De koele bronnen van de jazznostalgie Miles Davis' kwintetopnamen klinken dertig jaar later nog even vrij en subversief

Tussen 1965 en '68 legde Miles Davis een reeks verbazingwekkende platen vast, waarvan de invloed nog altijd wordt gevoeld. Alle studio-opnamen van het kwintet zijn nu op zes cd's verzameld; het studiemateriaal van de generatie-Marsalis....

AMERIKAANSE science-fictionpockets hadden in de vroege jaren zestig vaak een nep-Dalí om de omslag. Ze toonden mysterieuze, vloeiende vormen, die boven uitgestrekte, barre landschappen hingen. Het leken visioenen van een toekomst waarin gewone opvattingen over tijd en ruimte niet meer zouden opgaan.

Zo klinken ook de studio-opnamen van het Miles Davis kwintet uit die jaren, met Wayne Shorter, Herbie Hancock, Ron Carter en Tony Williams. Op het podium speelden ze nog klassieke stukken uit het Davis-repertoire als So What en Walkin', zij het in zulke hoge tempo's, dat het leek alsof ze er aan wilden ontsnappen. Maar in de studio ging het anders: tussen januari 1965 (nadat Wayne Shorter Sam Rivers op tenorsax verving) en juni 1968 (de laatste opnamen met pianist Hancock en drummer Williams) ontwikkelde het kwintet een dermate radicale ensemblestijl, dat het de jazz vijftien jaar zou kosten om langszij te komen.

Het begon met de soepele, onafhankelijke ritmesectie die Miles Davis in 1963 samenstelde, toen zijn nieuwe slagwerker Tony Williams zeventien was. Williams werd de katalysator in de groep, een bewonderaar van zoekers als de saxofonist Ornette Coleman, over wie Miles zich in interviews juist zo laatdunkend uitliet. Het was ook Williams die in 1964 de naar vrijheid strevende Sam Rivers in het kwintet haalde. Miles hield niet van Rivers, die weer snel zou opstappen. Maar in concerten met Rivers begonnen sfeer en tempo van een stuk per solo radicaal te verschillen. Bekende stukken veranderden in mini-suites, die vooruitliepen op nieuwe ontwikkelingen.

Miles en zijn bandleden wilden graag Wayne Shorter in het kwintet hebben, en uiteindelijk slaagden ze er in hem los te weken bij Art Blakey. Vier maanden na Shorters komst werd de lp E.S.P. opgenomen, waaraan alle bandleden behalve Williams stukken bijdroegen.

Davis trad hier op als rigoureus editor. Als een sideman met een nieuw stuk kwam, gooide hij er vrijwel alle akkoorden uit of nam hij alleen een paar maten van de melodie; een voortzetting van zijn streven naar open vormen en vereenvoudigde harmonie dat in 1959 al de fameuze lp Kind of Blue had opgeleverd.

Shorter intensiveerde die aanpak, met stukken vol zijwaartse sprongen, en onderliggende akkoorden die ondanks de melodische voortgang vaak nauwelijks een sensatie van beweging opriepen. Het leek er op dat melodie en harmonie voortbestemd waren aparte wegen in te slaan. Shorters Footprints (van de lp Miles Smiles, 1966) heeft bijvoorbeeld de vorm van een blues, maar de etherische, repeterende melodie is volslagen on-bluesachtig. Soms bestonden stukken uit niet meer dan herhaalde korte zinnetjes waaraan geen jazzakkoordenstructuur meer te pas kwam.

Door dit alles begon het kwintet iets stils en terughoudends te krijgen, zelfs als de improvisaties flink te keer gingen. Davis speelde in deze tijd sommige van zijn avontuurlijkste, meest zelfverzekerde solo's, prachtig aangevuld door Shorters donkere, ingehouden tenorsax.

Omdat het kwintet de nieuwe stukken niet in concerten speelde, kregen arrangementen niet de tijd om gefixeerd te raken. In de studio draaide tijdens het repeteren de band mee, en als Miles geen 'stop' riep veranderde de repetitie vanzelf in een opname. Opvallend genoeg volgde Bob Dylan, die net als Miles voor Columbia opnam, in de jaren dezelfde methode. Dylans She's Your Lover Now (1966) begint als een informeel probeersel, vindt dan plotseling zijn vorm en valt weer even plotseling uiteen. Bij Miles en Dylan kon het gebeuren dat een bepaald stuk in maar één (eventueel gemankeerde of incomplete) uitvoering werd vastgelegd.

In het afstand nemen van het improviseren over vaste akkoorden kun je de invloed van altist Ornette Coleman zien, hoezeer Miles ook op hem afgaf. Vooral de rafelige frasering van Gingerbread Boy op Miles Smiles heeft veel te danken aan Colemans kwartet met trompettist Don Cherry, hoezeer dat in klank ook van Davis verschilt.

De lp's Miles Smiles, Sorcerer en Nefertiti werden in 1966-1967 de nieuwe standaard voor ensemblespel in de jazz. Andere groepen probeerden de combinatie van soberheid, vrijheid en subversiviteit na te volgen, maar zelfs voor Miles' bandleden die eigen groepen begonnen, bleek het voorbeeld moeilijk te vangen.

Miles Davis, die in 1967 41 werd, was veel te ongedurig om zich lang met één en hetzelfde bezig te houden. In december maakte de elektrische piano zijn opwachting in het kwintet, en af en toe deed er ook een elektrische gitaar mee - met zeer wisselend succes. Miles probeerde het met mainstream-gitarist Bucky Pizzarelli, die wist dat hij ernaast zat, maar niet wat hij eraan moest doen. Een andere kandidaat was Joe Beck, een studiomuzikant die vooral herinnerd wordt dankzij die éne noot die hij in het lange, hypnotiserende Circle in the Round in eindeloze ritmische herhaling speelt.

Circle in the Round verscheen pas jaren na de opname voor het eerst op plaat; een merkwaardig ge-editeerd, maar desondanks klassiek stuk dat het allereerste begin van Miles semi-elektrische fase documenteert. Beck beviel uiteindelijk evemin: hij speelde assertief zolang hij wist wat zijn rol was, maar zodra hij twijfelde viel hij stil. George Benson, toen nog geen ster, bleek een gelukkiger keuze: hij had een betere groove en raakte niet van slag als de muziek een vreemde wending nam.

Zo heel vreemd zou het er overigens niet meer aan toe gaan. Miles vertelde later dat het kwintet in zijn laatste fase pop- en funkinvloeden verwerkte als reactie op alle abstractie. Maar bij haast alle jazzmuzikanten die in deze jaren overstappen op elektrische instrumenten wordt de muziek een graadje minder intelligent. De lijnen worden simpeler, minder gedurfd. Het kwintet gaat vaker de studio in, maar het aantal stukken dat geschikt voor de plaat wordt bevonden daalt. Het versterkt de indruk van een groep die niet precies weet welke kant ze opmoet.

Goede stukken zijn er nog wel (het hectische Side Car) maar op zijn elektrische piano keerde Hancock terug naar de akkoorden en blues-licks die hij eerder had losgelaten. Miles' nieuwe richting zou in 1969 culmineren in de dubbel-lp Bitches Brew, waarmee hij de traditionelere jazzfans definitief van zich vervreemdde. Zijn voormalige kwintetleden werden funky of mellow, of allebei. Ondanks al het respect voor de groep, werd alleen Footprints een (semi-)standard. De elektrische mood music van Davis' lp in A Silent Way (1969) zou kort daarop heel wat meer navolging vinden. Het had er alles van dat Davis' vrijgevochten kwintet-stijl te esoterisch was om na te volgen.

Hancock, Carter, Williams en (in mindere mate) Shorter zouden uiteindelijk de elektriciteit weer achter zich laten en terugkeren naar de formule van het oude kwintet, zij het in iets minder complexe vorm. Begin jaren tachtig gingen Hancock, Carter, Williams op tournee met trompettist Wynton Marsalis. Het was Marsalis die in 1982 op het Columbia-label een nieuwe fase in de jazznostalgie introduceerde, met de lp Wynton Marsalis, waarop hij in een aantal stukken met Miles' oude ritmetrio speelde, onder andere in een versie van R.J. van Miles Smiles (het weerhield Marsalis er niet van Davis in interviews af te kraken - een mooi geval van je trekken thuis krijgen).

Marsalis' Miles-achtige groep werd op zijn beurt een inspiratiebron voor bands als het Harrison-Blanchard kwintet. Een nieuwe jazzstroming, gebaseerd op een oud model, deed zijn intrede. Helaas miste de nieuwe generatie de vloeiende, veranderlijke benadering van Miles' groep, die wat dat betreft onovertroffen blijft.

In een luxe uitgevoerde box met zes cd's (toegelicht in uitvoerige essays van Bob Belden en Todd Coolman) heeft Columbia nu alle studio-opnamen van het kwintet verzameld, in een 20-bit geluidskwaliteit die gelukkig weinig aan het terughoudende karakter van de opnamen verandert. Er zijn dertien niet eerder uitgegeven stukken, inclusief een ruwere, 34 minuten lange montage van Circle in the Round.

In de nabije toekomst wordt misschien nog eens hartelijk gelachen om de vormgeving van cd-boxen in de jaren negentig. Met dit geval maak je grote kans niet onopgemerkt door de alarmpoortjes van vliegvelden te komen: er zit een uit de kluiten gewassen metalen knijper op, waardoor je zowat een koevoet nodig hebt om de bladzijden van het tekstboekje om te slaan. Het versterkt de indruk dat de inhoud misschien mooi, maar bovenal onneembaar is. Dat is zonde, want dertig jaar na dato kan de jazz nog veel van deze groep leren.

Miles Davis Quintet 1965-'68. The Complete Columbia Studio Recordings. Columbia 67398-2 (zes cd's, ca. * 235,-).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden