De koele relatie van wetenschap en tv

Programmaleiders bij de omroep hebben nauwelijks oog voor wetenschap. 'De overheid zou ons wat meer op de huid moeten zitten.' Het elfde en laatste deel in een serie over wetenschap op televisie....

BEGIN jaren negentig toonde Chriet Titulaer in het TROS-programma Wondere Wereld een nieuw gadget. 'Onlangs op een jaarvergadering kreeg ik dit grapje. Erg handig. Je clipt het zo aan een bordje waar je hapjes op hebt liggen en als je dan een glas wijn erbij wil doen, dan kan dat. Normaal zat je toch heel onhandig te doen, want je had in één hand een glas wijn en in de andere het bordje, en ja, hoe je dan moet eten, dat weet ik ook niet. Dat is nu opgelost. Welkom bij Wondere Wereld.'

Met dezelfde ernst waarmee de futuroloog - sterrenkundige van huis uit - de kijker deelgenoot maakte van de 'onbegrensde mogelijkheden van de micro-elektronica', presenteerde Titulaer in de loop der jaren een heel scala aan onzinnige hebbedingetjes. 'Dat was de dubbele bodem van Wondere Wereld', zegt Titulaer, die voordat hij dit programma maakte, twaalf jaar bij Teleac werkte.

Populair-wetenschappelijke tv-programma's zijn in het Nederlandse omroepbestel echter geen lang leven beschoren, hoewel het succes van Discovery Channel de omroepen op ideeën zou moeten brengen. De Evangelische Omroep schrapte Oh zit het zo? (ook met Chriet Titulaer) al na één seizoen, de TROS zond eind jaren tachtig Kijk-TV met Wubbo Ockels maar een jaar of drie uit.

Rolf Wouters' laagdrempelige populair-wetenschappelijke show Wouters Wondere Woensdag zal zich dit seizoen voor adverteerders en kijkers moeten bewijzen, wil Veronica er geen punt achter zetten. Alleen Noorderlicht van de VPRO is een blijver, maar dat richt zich dan ook op een andere doelgroep: de hoger opgeleiden.

De bescheiden aandacht voor techniek en wetenschap op de buis staat in schril contrast met het aantal kolommen dat de dagbladen ermee vullen, vindt Godelief Nieuwendijk, wetenschapsvoorlichter van de Landbouwuniversiteit Wageningen en bestuurslid van de Stichting Wetenschapsjournalistiek en -voorlichting.

'Het punt is dat er bij de tv onvoldoende mensen werken met het juiste referentiekader', zegt ze. 'Als een of ander vaag buitenlands persbericht over een scientific breaktrough spreekt, dan hangen NOVA, Netwerk en Twee Vandaag meteen in paniek aan de telefoon. Is dit nieuw? Belangrijk? Wie gaat hier bij jullie universiteit over? Ze kunnen het zelf niet op waarde schatten en dat is kwalijk. Een wetenschapsredacteur vinden ze overbodige luxe.'

Hoe koel de liefde is tussen wetenschap en televisie bleek ook vorig jaar op het Nederlands Film Festival in Utrecht. Tijdens een seminar met de veelzeggende titel Wetenschap op tv - twee duivels op één kussen? erkende Cees van Twist, manager cultuur voor de AVRO, dat de meeste omroepen het eigenlijk wel best vinden dat de VPRO 'er zoveel aan doet'. 'De overheid zou ons wat meer op de huid moeten zitten en eisen moeten stellen, net zoals voor cultuur.'

Nieuwendijk beaamt dat. 'Eigenlijk zou er net als vanuit de cultuursector een flinke wetenschapslobby op gang moeten komen die gewoon doordrukt dat er meer wetenschap op televisie is te zien.'

Dat ziet de Sichting Wetenschap en Techniek Nederland (WeTen) in Utrecht ook wel zitten. 'Ondanks de moeite die het kost om omroepen te overtuigen, vinden we televisie nog steeds een krachtig medium voor publieksvoorlichting over wetenschap en techniek', zegt Erik van Goor, projectcoördinator Media van WeTen. De stichting wil samen met commerciële en publieke zendgemachtigden een structureel en gevarieerd aanbod van dergelijke programma's bewerkstelligen. Zo denkt WeTeN actief mee met Wouters Wondere Woensdag (Veronica), Kwintessens (Teleac), Willem Wever (NCRV) en met regionale initiatieven. Het lijkt een kwestie van lange adem.

Toch is er wel degelijk belangstelling voor technologie en toegepaste wetenschap, zo bewijzen Discovery Channel, de Nationale Wetenschapsquiz van de VPRO en de wetenschappelijke supplementen van kranten.

En dan zijn er de regionale omroepen. Geheel tegen de stroom in ontstaan daar wél allerlei initiatieven voor wetenschaps-tv. Het verst gevorderd zijn ze in Groningen en Drenthe met het programma Adams Appel. TV West wil samen met de Technische Universiteit Delft en de Rijksuniversiteit Leiden een soortgelijk programma gaan maken, zegt hoofdredacteur Hugo Schneider. 'Met twee universiteiten in je regio en diverse TNO-instituten hoef je niet geniaal te zijn om op dat idee te komen', aldus Schneider, die 'erg gecharmeerd' is van Adams Appel.

'Het is leuk om zeer alledaagse problemen en voorvallen te laten belichten door experts uit je eigen buurt', stelt hij. 'Neem het piramidespel. Je kunt een wiskundige laten uitleggen hoe groot je kansen op winst en verlies zijn, maar ook een sociale wetenschapper vragen over gokverslaving.' Het is volgens Schneider de kunst om populair-wetenschappelijke onderwerpen op televisie aantrekkelijk te visualiseren.

'Dat lukt uitstekend als je een item over de Leidse Hortus maakt, of als je in Delft een botsproef voor nieuwe autostoelen filmt. Bij andere, abstractere onderwerpen zal dat moeilijker zijn.' TV West wil zijn wetenschapsprogramma vanaf begin volgend jaar gaan uitzenden.

In de hoogtijdagen van Wondere Wereld was er in Hilversum ook al weinig aandacht voor wetenschap en techniek, zegt Titulaer. 'Het budget per aflevering lag tussen de vier- en twintigduizend gulden. Dat moest ik zelf bij elkaar zien te schrapen.'

Zo kreeg Titulaer voor technische onderwerpen, aangedragen door de Stichting Technische Wetenschappen (STW) vijfduizend gulden. Titulaer: 'Dus ik was wel zo slim om elke week minstens één van hun onderwerpen te brengen.' Geen probleem voor een programma dat in krap een half uur wel vijftien onderwerpen behandelde.

Wondere Wereld was vanwege dat krappe budget min of meer een eenmansproduct, zegt Titulaer. 'Ik deed de presentatie, research en onderwerpselectie. Als ik voor een reportage met camaraman en geluidsman een laboratorium bezocht, waren we binnen twee uur klaar.' Die goedkope formule zou tegenwoordig niet meer aanslaan, denkt hij. 'De kijkers zijn nu de shows van Rolf Wouters gewend. Voor minder doen ze het niet.'

Het grootste struikelblok voor wetenschapstelevisie is misschien wel heel triviaal: de lage kijkcijfers. 'Toen ik eind jaren zestig de maanvluchten van de Apollo presenteerde, had ik een kijkersdichtheid van honderd procent', pocht Titulaer. 'Maar we hadden toen ook alleen maar Nederland 1 en 2.'

Volgens Godelief Nieuwendijk mogen de beperkte kijkcijfers geen beletsel zijn voor wetenschap op tv. Ook in Engeland, waar de BBC zeer veel zendtijd besteedt aan hooggewaardeerde wetenschapsprogramma's, vond een jarenlang durend gewenningsproces plaats.

'Heel belangrijk is dat de programmaleiding positief staat tegenover het brengen van een breed scala aan wetenschapsprogramma's. Zo kan de kijker die lange, diepgaande uitzendingen wil zien, aan zijn trekken komen, maar ook de oppervlakkiger geïnteresseerde kijker.'

Meer geld voor programma's is niet het ei van Columbus, denkt Titulaer. 'Ik maakte in de jaren zeventig de Teleac-serie Wetenschap in Beweging, zestig prachtige programma's met een ruim budget. Maar er keek geen hond. Iedereen vond het goed voor zijn buren.'

Bart Dirks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden