‘De koning van het precieze lezen’

Kees Fens dwong het ‘respect’ van jongere generaties af, en was ‘de laatste die zo groots in de krant over kunst en cultuur heeft geschreven.’..

Thomas Vaessens (1967), hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam:

‘Kees Fens is van onschatbare waarde geweest. Doordat hij al die jaren meermalen per week in de Volkskrant schreef, heeft hij zijn cultuurideaal ook optimaal kunnen verspreiden. Hele generaties studenten en lezers zijn hem daar dankbaar voor. En de weerklank van die krantenstukken zag je ook terug in de toekenning van de P.C. Hooftprijs, in het feit dat hij als eerste niet-academicus hoogleraar werd in Nijmegen, en in het eredoctoraat in 2004 aan de Universiteit van Amsterdam.

‘De laatste jaren schreef hij veelvuldig over de verdwijning van de cultuur waaruit hij voortkwam, en waar hij zo mee was verbonden. Het leek soms of hij zijn eigen naderende afscheid aan het thematiseren was. Vanuit die houding kon hij ook defensief reageren, zoals ik zelf in 2006 merkte. ‘Alles wat ik gedaan heb is voor niks geweest’, schreef Fens in de krant, en dat vond ik een pijnlijk misverstand. Daar bleek uit dat hij uitlatingen en boeken van een nieuwe generatie hoogleraren Neerlandistiek – Geert Buelens, Jos Joosten en ik – onmiddellijk als een aanval had opgevat. Terwijl wij veeleer constateerden dat het cultuurideaal en de eruditie van Fens niet meer van deze tijd zijn. Maar we zijn allemaal beïnvloed door zijn manier van lezen en schrijven, en hebben daar diep respect voor.’

Marita Mathijsen (1944), hoogleraar moderne letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam:

‘Opgevoed zijn met Kees Fens, dat betekent dat je op maandagmorgen zijn grote stuk in de Volkskrant las, en daar praatte je dan ook over met mede-studenten en docenten. Ik ben van slag door het overlijdensbericht. Het ergste is nog: zo’n enorme geest en zo’n grote kennis van het verleden en de literatuur, wie kan dat nu nog doorgeven? Bovendien schreef Fens zeer fraai Nederlands. Het stuk dat afgelopen vrijdag in Cicero stond, over bedevaartplaatsen, bevatte ook weer een paar zinnen die je meteen uit zou willen knippen en inlijsten.

‘Hij was gesteld op kwaliteit – op alle gebieden. We zaten samen in de jury van de Tollensprijs, en vergaderden wel bij Kees thuis. Alles moest kwaliteit hebben, dat gold dus ook voor de wijn die op tafel kwam, de kleding die hij droeg, de muziek die hij draaide, en natuurlijk de literatuur van zijn voorkeur.

‘Hij kon oprecht bewonderen, en tot tranen toe ontroerd zijn. Dat heb ik meegemaakt bij de uitreiking van het eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Die toekenning, vier jaar geleden, heeft hij zeer op prijs gesteld. Het was een soort goedmaker voor hem, die zelf nooit aan een universiteit had gestudeerd. De koning van het precieze lezen, zo zou ik hem willen noemen.’

Piet Calis (1936), neerlandicus:

‘De vorige maand heb ik Kees nog gezien, bij de presentatie van mijn Vondel-biografie in Amsterdam. Het ging moeizaam, maar hij was er, en toen hij over dat boek in het boekenkatern Cicero had geschreven, zei hij tegen mij: ‘Dit was mijn laatste stuk.’ Maar nu komen er toch nog twee, begrijp ik, die hij in het ziekenhuis heeft geschreven. Kees is echt in het harnas gestorven.

‘We kenden elkaar ruim twintig jaar – hij heeft in 1989 als promotor mijn dissertatie begeleid. In de laatste jaren zagen we elkaar op zondag wel bij de kerkdienst in de Krijtberg, en gingen dan daarna drinken in café Dante in de Spuistraat. Prachtige zondagmiddagen waren dat, want Kees Fens was een fenomenaal causeur.’

Jan Blokker (1927), journalist:

‘We zijn opgegroeid in dezelfde tijd en dezelfde buurt, Amsterdam-West, en voor mij is Kees daar altijd mee verbonden gebleven. De sfeer van de jaren dertig, de crisistijd, die zat aan hem vast. Dóórleren en je best doen, van de ene avondstudie naar de andere, en daar dan zo ver in gaan dat je uiteindelijk alles achter je laat. Ik weet nog hoe ontzettend trots hij was toen hij in Nijmegen dat hoogleraarschap kreeg, dat was de grote bevestiging van alles. Tegelijk is die vooroorlogse tijd van depressie en werkloosheid nooit helemaal uit hem verdwenen. Er bleef iets van de Amsterdamse arbeidersjongen in hem. De vrees voor je baan, een haast existentiële angst voor de boven je geplaatsten – niets dan tienen op je rapport en toch altijd het idee dat het nog beter moet.

‘Ik heb jarenlang een soort doven- en blindendiscussie met hem gevoerd. Hij had slechte ogen en las traag, maar hij kon onbeschoft snel schrijven. Bij mij was dat precies omgekeerd en dan klaagden we tegen elkaar wie nou het slechtste af was. Die snelheid maakte hem ook een gelegenheidsspreker par excellence. Hij vond razendsnel een ingang om iets of iemand te typeren en met zijn verbale intelligentie kon hij het meteen verwoorden. Kees was de laatste die zo groots in de krant over kunst en literatuur heeft geschreven. Ik zie niemand in zijn kielzog.’

H.U. Jessurun d’Oliveira (1933), emeritus hoogleraar internationaal recht:

‘In 1962 begonnen Jaap Oversteegen en ik een nieuw literair tijdschrift, Merlyn. We waren het niet eens met de literaire kritiek van die tijd, waarin allerlei psychologische en biografische motieven werden betrokken. Het ging ons om de tekst zelf. Fens schreef in die tijd opvallende stukken in het weekblad De Linie, en we wilden hem er graag bij hebben. Hij lag toen net in het ziekenhuis, want hij had ook destijds al een heel slechte huid en was allergisch voor alles. Zo maakte ik kennis met hem; een geheel in windselen verborgen gestalte.

‘Met zijn stukken in Merlyn heeft Fens zijn reputatie gevestigd en toen het blad in 1966 ophield, was hij een grote naam, een schakel tussen de universiteit en de dag- en weekbladkritiek. Het close readen en sterk analytische van die eerste jaren is geleidelijk minder geworden. Hij is meer van zichzelf in zijn stukken gaan stoppen, liet meer context toe en werd steeds veelzijdiger. Niet meer de literatuur was ten slotte zijn onderwerp, maar de Europese cultuur in brede zin, inclusief muziek, architectuur en beeldende kunst. Gepaard aan een enorme sensibiliteit en een fabelachtig geheugen maakte het hem tot de grand old man van de Nederlandse critici.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden