De koningin van het Leidsplein

Vergeten worden is het lot van toneelacteurs. Maar in Nederland werden ze wel érg snel vergeten. Daarin komt nu verandering: met theaterstukken over Mary Dresselhuys en Ko van Dijk en de website van het Theater Instituut....

‘Vroeger zei ik al: laat mij geen Julia of Ophelia spelen. Dat moet ik niet doen. Kniertje wordt Mien Dobbelsteen bij mij.’

Aan het woord is actrice Mary Dresselhuys die in dit ene citaat de kern van haar carrière samenvat: altijd een comédienne geweest, nooit de tragische rollen gespeeld. Ze kende zogezegd haar beperkingen, en haar kracht. Dresselhuys (1907-2004) heeft deze uitspraak niet gedaan in een of ander interview, maar ze zegt het in het toneelstuk Mary, dat zaterdag bij Theatergroep Toetssteen in première gaat.

Een toneelstuk over een actrice die in de tweede helft van de vorige eeuw tot de allergrootsten van het Nederlandse toneel behoorde. Dat is op zichzelf opmerkelijk. En het gebeurt later dit jaar nog een keer: dan gaat de voorstelling Ko! op tournee, over het leven en werk van de legendarische acteur Ko van Dijk.

Mary Dresselhuys en Ko van Dijk – het zijn namen die de meeste mensen nog wel kennen. Maar vraag aan iemand van onder de 30 of de naam Ank van der Moer hem nog iets zegt, en het antwoord luidt: ‘uh, nee’.

Ank van der Moer (1912-1983) was in haar tijd een van de bekendste en beste actrices. Waar Dresselhuys het lichte genre voor haar rekening nam, speelde Van der Moer hoofdrollen in het klassieke repertoire van de Grieken, Vondel, Shakespeare, Tsjechov en in moderne stukken van Tennessee Williams en Edward Albee. Zij was de allereerste Martha in de allereerste Nederlandse opvoering van Who’s afraid of Virginia Woolf, een voorstelling die in 1964 het nodige opzien baarde.

Van der Moer en Dresselhuys speelden in ongeveer dezelfde periode bij de Nederlandse Comedie, het toonaangevende huisgezelschap van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Ze waren in hun tijd echte toneeldiva’s – Van der Moer werd de ‘Koningin van het Leidseplein’ genoemd. Mondain gekleed, met prachtige hoeden en een zekere dominantie zwierde ze regelmatig over het plein, op weg naar weer een grote toneelprestatie, of na afloop daarvan op weg naar de artiestencafés. Beide vrouwen waren voor honderd procent actrice; ze vielen nagenoeg samen met hun beroep, hun roeping. Onderscheid tussen toneel en privé was er nauwelijks. Of zoals Van der Moer het ooit zei: ‘Ik heb helemaal niet het gevoel dat ik als mens zozeer leef. Ik leef in mijn kunst.’

Toeval of niet, vergeten of bijna vergeten, zowel Dresselhuys als Van der Moer staan op dit moment weer even in de schijnwerpers. Dresselhuys vanwege het toneelstuk dat over haar is geschreven; Van der Moer omdat het Theater Instituut Nederland pas geleden een website over haar heeft samengesteld. Het zijn twee sympathieke pogingen om deze actrices, en daarmee een belangrijk deel van de Nederlandse toneelgeschiedenis, aan de vergetelheid te onttrekken. En ze markeren ook een langzaam terugkerend historisch besef.

‘Toneel is vluchtig. Als het doek gevallen is, is het weg. Wat rest zijn een paar foto’s, naar zweet stinkende kostuums, recensies en sterke verhalen.’ Aldus actrice Roos Ouwehand over haar beweegreden een boek te schrijven over Joop Admiraal met wie zij tien jaar heeft samengewerkt bij Toneelgroep Amsterdam. Eigenlijk ben ik Spaans is de titel van dat lezenswaardige boekje, een persoonlijke manier van verslaglegging van de recente Nederlandse toneelgeschiedenis. Zoals ook het onlangs verschenen De wereld van transformaties van Erik Vos dat is. Op de eerste plaats een vaktheoretisch leerboek, waarin uitvoerig wordt ingegaan op het vermogen van acteurs te transformeren, maar dat ook inzage geeft in werkwijze en visie van een van de grote toneelleiders van dit land.

Die boeken, websites en toneelstukken zijn op zichzelf allemaal incidenten, maar met elkaar bieden ze intussen behoorlijk wat achtergrondinformatie over het theater. Een welkome aanvulling, want het Nederlandse theater heeft niet zo heel veel gedaan met zijn eigen geschiedenis. In de Amsterdamse Stadsschouwburg hangen plechtige schilderijen van allerlei grootheden – van Eduard Verkade tot Kitty Courbois. Hier en daar verspreid over het land staat een buste, van Herman Heijermans of Albert Mol.

Er is zegge en schrijve één boek waarin alle acteurs van Nederland zijn opgenomen, het standaardwerk Acteurs- en Kleinkunstenaars-Lexicon (‘3200 namen uit 100 jaar Nederlands toneel’) van Piet Hein Honig. Uitgebracht in 1984 en daarna nooit meer geactualiseerd. Pierre Bokma staat er niet in, en Carice van Houten was nog maar net 8 jaar. En dan is er Een theatergeschiedenis der Nederlanden, een uitgave van de Amsterdam University Press uit 1996, samengesteld door Rob Erenstein. Een eerbiedwaardig naslagwerk waarin alle belangrijke theaterontwikkelingen aan bod komen – van 1130 (‘Het liturgisch drama Ordo Stellae wordt gekopieerd te Munsterbilzen’) tot 1993 (‘Theu Boermans wordt als artistiek leider van De Trust onderscheiden met de Prins Bernhard Fonds Theater Prijs).

Het Theater Instituut Nederland (TIN) beheert een archief en mediatheek waarvan voornamelijk gebruik wordt gemaakt door theaterwetenschappers, dramaturgen en journalisten. Jarenlang vormde die afdeling het tamelijk stoffige (mappen vol oude knipsels, recensies en interviews) en weinig sprankelende geheugen van het Nederlandse theater. Maar sinds enige tijd is het TIN voortvarend bezig al die opgeslagen kennis toegankelijk te maken, uiteraard geholpen door de digitale mogelijkheden.

De serie websites van beroemde acteurs is daarvan een goed voorbeeld. Wie surft naar eenlevenlangtheater.nl en dan doorklikt naar Ank van der Moer, komt terecht op een helder vormgegeven, gebruiksvriendelijke site waarin alles over de actrice te vinden is. Behalve haar biografie en een overzicht van al haar rollen, ook hoe ze klonk (met dat opmerkelijke, ietwat hese timbre), hoe ze speelde (die fantastische Martha) en hoe anderen over haar dachten. Zoals Joop Admiraal: ‘Ze speelde omdat het gewone leven te grauw is. Om een ander te zijn: te leven via iemand anders. Daarom was zij aan het toneel en niet omdat ze geëngageerd was of wat er tegenwoordig nog meer als excuus wordt gezegd. Dat heb ik zelf ook: overdag ben je een grijze muis, op het toneel een vogel.’

Er zijn inmiddels zeventien van dergelijke sites (de allereerste was gewijd aan, jawel, Mary Dresselhuys), onder meer over John Kraaijkamp, Ellen Vogel, Ko van Dijk, Wim Sonneveld en Jos Brink.

In een voortvarend tempo is het TIN bezig dat aantal fors uit te breiden. Dit jaar volgen er nog drie: Fien de la Mar, Theo Mann-Bouwmeester en danslegende Sonia Gaskell.

Dit project wordt financieel ondersteund door de VandenEnde Foundation, een particulier fonds dat archivering van het theater als een van zijn taken ziet. Daarom ook werd in 2004 de 12-delige televisieserie Allemaal Theater gemaakt. De dvd daarvan wordt nog steeds veelvuldig gebruikt bij colleges Theaterwetenschappen en andere culturele studies.

Vergeten worden is volgens Tuja van den Berg, bij het TIN verantwoordelijk voor de websites, inherent aan het vak van acteur. ‘Maar in Nederland zijn we wel erg goed in het overboord zetten van reputaties. En niet zo zorgvuldig in het omgaan met onze historie.’ Van den Berg ziet de Aktie Tomaat in 1969 als een cesuur; vanaf dat moment vond bijna niemand het nog interessant zich te verdiepen in het verleden, de mensen wilden er niets meer van weten, alles moest anders en gericht zijn op de toekomst. Van den Berg: ‘Juist daarom is het van belang geweest dat wij zoveel mogelijk hebben bewaard, en de digitalisering nu ten volle benutten.’

Het echte grote werk moet overigens nog beginnen: later dit jaar begint het TIN met een digitale Theaterencyclopedie. In samenwerking met het Nederlands Uit Bureau en Bureau Promotie Podiumkunsten moet dat hét grote naslagwerk van het Nederlandse theater worden. Waarmee het eerste, echte, grote naslagwerk over de geschiedenis van het Nederlandse theater eindelijk een feit is.

Wanneer en door wie werd Toneelgroep Baal ook al weer opgericht? Wie kreeg in 1957 de Louis d’Or toegekend? En wanneer werd Op Hoop van Zegen voor de duizendste keer gespeeld? Al dat soort vragen, en nog tienduizenden meer, kunnen dan door het simpel aanklikken van de Theaterencyclopedie worden beantwoord. En ooit kan daar ook antwoord worden gekregen op de vraag wat de laatste woorden waren van Mary Dresselhuys in het naar haar vernoemde toneelstuk Mary, dat op 18 april 2009 zijn première beleefde, en waarvoor zoveel belangstelling bestond dat er extra voorstellingen moesten worden bijgeboekt:

‘En ik blijf alleen over. Alleen op de planken. En de dood wacht in de coulissen. Hij slijpt zijn zeis. Jij en ik waren eenzaam. Nu ben ik nog de enige die eenzaam is. Doe het licht maar aan, haal het doek maar op. Hier zit een toneel-skelet. Weet u nog wat dat is: toneel? Aangeklede holle vaten. Toi Toi, popje, schatje.’

Mary van Ger Beukenkamp door Toetssteen,

De website van Ank van der Moer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.