De kracht van het woord

De dinsdag op 74-jarige leeftijd overleden journalist en schrijver Ryszard Kapuscinski vroeg zich in 2005 af of schrijven kan bijdragen aan verandering ten goede....

Kan het schrijven ook maar iets veranderen? Ja. Ik geloof daar diep in. Zonder dat geloof zou ik niet kunnen schrijven. Ik ben me bewust van allerlei beperkingen die de omstandigheden, situaties, geschiedenis en tijd ons opleggen. Mijn diepe geloof is daarom niet absoluut, niet blind.

Wat is nu de belangrijkste beperking? Die schuilt in de omstandigheid dat schrijven maar zelden, in uitzonderlijke gevallen, een rechtstreekse, radicale en onmiddellijke invloed heeft op mensen en op de geschiedenis. De uitwerking van het geschreven woord is eerder indirect en op het eerste gezicht, kan die zelfs onzichtbaar, niet waarneembaar zijn. Het geschreven woord heeft immers tijd nodig om tot het bewustzijn van de ontvanger door te dringen en dit te vormen, te veranderen, om via die omweg tot slot invloed uit te oefenen op onze latere beslissingen, standpunten en daden.

Of het schrijven iets kan veranderen, hangt niet zozeer af van de auteurs als wel vooral van de lezers, hun gevoeligheid en vertrouwen in het woord, hun bereidheid en wil op het ontvangen woord te reageren, te antwoorden. Ook de context waarin het woord wordt uitgesproken en gehoord, de omringende sfeer, de tijdgeest, de staat van de heersende cultuur zijn daarbij van belang. Die omstandigheden kunnen vaak de waarde en de kracht van het geschrevene doen verzwakken en zelfs tenietdoen, iets dat de auteur, de schepper van de tekst, niet noemenswaardig kan beïnvloeden.

Ondanks dit obstakel ben ik er zeker van dat schrijven wel degelijk iets kan veranderen, veel zelfs. Ik beweer dat op basis van ervaringen van mijn collega’s die hun leven riskeerden, en soms ook offerden, om met hun werk, met hun schrijven, niet alleen maar te informeren over de wereld, maar om met behulp van die informatie de waargenomen werkelijkheid te veranderen, het kwaad te ontmaskeren, de situatie te verbeteren, de wereld humaner te maken.

Ik geef een voorbeeld, een van de velen. Rwanda, vanaf 1959 een land van systematisch terugkerende stammen- en kastenslachtingen, waarvan de wereld niet op de hoogte was omdat het land decennialang geen journalisten toeliet. Tijdens mijn verblijf in het naburigeTanzania heb ik meermalen geprobeerd ernaartoe te gaan, zonder resultaat. Pas het schrijven over de slachtingen van 1994 schudde de wereldopinie wakker en sindsdien hield Rwanda op, voor het eerst in zijn geschiedenis, een plek van massale en bloedige interne afrekeningen te zijn.

Juist dat ontmaskerende en veroordelende, maar vaak ook simpelweg informerende geschrijf had een belangrijk aandeel in de liquidatie van concentratiekampen, in het omverwerpen van vele moorddadige regimes, zoals de dictaturen van Pol Pot, van Mobutu, van Amin of van Duvalier. Juist omdat het geschreven woord altijd al veel kon veranderen, vormde het eeuwenlang de schrik van elke autoritaire macht, die het daarom op alle mogelijke manieren bestreed. Vandaar het plaatsen van boeken op kerkelijke indexen, boekverbrandingen, het dwingen van schrijvers tot emigratie en hen ter dood veroordelen. Je kunt je geen leerboek geschiedenis voorstellen waarin een hoofdstuk zou ontbreken over de invloed van het geschreven woord, in de vorm van circulerende vlugschriften, geheime blaadjes, ondergrondse pers en niet reguliere uitgaven, op de uitkomsten van de gevoerde sociale en politieke strijd.

Als de vraag ‘kan het schrijven ook maar iets veranderen?’ wordt gesteld, gaan we er meestal van uit dat het om een positieve, gunstige verandering gaat, een betere wereld. We moeten niet vergeten dat schrijven onze wereld ook slechter kan maken. Een dergelijke rol speelt altijd het geschrijf in de geest van fanatisme en xenofobie, fundamentalisme en racisme.

De vraag naar de relatie tussen schrijven en verandering – en mocht die bestaan ook naar haar aard – is belangrijk en actueel. Die vraag ontstaat vanuit de bezorgdheid over de effectiviteit van onze schrijfactiviteiten, over de waarde van het schrijven zelf. Enerzijds zien we immers een enorme proliferatie van het geschreven woord – er komen steeds meer boeken, tijdschriften en kranten bij, anderzijds zien we ook veel kwaad in de wereld, we merken dat het aantal problemen en conflicten op onze planeet eerder toeneemt dan afneemt. Vandaar de scepsis bij veel auteurs, vaak ook gebrek aan vertrouwen en zelfs ongeloof in de zin van ons schrijven.

Het brein van de moderne mens wordt overspoeld door een waterval van woorden waardoor ze aan waarde en kracht inboeten, ons desoriënteren, uitputten en vermoeien. En toch moeten we niet ontmoedigd raken door die overvloed, die overproductie. Literatuur nam altijd haar verantwoordelijkheid. Al duizenden jaren vergezelde ze het leven van opeenvolgende generaties, veranderde het vaak ten goede en ook vandaag de dag is ze van die plicht niet ontheven. Integendeel, de moeilijke tijd waarin we leven, gebiedt ons bijzonder krachtig en vol geloof te verkondigen: ja, schrijven kan iets ten goede veranderen, en al is het niet veel, het kan dat wel degelijk.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden