitenwacht had ze niet meer mogen zijn dan nummer 4417749. Maar de The New York Times dook in de zoekopdrachten die 4417749 op de website had ingetikt van de internetprovider AOL. En korte tijd later stond de krant op de stoep van Thelma Arnold, een 62-jarige weduwe in Lilburn (Georgia).

De Amerikaanse had informatie gezocht over huizen en tuinarchitecten in de omgeving, stijve vingers, alleenstaande mannen van boven de 60, mensen die als achternaam Arnold hebben en ‘honden die op alles plassen’. Door de gegevens slim te combineren, kwam de krant haar eenvoudig op het spoor.

De zaak van Thelma Arnold was deze zomer groot nieuws. AOL, de grootste internetaanbieder ter wereld, had een bestand online gezet met daarin Arnolds zoekopdrachten en de twintig miljoen vragen die 657.999 andere Amerikanen gedurende drie maanden hadden gesteld. De vragen waren per individuele gebruiker gerangschikt. Om herkenning te voorkomen waren de internetgegevens van de vragenstellers verwijderd en vervangen door een nummer.

Dat weerhield slimmeriken er niet van de identiteit van een aantal internetters uit de database van AOL te achterhalen. Het bedrijf haalde de gegevens, die waren bedoeld voor onderzoek, schielijk van zijn website af. Zijn technisch directeur nam ontslag, net als twee ondergeschikten.

Afgelopen vrijdag werd bekend dat AOL is aangeklaagd door drie abonnees van wie de zoekvragen zijn geopenbaard. Ze eisen schadevergoedingen van duizend tot vijfduizend dollar voor iedere internetter die in de lijst was opgenomen. Als de rechter het drietal gelijk geeft, betekent dat een strop van minimaal 65 miljoen dollar.

De blunder van AOL heeft nieuw leven geblazen in het debat over de gegevens die zoekmachines vrijwel ongezien vergaren en over de persoonlijke informatie die internetters daarop zonder verder nadenken prijsgeven.

Er is vrij weinig bekend over wat zoekmachines als MSN, Yahoo en Google (dat de zoektechnologie voor AOL levert) precies verzamelen, wat ze met die informatie doen en hoe lang ze die vasthouden. Op vragen die Amerikaanse journalisten stelden aan de bedrijven kwamen moeizame of onvolledige antwoorden. De opslag van zoekgegevens is niet wettelijk geregeld in de VS.

Gebruikers zijn niet met naam en toenaam bekend bij de zoekmachines. Wel met hun ip-adres (internet protocol), een uniek nummer waarmee een computer op het wereldwijde netwerk wordt gelokaliseerd. De meeste internetters krijgen iedere keer dat ze inloggen op het netwerk een nieuw ip-adres toegewezen van hun provider.

Om bij een wisselend ip-nummer een gebruiker toch te herkennen, plaatsen zoekmachines een cookie op de computer van hun bezoekers. Aan de hand van dit bestandje met een onleesbare reeks cijfers en letters onthouden niet alleen zoekmachines, maar ook websites en internetwinkels de voorkeuren van hun ‘gasten’.

Zoekmachines koppelen de cookies aan de vragen die een gebruiker in het verleden heeft gesteld om advertenties op maat aan te bieden. Iemand die recent informatie zocht op ‘voetbal’ en ‘sportkleding’ kan bij een volgend bezoek aan Google zomaar een advertentie van Adidas aantreffen. Hoe beter de technologie, hoe beter een zoekmachine zijn adverteerders kan bedienen – een markt die over vier jaar naar schatting alleen al in de Verenigde Staten 29 miljard dollar waard zal zijn. Dat is eentiende van de reclamebestedingen in kranten, op televisie en de radio.

Zoekmachines hebben zo te zien grote ambities. Cookies worden verstuurd met een soort tht-datum (tenminste houdbaar tot), het tijdstip waarop ze automatisch van een computer worden verwijderd. Die van AOL blijft tot 2034 bestaan, die van Yahoo traceert een gebruiker tot 2037 en die van Google verloopt in 2036.

De bedrijven willen niet zeggen of ze alle gegevens van bezoekers zo lang zullen bewaren. De opslag van al die informatie loopt in de papieren. In juli van dit jaar raadpleegde de Amerikaanse internetpopulatie naar schatting zes miljard keer een van de grote vier zoekmachines (Google, Yahoo, MSN en America Online).

De zoekmachines garanderen dat ze de privacy van hun gebruikers zullen beschermen. Een blunder zoals AOL beging, zullen wij nooit begaan, zei topman Eric Schmidt van Google begin augustus op een conferentie. ‘Onze topprioriteit is het vertrouwen van de gebruikers. We zijn er vrij zeker van dat het Google nooit zal overkomen.’ Om er even later aan toe te voegen: ‘Zeg nooit nooit.’

Dat lijkt geen geruststellende gedachte voor internetters als Thelma Arnold. Zoektermen die aan een gebruiker gekoppeld zijn, kunnen een foute indruk wekken. Zo zocht de weduwe uit Lilburn informatie over de ‘effecten van nicotine’, ‘trillende handen’ en ‘een droge mond’. Niet voor zichzelf, vertelde Arnold aan de New York Times: ‘Ik zocht informatie voor een vriend die wil stoppen met roken.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden