De kroniek van de familie Wapshot

Vermakelijk en ontroerend is het romandebuut uit 1957 van de Amerikaan John Cheever, een familiekroniek vol onverwachte wendingen

De familie Wapshot, die het onderwerp vormt van de meest geprezen roman van John Cheever (1912-1982), De kroniek van de familie Wapshot, leeft al generaties lang in St Botolphs, een gefingeerd, zeg maar gerust gedroomd, havenplaatsje in New England/ Massachusetts, waar het leven nog ouderwets is ingebed in de natuur. Een stadje dat gemaakt lijkt voor een schitterende heimwee - zeker voor wie het heeft verlaten en is vertrokken naar de Amerikaanse grote stad of erger, de suburbs.

Een plaatsje als een tijdsbepaling, waar een vader met zijn zoon op jacht gaat naar een bijzondere vis, na een dagreis over het water en een nacht in een oud kot, onder een vieze paardendeken. Traditie. In de VS, een land waar alles nieuw en jong is, zijn de nazaten der pioniers zoiets als adel.

We moeten geloven dat de Wapshots al in de 17de eeuw uit Engeland kwamen om zich te vestigen in Boston, Massachusetts - wat in Cheevers verhaal het havenplaatsje St Botolphs wordt, en waar we ons richten op de 20ste-eeuwse afstammelingen: Sarah en Leander Wapshot, hun rijke tante Honora (die hen in haar liefdadigheid in het familiehuis laat wonen, en die Leander op het legendarische familieschip de Topaze een veerdienst laat onderhouden), zonen Moses en Coverly (die gemodelleerd lijkt naar Cheever zelf, zijn vage biseksualiteit incluis). De familie heeft een geschiedenis van avonturiers die naar West-Indië voeren voor de koopvaart. De zolder van het oude huis ligt vol met memorabilia aan vroeger tijden.

De roman begint met de beschrijving van een warme Onafhankelijkheidsdag, waarop praalwagens door het stadje rijden. Mevrouw Wapshot, die met de aanleg van openbare toiletten heeft bijdragen aan de verheffing van de lokale gemeenschap, wordt achter een lessenaar rondgereden, samen met enkele dames van de Vrouwenclub.

Hoe terloops en achteloos verteld ook, het beeld van die lichtwankelende dame op een kar, zwelgend in haar waardigheid, is onweerstaanbaar grappig - precies het soort contrast waarin Cheever zo buitengewoon goed is. Net als in zijn overdadig zintuiglijke beschrijvingen, zoals een tafereeltje van de Wapshots die bijeen zitten in hun rozentuin, boven de rivier, 'naar de papegaai luisteren en de zachte strelingen voelen van zo'n avondbriesje dat in New England zo naar meisjesdingen geurt - naar poudre d'iris en toiletzeep en gehuurde kamers die bij het open raam nat zijn geworden in een onweersbui, naar kamerpotten en zuringsoep, katoentjes, rozen en gazons (...) naar weilanden die te koop staan en nu vol staan met wijnruit en varens (...)'.

Maar laat je niet misleiden, verwijl niet te lang bij zo veel zoetigheid. In het gezelschap zit tante Adelaide te vertellen hoe ze gisteren worteltjes uit de grond trok en in eens een wel heel abnormale wortel te pakken had (ze geeft de maat met haar handen en armen aan). 'Nou, die wortel zag eruit - ik weet niet hoe ik het moet zeggen - die wortel leek sprekend op de edele delen van mijn man zaliger.' Mevrouw Wapshot (die van de Vrouwenclub) reageert niet, kijkt alleen met 'een engelachtige glimlach de schemering in'. Geen nadruk, geen gelach, dit is ten slotte de familie Wapshot.

John Cheever was allereerst een schrijver van verhalen, en zelfs deze grote roman, een familiekroniek nota bene, die opnieuw in vertaling verschijnt bij Van Gennep, vol ingrediënten die bij een grootse kroniek horen, heeft alle kenmerken die je associeert met een goed kort verhaal: chaotisch, meanderend, suggestief, met onverwachte wendingen en pointes, zonder duidelijke conclusie.

Toch is het een áf boek, zij het op een merkwaardige manier: misschien zijn de waarheid en het gevoel van af-zijn vooral te vinden in de schitterende zinnen zelf. Die kunnen niet zomaar op een andere manier worden samengevat of beschreven.

Cheever vermaakt en ontroert en verveelt geen seconde, maar hij is als een briljante doch dronken dirigent, die op een willekeurige plek

in zijn muzikale geheugen begint en zijn orkest van de ene compositie naar de andere meesleurt. Dat levert in deze kleurrijke familie fantastische scènes op rond personages in tragische, dramatische, hilarische en ook ontroerende momenten - de schrijver ervan blijft ondertussen ongrijpbaar als water.

Want dat is Cheever. Ongrijpbaar. Zijn chaos is briljant, zelfs zo briljant dat hij bijna op orde lijkt. En wie maalt er ook om orde of structuur in een familiegeschiedenis? Tijd is de enige lijn die we daarin kunnen verwachten, het woord kroniek zegt genoeg.

Al gaat Cheever ook met die chronologie hardhandig om, voelen doen we hem wel degelijk. Een kanttekening daarbij: dit is natuurlijk een fictieve kroniek. Ofwel: ook het excuus voor de vormeloosheid is schijn. En dus moet je wel vaststellen: het is een keuze, Cheevers keuze, zijn stijl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden