INTERVIEW

De kloof tussen het officiële en het heimelijke

In zijn huis met uitzicht op de Bosporus spreekt Orhan Pamuk over zijn nieuwste roman, over mensen zonder zo'n uitzicht.

Orhan Pamuk. Beeld Vanessa Montero

Mooiere slenterstraatjes dan die van Beyoglu, ten noorden van de Gouden Hoorn in Istanbul, bezit de wereld nauwelijks - ze kronkelen op spectaculaire wijze omhoog, de per etage uitdijende Osmaanse huizen zijn wonderschoon. Mevlut, straatverkoper en heimelijke held uit de nieuwe Orhan Pamuk, Dat vreemde in mijn hoofd, komt tijdens avondlange tochten door dit labyrint in het reine met de rotstreken van het leven - net als flink wat eerdere Pamuk-personages en, ach, net als de auteur zelf.

Toen hij nog niet wereldberoemd was

'Ik werkte vroeger tot diep in de nacht en ging dan altijd wandelen', zegt Pamuk. 'De roedels zwerfhonden die Mevlut op zijn tochten achterna komen, die ken ik van vroeger, en ik was er net zo bang voor als hij.'

De wandelingen van vroeger: toen Beyoglu nog geen uitgaansdistrict was, zwerfhonden nog volop vuilnis aten en Pamuk nog niet wereldberoemd was. Tegenwoordig wordt deze wandelaar niet meer gevolgd door roedels honden maar door, nu ja, een roedel privébewaking. Op het leven van de eerste Turkse winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur werden waarschijnlijk al flink wat aanslagen beraamd. Het jaar voor zijn bekroning, in 2006, gaf hij nog acte de présence in de rechtbank wegens een aanklacht op grond van artikel 301: het beledigen van de Turkse staat. Wie de beroemdste vrije geest is in het Turkije van Recep Tayyip Erdogan, die gaat niet zomaar uit slenteren. De Nobelprijswinnaar serveert dit onderwerp graag snel af. 'Ik wil deze situatie niet overdrijven, het gaat best. Als je zoals ik graag overal rondsnuffelt, is die bewaking nog in je voordeel ook. Je wordt meteen overal binnengelaten, ha!'

Fotografie voor de literatuur

Op zijn lange wandelingen fotografeert Pamuk sinds jaar en dag alles wat in Istanbul los en vast zit. Die fotografie dient deels zijn literaire werk: wereldwijd weten Pamuks lezers precies hoe de porseleinen zwanen eruit zien die bewoners van armere wijken boven op hun oude televisiekasten hebben staan. Maar denigreer die foto's niet tot geheugensteuntjes bij het schrijven: 'Ik ben van kinds af aan al een maniakaal fotograaf.' Ook tijdens het interview maakt hij foto's. Ik had nooit om selfies met de Nobelprijswinnaar durven vragen, maar uit geen bezwaar als hij die met mij maakt. Kan ik voortaan tegen die flinke schare Pamuk-lezers zeggen: Orhan Pamuk wilde per se een selfie met mij.

Cihangir, Beyoglu, Istanbul op een bloedhete zondag. De conciërge van het oude flatgebouw is bezweet, spreekt geen vreemde taal en gebaart naar de intercom: als u denkt dat u hier moet zijn, belt u zelf maar. De Nobelprijswinnaar ontvangt in korte broek op slippers en morst wat thee op de tafel met uitzicht op de Bosporus. Wat hij wil benadrukken: 'Ik ben in dit gesprek niet over de tol van de roem begonnen. Mij heb je niet horen klagen. Ik ben geslaagd in alles wat ik wilde doen. Ik leef hier prachtig tussen twintigduizend boeken, met uitzicht op de Bosporus. En sinds ik die Nobelprijs heb, hoef ik niet meer in de rij te staan voor visa.'

Legio waren de schrijvers die succes een vloek noemden voor hun schrijverschap: de verwachtingen werden torenhoog, de druk werd immens. Wie dacht dat het leuk was de Nobelprijs te winnen, weet niets van de kwellingen die bijvoorbeeld John Steinbeck doorstond. Pamuk verging dat anders. 'De druk waaraan ik vroeger blootstond, toen autoriteiten met de gevangenis dreigden, die was pas vervelend! Met hoge lezersaantallen valt prima te leven. Mijn eerste roman verkocht een paar duizend exemplaren. Daarna denk je: een paar duizend mensen gaan me afrekenen op de zin die ik nu neerpen. Tegenwoordig kan ik denken: een paar miljoen mensen gaan dit lezen. Er is geen verschil, je sluit jezelf op en gaat schrijven.'

CV

1952 Geboren in Istanbul

1982 Romandebuut Meneer Cevdet en zijn zonen

1983 Het huis van de stilte

1990 Het zwarte boek, Ik heet Karmozijn

2002 Sneeuw

2006 Nobelprijs voor de Literatuur

2009 Het museum van de onschuld

2016 Dat vreemde in mijn hoofd

Orhan Pamuk heeft een dochter uit zijn huwelijk met Aylin Türegün

Optimistischer, milder en hilarischer

Desalniettemin, een feit van de geschiedenis: weinig Nobelprijswinnaars schreven hun beste werk ná hun bekroning. 'Een cliché', zegt Pamuk. 'De meeste winnaars waren bejaard. Ik was pas 54 toen ik hem kreeg, ik zat midden in een boek en ik was al bezig met het volgende. Mijn hoofd barst van alle boeken die ik nog wil schrijven. Op dit moment krijgen in mijn hoofd elf romans vorm.'

Ik vertel Pamuk dat ik door geen van zijn boeken zo werd geraakt als door dat nieuwe, Dat vreemde in mijn hoofd, zijn eerste familieroman, al heeft Het huis van de stilte uit 1983 daar ook contouren van. Is dat een grimmig boek in een vaak grimmig oeuvre, in Dat vreemde in mijn hoofd treffen we Pamuk optimistischer, milder en hilarischer dan ooit. Van déze familie nemen we maar met moeite afscheid na een halve eeuw lief en leed met haar te hebben gedeeld.

Dat was helemaal de bedoeling, zegt de auteur. 'Ik wilde mijn lezers laten houden van mensen die moeite hebben het hoofd boven water te houden. Ik streefde bewust naar een ouderwetse, moralistische Dickens-achtige roman, maar dan zonder melodrama. In veel van mijn andere werk zit woede op mensen van mijn eigen klasse. Tussen mij en deze familie zit geen woede.'

Cover van Dat vreemde in mijn hoofd.

Bourgeois

Deze familie bestaat uit, nu ja, eenvoudige mensen. De held uit dit boek, Mevlut, zeult met een juk om zijn nek door Istanbul om yoghurt en boza te slijten, en beproeft zijn geluk ook nog als kelner, rijst-met-kikkererwten-verkoper, kassier, parkeerwacht, elektriciteitsmetercontroleur en zo nog wat rotbaantjes. Nooit eerder verwijderde Pamuk, het bourgeoiskind uit het hart van Istanbul, zich zo ver van zijn eigen milieu. Ka uit Sneeuw, Kemal uit Het museum van de onschuld, Metin uit Het huis van de stilte: allemaal bourgeoiszoontjes. Mevlut deelt met deze Pamukpersonages 'dat vreemde in het hoofd' ('Wat ik ook doe, ik voel me moederziel alleen in deze wereld.'). Echter: híj draagt een juk als hij 's avonds door de straten slentert. Geduldige en bescheiden Mevlut: hij is Pamuks eerste hoofdpersoon die blijmoedig door het leven gaat, de eerste ook die, mag je aannemen, op Recep Tayyip Erdogan stemt. Werden er verkiezingen uitgeschreven onder de personages uit Dat vreemde in mijn hoofd, dan won Erdogan met 90 procent, ja toch?

Oeps! Het 'E-woord' is eerder gevallen dan de bedoeling was. Daar wil Pamuk nu nog helemaal niet over praten, het boek gaat nu juist over hoe 'de grote geschiedenis' ingrijpt in de levens van doodgewone mensen. Als er twéé dingen zijn waar buitenstaanders inzake Turkije te veel aandacht voor hebben, dan wel voor de persoon van Erdogan en de islam. Laten we in plaats daarvan eens naar buiten kijken, naar Aziatisch Istanbul dat opdoemt aan de andere kant van de Bosporus. 'Zie je die achterste wolkenkrabbers? Die waren er nog niet toen ik met het schrijven van dit boek begon.'

Het vreemde in mijn hoofd is behalve een familieroman vooral ook een 'urbaniseringsroman'. In de kleine halve eeuw dat het boek speelt, dijt Istanbul dramatisch uit over alle heuvels, het inwonertal gaat van drie naar vijftien miljoen. De mensen uit het boek hebben géén mooi uitzicht over de Bosporus, die wonen op minstens tien kilometer van de plek waar we ons nu bevinden, en ze kwamen van nog veel verder, uit een dorp in de Anatolische binnenlanden - een afkomst die ze delen met 90 procent van de bewoners van de bouwsels die we zien zo ver het oog reikt. Vrijwel al die mensen ging het de afgelopen vijftien jaar bijna spectaculair beter, die vallen Erdogan dus niet zomaar af. 'Kijk naar India', zegt Pamuk, 'daar zie je hetzelfde, explosieve groei en een democratisch gekozen regering die de democratie uitholt. De grote vraag voor de toekomst is: zullen al die mensen die de armoede ontstijgen alléén nog maar stemmen op economische groei?'

Verdiend mededogen

In Dat vreemde in mijn hoofd beschrijft Pamuk deze mensen 'met het mededogen dat ze verdienen'. Is dat ook mededogen met het electoraat van Erdogan? Laten we die mensen niet degraderen tot Erdogan-stemmers: 'Als het boek een eerbetoon is, dan aan al die mensen die Istanbul veranderden. Begrip is de hoogste vorm van eer die je kunt betuigen aan wie dan ook.'

Dit boek zit boordevol personages die overal in Istanbul rondlopen, en die de lezer ieder in hun eigen vocabulaire uitleg verschaffen over hun leven. In de eindeloze buitenwijken heersen de soortgenoten van Hadj Hamid Vural, religieus en ambitieus bouwondernemer, de 'keizer' van de Duttepe-heuvel. ('Ik dacht: ik zet op Duttepe wel zo'n kolossale moskee neer dat als je vanaf de residentie van de gouverneur (...) deze kant op kijkt, je kunt zien dat er op Duttepe nu mensen wonen!')

Wie 's avonds een minder chic etablissement binnenloopt waar het ruikt naar zweet en raki, ziet Melahat, die al vroeg verlopen zangeres van Turkse folklorepop ('Ik zou een roman kunnen vullen met alle mannen die ik ken, en ik zou meteen veroordeeld worden wegens belediging van de Turkse identiteit.').

Een openlijk feministische roman

Op markten in de buitenwijken wemelt het van de lotgenotes van Vediha, de schoonzus van Mevlut, op 16-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan Mevluts driftige neef Korkut. Diens moeder prijst Korkut aan op dezelfde wijze als de moeder van Erdogan dat zou doen: 'Het is een harde jongen, dat kan ik rustig zeggen, erg trots ook.'

Vediha is een mater familias in een patriarchale wereld, zij is degene die de familie bij elkaar houdt, degene ook die haar klachten daarover in goed vertrouwen deelt met de lezer: 'Is het juist dat ik in deze familie ondanks al mijn pogingen om de ruzies te sussen, de fouten toe te dekken, de scheuren te dichten, altijd weer als enige de schuld krijg van alles wat misgaat?'

Vedinha heeft twee zussen, Rayiha en Samiha. Die drie zussen zijn de grote heldinnen uit Dat vreemde in mijn hoofd. 'Het is mijn eerste openlijk feministische roman', zegt Pamuk. 'Die zussen zitten ogenschijnlijk onder de plak, maar ze vechten terug op hun eigen manier, ze delen lief en leed met elkaar, ze helpen elkaar door die huwelijken heen en ze worden steeds sterker. Die zussen zijn heel geliefde personages. Dat merk ik overal. Ik heb onlangs optredens gedaan in de provincie. Heb ik het over de zussen, dan beginnen vrouwen met hoofddoeken in de zaal spontaan te klappen.'

Die heikele kwestie

Ontpopt Pamuk, de bourgeoiszoon uit Beyoglu die in het buitenland meer lezers had dan thuis, zich in zijn rijpe jaren als Turkse volkschrijver? 'Ho ho, ik ben al twintig jaar in eigen land een bestsellerauteur. Dat dit boek zo populair is, heeft meer te maken met de traditionele vorm dan met de sociale klasse waarin het zich afspeelt. De bestverkochte Turkse boeken gaan altijd over de hogere klassen.'

Nu even die heikele kwestie. In de jaren dat Pamuk zijn meest optimistische en meest volkse roman schreef, 2008-2014, ging het met het land van de auteur gestaag bergafwaarts. Toen hij aan het boek begon dachten, of hoopten, velen dat de ontwikkeling van een democratie en een rechtsstaat in Turkije onomkeerbaar was. Toen hij het boek voltooide, wist iedereen wel beter. Dat Pamuk in 2006 die Nobelprijs had gekregen, dat was achteraf gezien wel zo handig. Zo'n beroemd iemand leg je niet meer het zwijgen op. Ondertussen valt in Turkije wel de ene na de andere minder beroemde stem stil.

Dat Erdogan zich zo snel als autoritair leider zou ontpoppen, dat had u toch ook niet verwacht?

'Laten we het niet over de persoonlijkheid van Erdogan hebben. Hij is oninteressant. Als we deze Erdogan niet hadden gehad, dan was er een andere geweest. Het oude seculiere establishment grossierde in mannen met dezelfde stijl en mentaliteit.

'Als het over de loop van de geschiedenis gaat, ben ik adept van Marx of Weber. Grote ontwikkelingen moet je niet aan persoonlijkheden toeschrijven. Erdogan is oppermachtig noch onkwetsbaar, bij de laatste verkiezingen kreeg hij maar 40 procent. Minstens de helft van zijn succes is gebaseerd op de zwakte van de oppositie. Zijn tegenstanders staan verder van elkaar af dan van hem.

'In de beginjaren kende Erdogans bewind liberale elementen, die zijn verdwenen. Maar kijk je niet naar de laatste zeven jaar, maar naar de laatste zeven decennia, dan zie je helaas continuïteit. In de decennia dat het seculiere establishment en het leger de dienst uitmaakten, was er heel veel wat kranten niet mochten schrijven.

'Nu zijn er andere dingen die ze niet meer mogen schrijven. De inhoud van de taboes was vroeger anders, taboes waren het evengoed. Toen ik werd aangeklaagd (in 2005, voor het ter sprake brengen van de Armeense genocide, red.) was Erdogan nog helemaal niet machtig. Wat we zien is een andersoortige verstrengeling van repressieve elementen die er al waren, en waarvan ik hoopte, en nog steeds hoop, dat ze onder Europese invloed aan kracht zullen inboeten.'

Beeld Vanessa Montero

De Nederlandse turkoloog Erik-Jan Zürcher betoogt dat het in de huidige omstandigheden beter is helemaal te stoppen met de toetredingsonderhandelingen met Turkije.

'Ik respecteer Zürcher, hij schreef een van de beste boeken over het moderne Turkije. Maar hij is een Nederlander, weet je. Ik ben een Turk, ik zal zoiets niet zeggen, want ik wil dat die onderhandelingen doorgaan, ook al zijn die op dit moment niet realistisch. Turkije heeft zich altijd onder invloed van Europa hervormd. Ik ben bezorgd dat Turkije dit perspectief verliest. Ik ben ook bezorgd over Europa.

'Als de Turkse regering ergens voor te prijzen valt, dan voor de manier waarop ze vluchtelingen heeft opgevangen. Toen Turkije al twee miljoen vluchtelingen had opgenomen, bogen Engelse en Franse kranten zich over de vraag of ze 2.000 of 2.500 vluchtelingen moesten opnemen. Beschamend toch? In augustus vorig jaar maakte Angela Merkel een ruimhartig gebaar. Het is ontluisterend om te zien hoe ze daar nu door kiezers voor wordt afgestraft. Het is ontluisterend om die paniek te zien onder Europese politici: tolerantie jegens vluchtelingen kost ze stemmen. Turkije gebruikt die paniek om Europa een poot uit te draaien. Waarom was die deal überhaupt nodig? Als Europa die vluchtelingen wil tegenhouden, dan kan het Griekenland toch helpen de Europese buitengrenzen te bewaken? Turkije wordt betaald voor vuil werk, omdat Griekenland zijn huiswerk niet doet. Het gaat in tegen alles waar Europa voor stond. Het is slecht voor Europa en slecht voor Turkije. Het is goed voor de adepten van repressie.'

Een van de motto's die Pamuk Dat vreemde in mijn hoofd meegeeft, komt van de in 1978 vermoorde Turkse columnist Celâl Salik: 'De diepe kloof tussen de persoonlijke en de officiële opvattingen van onze burgers is een bewijs voor de macht van de staat.'

De klanten die de o zo vriendelijke straatventer Mevlut uithoren over zijn politieke opvattingen, die nooit vertelt wat hij echt denkt. Wat Vediha tegen haar zussen over haar huwelijk vertelt, dat wijkt fundamenteel af van het discours waarmee ze haar driftkikker van een echtgenoot pacificeert. Die kloof tussen het officiële en het heimelijke, die herkennen we nota bene ook in Mevluts koopwaar. Boza, dat is een gegist goedje uit het Osmaanse Rijk, alcohol die werd uitgevonden voor mensen die geen alcohol mochten drinken. Een boek lang zeult Mevlut ermee door de straten van Istanbul. Een boek lang vragen alle klanten: 'Er zit toch geen alcohol in hè?' Mevlut stelt ze altijd gerust: 'In boza zit geen alcohol.' Hij weet beter, en al die klanten weten ook beter.

Zo kennen we Pamuk: de vinger op de zere plek, geheimen ontsluierend, zo confronterend dat trotse Turkse mannen boos worden - nog nooit maakte hij het die zo moeilijk een boek van hem weg te leggen. Ik vertel Pamuk dat ik tien jaar terug in het heetgebakerde Trabzon in het noordoosten van Turkije een jongen tegenkwam die mij een groot geheim toevertrouwde: 'Ik heb iets gedaan wat mensen uit Trabzon nooit doen, ik heb een boek van Orhan Pamuk gelezen.' De Nobelprijswinnaar kan daar om schateren. Zijn nieuwe boek loopt goed in Trabzon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden