Wakkerlandsjan Kuitenbrouwer

De kracht van het jargon in het racismedebat: als ergens een term voor is, bestáát het

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Deze week, onder de O: othering.

Jan Kuitenbrouwer

Een van de meest productieve woordenverzinners van de hedendaagse letterkunde is J. K. Rowling. Hoe meer nieuwe woorden een tekst bevat, hoe fantastischer het verhaal. In de geesteswetenschappen is een stroming genaamd ‘kritische theorie’ (kt), die ook veel nieuwe begrippen produceert. Een ‘kritische theorie’ is gericht op het blootleggen van de machtsverhoudingen in de samenleving, relaties van ‘dominantie’ en ‘slavernij’. Het is een vorm van metafilosofie. De kritische theorie over rassendiscriminatie heet ‘kritische rassentheorie’ (krt). Veel kt-teksten zijn zo onnavolgbaar, dat empirisch ingestelde wetenschappers het niet als wetenschap beschouwen maar als een soort fictie, zoals Harry Potter. De natuurkundige Alan Sokal schreef in 1996 een parodie op een kt-tekst, die door een ‘wetenschappelijk’ kt-tijdschrift als serieuze bijdrage werd afgedrukt.

Sociale activisten die kt-jargon gebruiken zijn als ouderwetse Duitse toeristen: ze willen met jóú praten, maar in hún taal. Daarom zeggen zij ook zo vaak ‘educate yourself’. Leer hun taal en je krijgt vanzelf hun wereldbeeld.

Maar de status van al die termen is niet altijd duidelijk: is het een onderzocht en bewezen verschijnsel, een hypothese, een anekdote, een ideetje?

Vorige week had NRC een interview met Sylvana Simons. Zij voelde zich tijdens een commissievergadering ‘geïntimideerd’ door PVV-collega Harm Beertema en blijkt meer klachten te hebben over hoe zij op het Binnenhof wordt bejegend. Simons nam tijdens die commissievergadering herhaaldelijk zonder toestemming het woord om zich over Beertema te beklagen, maar voorzitter Ockje Tellegen (VVD) wilde eerst een interruptie afmaken. ‘Mevrouw Simons’, zei ze, ‘zo doen wij dit al járen hier.’ Simons noemt dat —> othering. Othering is kt-taal voor: jezelf tot norm verheffen en daarmee de ander tot ‘anders’ (lees: ‘minder’). Tja. Je kunt Tellegens opmerking ook positief duiden: Simons is net een half jaar Kamerlid, wellicht kent zij de mores nog niet precies? Als je in een voetbalstadion om een glas droge witte wijn vraagt word je vreemd aangekeken. Als je in de opera gaat staan wanneer het spannend wordt eveneens. Dat Simons moeite heeft met de Haagse conventies blijkt wel als zij zegt: ‘Ik heb er een hekel aan als ik lees: ‘Dé Kamer vindt 2G wel goed.’ Dan denk ik: nee, ik ben ook de Kamer, en ik vind 2G niet goed!’

Simons bleef maar het woord nemen, en op een gegeven moment gaf Tellegen haar de wind van voren. Simons noemt dat ‘klassiek —> white rage’, witte razernij. Het is de krt-variant van ‘omdat ik zwart ben’. Ockje Tellegen is niet een collega die het even gehad heeft met het gedoe tussen Beertema en Simons, nee, zij vertoont een exemplarische vorm van racistisch gedrag. Dat is de kracht van dit jargon: als ergens een term voor is, bestáát het.

Als een wit persoon aanmerkingen maakt op de toon van een zwart persoon in het debat, dan heet dat —> tone policing – dat mag niet. Maar hier is het dus Simons die Tellegens toon policet.

Als witte mensen zich beklagen dat ze van racisme beschuldigd worden, heet dat in krt-jargon white fragility, —> witte kwetsbaarheid. Maar ook dit begrip is niet omkeerbaar. Wakkerlands moet u ontraden om Simons’ klachten over haar bejegening in de Kamer black fragility te noemen, op straffe van de nodige black rage. Maar die termen staan dus niet in het krt-woordenboek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden