ModeExpositie

De komende zes maanden is de Nieuwe Kerk in Amsterdam ’s lands grootste modehuis

Amsterdam Rainbow Dress gedragen door model Valentijn de Hingh. Beeld Dario & Misja
Amsterdam Rainbow Dress gedragen door model Valentijn de Hingh.Beeld Dario & Misja

Als een storm na de stilte van lockdowns en restricties: de prestigieuze modetentoonstelling Maison Amsterdam is een groot en warm vreugdevuur waarmee 250 jaar Amsterdamse mode wordt gevierd.

De contouren zijn goed afgebakend, zowel qua tijd als qua plaats: Maison Amsterdam – de stad, de mode, de vrijheid is een tentoonstelling over kleding in de hoofdstad van de afgelopen 250 jaar, gerepresenteerd door 150 creaties. Klinkt qua opzet als een fluitje van een cent, maar bleek in de praktijk een flinke kluif.

Want: waar begin je? ‘Amsterdam, Amsterdam, de stad waar alles kan. In Amsterdam, Amsterdam is van alles aan de gang’ – Maggie MacNeal zong het al. Maar hoe kies je de beste en bijzonderste uit al die verhalen van al die verschillende groepen mensen, van provo’s tot prinsessen en van Indische immigranten tot gogodansers in de Roxy? Dat is reusachtig veel werk voor één museum en één conservator. Niet zo verwonderlijk dus dat Maison Amsterdam een groot museaal gesamtproject is.

De Nieuwe Kerk en Museum Amsterdam sloegen de handen ineen bij de organisatie. Pieter Eckhardt, conservator van de Nieuwe Kerk, werkte samen met Ninke Bloemberg, modecurator bij het Amsterdam Museum en het Centraal Museum Utrecht. Die vereende krachten hebben geresulteerd in een tentoonstelling die niet alleen groots is aangepakt en opgezet, maar ook vol tromgeroffel werd aangekondigd. Het mocht wat kosten allemaal, tijd én geld. Voor extra budget zorgden, naast ‘founder’ De Vriendenloterij, maar liefst vier verschillende fondsen. Directeuren Annabelle Birnie van de Nieuwe Kerk en Judikje Kiers van het Amsterdam Museum lieten bij de opening weten dat ze niet alleen trots zijn, maar ook, in de woorden van Kiers, intens gelukkig.

Dat de tentoonstelling door corona een jaar later opende dan gepland, was een domper, maar leverde ook het cruijffiaanse voordeel op van nóg meer tijd voor nóg meer puntjes op de i: van de fraai vormgegeven hardcover catalogus tot een randprogramma van modemonologen in leegstaande nachtclubs en een goedgevuld museumwinkeltje. In de tentoonstelling zelf zijn bij een aantal outfits aantrekkelijke audiotours te beluisteren, ingesproken door ere-Amsterdammers als Joost van Bellen, Femke Halsema en Freek de Jonge.

Ontwerpen van Mohamed Benchellal  Beeld Evert Elzinga
Ontwerpen van Mohamed BenchellalBeeld Evert Elzinga

Hoe de tentoonstelling inhoudelijk is? Nou: het is vooral véél. Maar niet irritant-overdonderend veel, wel weldadig veel. Zo veel dat je uren nodig hebt om alles te bekijken en te beluisteren. En dan nog, zegt Ninke Bloemberg, is het vooral ‘een amuse’, want ze hadden nog veel meer kunnen laten zien. Om ervoor te zorgen dat de bezoeker een leidraad heeft in dit modewoud, maar toch niet aan het gapen slaat bij een braaf chronologisch verteld verhaal, is de looproute verpakt als een wandeling door de stad. Die begint en eindigt op de Dam, de vrijplaats voor demonstreren, flaneren en herdenken. Tussendoor wordt onder meer stilgestaan in het Vondelpark (historische fietskleding), in het Oosterpark (Ketikoti) en op de Zeedijk (genderfluïde kleding). Tussendoor zijn er wat eilandjes met daarop bijvoorbeeld kleding uit de oorlog, een militair tenue, de jacquetten van een van de eerst getrouwde homostellen en een royaal drieluik met variaties op een trenchcoat van de Marokkaans-Nederlandse ontwerper Mohamed Benchellal.

Curatoren Bloemberg en Eckhardt zorgden dat het aanbod niet alleen ruim is, maar ook breed en van alle tijden en culturen. Oudere museumkaarthouders komen aan hun trekken bij de opstellingen van historische japonnen, couture van de grote vier (Govers, Holthuis, Heijmans en Molenaar) en minimode uit de sixties. Jongeren kunnen hun hart ophalen aan uitstallingen met streetwear van Daily Paper, Patta en Xhosa. Wat opvalt: voor modemakers van kleur en met een migratieachtergrond is naar verhouding veel plek – wellicht een gevolg van de tentoonstelling Voices of Fashion, over zwarte modemakers, die Bloemberg samen met gastcurator Janice Deul voor het Centraal Museum opzette. Ook het chapiter toekomst krijgt veel aandacht: Dylan Westerweel (Artez), Darwin Winklaar en Irene Ha (beiden Rietveld) zijn amper afgestudeerd of ze hebben al een prominente plaats in de Nieuwe Kerk, waar iemand als Jan Jansen het met één schoen moet doen. Dat het talenten zijn is zonneklaar, maar het voelt een beetje scheef dat ze in zo’n pril stadium al zó veel aandacht krijgen. Ergens is het ook jammer dat typisch Amsterdamse stijlfiguren als punkers, krakers, skaters, gabbers, Ajax-supporters, Dolle Mina’s, grachtengordelkakkers en corpsballen niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn, dat modebladen, stylisten en modefotografen alleen zijdelings voorbijkomen en dat het tweedehandsgebeuren van Noordermarkt, IJhallen en de Negen Straatjes (Hollandse hit King Louie!) ontbreken. Maar goed, makkelijk gemopper vanaf de wal. Een amuse is natuurlijk geen all you can eat-buffet.

De finale van de expo is, net als bij een ouderwetse coutureshow, een grote witte bruidsjurk. Die van Koningin Máxima maar liefst, van de hand van de Italiaanse maestro Valentino, compleet met sterrendiadeem. Er van dichtbij naar kijken is lastig, en stiekem aan de ellenlange sleep voelen onmogelijk, want het topstuk staat in een speciaal op maat gemaakte vitrine – Sneeuwwitje in een immense glazen kist, die de pret een beetje bederft.

Misschien is dat het enige wat schuurt aan deze verder zo voorbeeldige tentoonstelling: ze is hier en daar een beetje uit verhouding. Thematisch dus, maar ook qua vormgeving, waar Tatyana van Walsum voor tekende. Zeker, de Nieuwe Kerk vraagt om grote gebaren, en het is logisch dat grauwe kerkelijke achterwanden af en toe aan het zicht onttrokken zijn. Maar al die opgeblazen foto’s en behoorlijk aanwezige hoge stellages overschaduwen meer dan eens de kleding. En die kleding, die is nou juist zo sterk, en vertelt de verhalen van de stad het beste. Ietsje minder was óók mooi geweest. Twee minuten stilte in de drukte, ook dát is de Dam.

Topstukken

Amsterdam Rainbow Dress, model Valentijn de Hingh. Beeld Dario & Misja
Amsterdam Rainbow Dress, model Valentijn de Hingh.Beeld Dario & Misja

De Amsterdam Rainbow Dress

Een jurk gemaakt van vlaggen van landen waar homoseksualiteit verboden is: een krachtig statement verpakt in een sprookjesachtige jurk met een surrealistisch lange rok. In de tentoonstelling staat deze creatie van Mattijs van Bergen, Arnout van Krimpen, Jochem Kaan en Oeri van Woezik strategisch opgesteld voor een al even veelkleurig glas-in-loodraam.

Twee vrouwen op de Dam, circa 1900. Beeld George Hendrik Breitner
Twee vrouwen op de Dam, circa 1900.Beeld George Hendrik Breitner

De Breitner-meisjes

Deze foto van Hendrik Breitner, de schilder die Amsterdams eerste straatstijlfotograaf werd, hangt op de expositie achter een vitrine met daarin een outfit zoals deze wandelende dames op de Dam dragen. Een nette witte katoenen bloes met parelmoeren knoopjes, een keurige zwarte lange zijdekatoenen rok met kralen en uiteraard, zoals het zedige dames betaamt, een hoedje op het hoofd en geen streepje bloot, op gezicht en handen na.

Twee meisjes met rode laarzen en denim hotpants. Beeld Nederlands Fotomuseum - Ed van der Elsken
Twee meisjes met rode laarzen en denim hotpants.Beeld Nederlands Fotomuseum - Ed van der Elsken

Spijkerstad

De foto van Van der Elsken dateert uit 1983, de hotpants die de dames dragen zijn al wat ouder. Amsterdam is nog steeds, en steeds meer, dé denimstad van Europa. In de jaren zestig, de kraamperiode van de hotpants, deden veel Amsterdammers en toegestroomde provincialen hun inkopen bij het Spijkerbroekenhuis, het winkeltje van Tante Sjaan en oom Piet Koremans op Warmoesstraat 9, indertijd het walhalla voor de hippe teenager met lef.

Dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff poseert zittend in een Chinees gewaad, in de jaren twintig. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad
Dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff poseert zittend in een Chinees gewaad, in de jaren twintig.Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Slauerhoffs kamerjas

Hij hangt er wat onopvallend, achter de jas die hij erop draagt, deze foto van Jan Jacob Slauerhoff uit de jaren twintig. Een fascinerende bruikleen uit het Literatuurmuseum in Den Haag, deze changshan (kamerjas) die de schrijver als souvenir kocht toen hij op een van zijn verre reizen als scheepsarts aanmonsterde in de Zuid-Chinese havenstad Amoy.

Fietskostuum voor vrouwen. Beeld
Fietskostuum voor vrouwen.

Fietskostuum

Ondenkbaar in hedendaagse tijden, maar er was een periode dat vrouwen niet mochten fietsen. Konden ze ook niet, in de lange rokken en met de ingesnoerde tailles die de mores van die tijd voorschreven. Zo rond 1900 kwam er zoetjesaan een einde aan die beknotting. Er verschenen broekrokken, waarmee vrouwen eindelijk konden fietsen, en daarmee veel meer bewegingsvrijheid kregen. De lange panden van het jasje zorgden ervoor dat het ‘aanstootgevende’ beeld van de gespreide vrouwenbenen aan het oog werd onttrokken. Na het fietsen konden de pijpen weer aan elkaar worden geknoopt en leek het weer een gewone rok.

Janelle Monae met vulvabroek in de clip van haar nummer Pynk. Beeld
Janelle Monae met vulvabroek in de clip van haar nummer Pynk.

Vulvabroek

Duran Lantink is zoveel meer dan de bedenker van deze vulvabroek – rebel, idealist, vernieuwer, afvalverwerker, collagist – maar hij dankt er wel mooi een boel publiciteit aan. Janelle Monae droeg hem in de clip van haar nummer PYNK, geregisseerd door de Amsterdamse Emma Westenberg. Uiteraard ging de felroze creatie van katoen, tule en zijde viral. Power to the pussy!

Wagenwielwijd
Wie op de expo bij het denimpaviljoen omhoogkijkt, kan ’m niet missen: de vliegendeschotelachtige denim tutu, gemaakt door het oer-Amsterdamse jeanslabel G-Star en het Nationale Ballet. De rok is 3 meter in doorsnede, wat anderhalve meter afstand houden voor en tot de drager ervan onvermijdelijk maakt. Dansen erin kan wel degelijk: wie ‘safe distance ballet’ intikt op Youtube kan het met eigen ogen zien.

Maison Amsterdam – de stad, de mode, de vrijheid, De Nieuwe Kerk, Amsterdam, t/m 3 april 2022.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden