BesprekingKotomisi

De koto’s in het Klederdrachtmuseum zijn niet alleen een lust voor het oog, maar vertellen ook het verhaal van Suriname

Vrouwen voeren een dans uit bij de opening van de tentoonstelling. De vrouw vooraan danst in een kledingstuk dat de aan de tentoonstelling gekoppelde ontwerpwedstrijd heeft gewonnen.Beeld Het Klederdrachtmuseum / Paul Enkelaar

De Surinaamse kledingstukken die in het Klederdrachtmuseum worden tentoongesteld, vertonen opvallende overeenkomsten met de Nederlandse klederdracht. En ze vertellen méér.

Letterlijk betekent het: een vrouw in een rok. Het woord kotomisi, tevens de titel van de nieuwe tentoonstelling in het Klederdrachtmuseum in Amsterdam, is een samenstelling van koto, Surinaams voor rok, en misi, Surinaams voor vrouw. Niet dat de kotomisi alleen in een rok de deur uitgaat, bepaald niet. Die koto, een lange rok die zo lang is als zijn drager van hoofd tot enkels, en royaal over een tailleband wordt opgebold, is weliswaar de basis van deze traditionele Afro-Surinaamse dracht, maar er hoort nog een hele hoop bij. Om te beginnen een jakje (yaki) en een gesteven hoofddoek (angisa). Daarna komen, volgens strikte volgorde, nog een lendendoek (pangi), een hemd (empi), een onderrok (ondrokoto), een kleurrijke doek (saron), een worstvormig queue-achtig kussentje (koi), een onderbroek tot op de knieën (ondrobruku) en een schouderdoek (tapuskinpanji).

Ja, dat is nog eens wat anders dan een onesie.

Logisch natuurlijk dat het aantrekken van een koto niet lukt zonder hulp van een kleedster. Logisch ook dat de koto steeds minder als daags kloffie wordt gedragen – Jörgen Raymanns typetje Tante Es daargelaten – want: niet praktisch, beetje ouderwets en je komt wel héél erg binnen in zo’n gewaad. Jammer wel, want koto’s zijn niet alleen een lust voor het oog, ze dienen ook als stoffen prentenboeken die het verhaal vertellen van Suriname als land, en van de dragers als personen.

Mevrouw Christine van Russel-Henar, directeur van het Koto museum in Paramaribo en curator van de tentoonstelling.Beeld Het Klederdrachtmuseum

In Paramaribo is er een heel kotomuseum ingericht, waar curator Christine van Russel-Henar een aantal pronkstukken heeft staan, gemaakt van fraai gestreepte, geruite en gebloemde stoffen. Het frappante was: toen Van Russel-Henar een paar jaar geleden in Amsterdam op bezoek ging in het Klederdrachtmuseum van haar Nederlandse collega Jolanda van den Berg, zag ze daar op de poppen met Spakenburgse en Hindelooper dracht krek dezelfde stoffen als waarvan haar koto’s gemaakt waren. Stom toeval? Helemaal niet: de stoffen die voor de Nederlandse klederdrachten werden gebruikt, zoals gebloemde sits en geruite madras, waren door VOC-schepen uit India gehaald. Diezelfde schepen die ook Ghana aandeden om daar slaven op te halen en die naar Suriname te brengen.

Koto’s en Zeeuwse klederdracht in Paramaribo, rond 1900.Beeld Het Klederdrachtmuseum

Kotomisi’s dragen dientengevolge een mengelmoes van West- en Centraal Afrikaanse kleding en Europese dracht uit de 18de en 19de eeuw. Er zijn verhalen in omloop waarin de koto is ontstaan omdat jaloerse plantersvrouwen wilden dat de slavinnen hun vormen bedekten, wat voor sommige Surinaamse vrouwen reden is om juist géén koto te willen dragen. Feit is dat het vanaf 1874 bij wet verboden werd om in het openbaar met blote borsten te verschijnen. Vanaf dat moment werden rokken tot over de borsten gedragen, al dan niet in combinatie met sjaals, wat een beginstadium van de koto zou kunnen zijn. Anderen zien in de koto, die ontstond na het einde van het Staatstoezicht in 1873, juist de trots van de vrijgemaakten die hun ongebondenheid, emancipatie en rijkdom wilden tonen.

Het is vooral die trots en het feestelijke karakter dat Van Russel-Henar en Van den Berg besloten te vieren in hun gezamenlijke tentoonstelling Kotomisi in Amsterdam. Het idee ontstond al tweeënhalf jaar geleden en het duurde even voor de nodige subsidiepotjes open gingen en de koto’s goed en wel de oversteek gemaakt hadden – dat hun expositie nu gelijk loopt met de Surinametentoonstellingen in de Nieuwe Kerk en Museum van Loon, beide ook in Amsterdam, is stom toeval.

De simpele opstelling van de bonte koto’s in het kleurrijke grachtenpand, naast de Nederlandse streekdrachten, werkt wonderwel.Beeld Het Klederdrachtmuseum

Het indrukwekkendst van de expositie zijn misschien wel de verhalen die de koto-dragers zelf in videogetuigenissen verspreid door de tentoonstellingskamers vertellen, gefilmd in zowel Suriname als Nederland. Ook de simpele opstelling van de bonte koto’s in het kleurrijke grachtenpand, naast de Nederlandse streekdrachten, werkt wonderwel. Zie de Zeeuwse en Hindelooper kappen naast de met zetmeelpap gesteven angisa’s en bedenk: zo gek veel verschillen ze eigenlijk niet – of het moet zijn dat de manier van knopen van de angisa een subtiele boodschap verbergt. De drager kan er bijvoorbeeld mee laten zien dat ze boos is (vouwwijze feda) of seinen naar een geheime minnaar (vouwwijze follow me). Ook de stoffen van zowel de angisa’s als de rokken en jakken hebben namen en daarmee een bepaalde portee. Zo is er een op het oog onschuldige stof met een motief van rode duivenkopjes op een witte ondergrond, die wil zeggen: ‘Jij verwend kreng, je loopt overal mijn naam te bekladden, maar mijn geluk kan je niet verpesten.’

Toch nét iets pittiger dan een T-shirt met ‘Don’t worry be happy’ erop.

Kotomisi - De kracht van klederdracht, t/m 1 juni 2020, Het Klederdrachtmuseum, Amsterdam

Meer lezen?

Kunstredacteur Stefan Kuiper schreef eerder dit jaar over het werk van Marcel Pinas op de Grote Surinametentoonstelling en de tentoonstelling Aan de Surinaamse Grachten– Van Loon & Suriname 1728-1863, beide in Amsterdam. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden