'De kleine Johannes' overtikken

In de toekomst verlaat je de bibliotheek met een boek dat je zelf bij elkaar hebt geprint uit het aanbod op internet....

Internet is groot geworden dankzij particuliere initiatieven en ideeen, waaronder die van boekenliefhebbers. Persoonlijke voorkeuren spelen daarbij een grote rol. Zo heeft een Finse liefhebber een index gemaakt van namen, begrippen en trefwoorden uit The Satanic Verse van Samman Rushdie (http://www. Uta.fi/-fljoku/svindex2.htm). De dienstverlening kan ook een louter zakelijk fundament hebben. Een ondernemer in Massachusetts stelt geïnteresseerden in staat thuis op de pc het titelaanbod van honderden antiquarische boekhandelaren in alle werelddelen te bekijken. Met een paar simpele handelingen kan een gezocht exemplaar bij de winkelier worden besteld (http://www.bibliofind.com).

Boekenliefhebbers, uitgevers en literatuurwetenschappers, die nooit voorop hebben gelopen bij het bedenken van toepassingen voor het nieuwe medium, zijn inmiddels bezig de achterstand enigszins in te lopen. Niet alleen door in digitale vorm een veelheid van informatie over schrijvers en boeken aan te bieden, maar ook door het aanleggen van archieven met teksten die in gedrukte vorm niet of heel moeilijk toegankelijk zijn. In bijna al die gevallen is het plezier van het ontdekken bij de gebruiker voelbaar. De maker van de site heeft meestal zijn uiterste best gedaan, maar kondigt tevens vrijwel altijd aan dat zijn werk nog niet is voltooid.

Het effect van de inspanningen neemt toe naarmate de kwaliteit van het aanbod stijgt. Een geslaagd Nederlands initiatief is de site van Laurens Jz. Coster (http://www.dds.nl/ljcoster/ index.html), opgezet in 1995, waar we naast een veelheid van ander materiaal vijftien psalmen bij elkaar vinden, in 39 verschillende versies van onder anderen Vondel, Huygens, Hooft, Marnix van St. Aldegonde en Justus de Harduwijn. Wanneer in 2004 de nieuwe, oecumenische bijbelvertaling moet zijn voltooid, is het in een handomdraai mogelijk moderne psalmteksten te vergelijken met vertalingen, berijmingen en bewerkingen uit het verleden. De bezoeker van de site die op zijn scherm een nieuwe psalm oproept, kan er meteen andere versies naast leggen.

Zo'n psalmenverzameling is, hoewel de collectie nog verre van compleet is, de voorbode van een onbegrensde ontwikkeling. De teksten op deze site, toegankelijk voor iedere geïnteresseerde, zijn te lezen zonder bijkomende kosten. De zogeheten HTML-techniek brengt koppelingen aan, die technisch voorheen niet mogelijk waren. De psalmen-site laat op bescheiden schaal zien wat in de toekomst mogelijk wordt, wanneer de lezer die elektronische koppelingen benut om zijn weg te vinden in de literatuur. Teksten staan nooit op zichzelf, ze laten zich altijd in lezen in een groter verband. De digitale techniek leent zich per definitie voor het zichtbaar maken van alle mogelijke verwijzingen die verschillende teksten met elkaar verbinden.

De website van Laurens Jz. Coster is nu nog een verzameling van goeddeels losse teksten. Model stonden buitenlandse verzamelingen, waaronder de Duitse en Engelse Gutenberg-projecten. Coster is uitgegroeid tot een van de grootste collecties van (oudere) literaire teksten in het Nederlandse taalgebied. Deze website bevat de Verzen van Gorter (editie 1890) en het dichtwerk van Dèr Mouw, maar ook het abel spel van Gloriant, het volksboek Die Evangelien vanden Spinrocke en tal van andere bekende en minder bekende werken uit de vaderlandse letteren. De bezoeker kan teksten lezen, naar zijn eigen computer overbrengen en er een uitdraai van maken.

Soms zijn teksten digitaal aan elkaar gekoppeld. Een voorbeeld daarvan zijn Multatuli's Ideën. Daarin zitten zoveel verwijzingen dat de Ideën kunnen worden beschouwd als een hypertekst avant la lettre. Alle verwijzingen en associaties van de auteur zijn te volgen zonder dat de lezer hoeft te gaan zitten bladeren in de Verzamelde Werken of er een oude Salamander-pocket op moet naslaan. Als Multatuli het heeft over de door hem gewaardeerde en bestreden Busken Huet, kan de bezoeker van de site desgewenst in één moeite door stukken uit diens Litterarische Fantasien en Kritieken aanklikken.

Vooralsnog staat het Coster-project vooral in het teken van de kwantiteit. De teksten die worden aangeboden, zijn niet of nauwelijks geredigeerd. In een verklaring die op de site is te lezen, laat beheerder Marc Oostendorp weten het belangrijk te vinden dat allereerst een project ontstaat met een zekere omvang. 'Als we ons alleen op kwaliteit hadden gericht, konden we u op dit moment misschien één bedrijf uit de Gijsbrecht van Aemstel aanbieden, en verder een paar gedichten. Een project was er dan nog niet geweest. Bovendien kan een goede onderzoeker in ieder geval ons digitaliseerwerk gebruiken om op basis daarvan ooit een echt goede editie te maken. Werk dat elektronisch gedaan wordt, is nooit vergeefs, omdat het zo gemakkelijk verbeterd kan worden.'

Het project steunt voor een belangrijk deel op de inzet van vrijwilligers. Zij tikken teksten over en versturen die per e-mail naar het project, waar ze op de site worden gezet. Een aantal vrijwilligers is neerlandicus, anderen werken bij computersoftwarebedrijven of zijn wis- of natuurkundige. Op de site lichten de beheerders toe dat een en ander in de praktijk betekent dat het aanbod tamelijk willekeurig groeit. 'Wat gedigitaliseerd wordt, is afhankelijk van de smaak van de inzenders. Als iemand het leuk vindt de Mei van Gorter over te tikken, wordt het gepubliceerd. Zolang niemand het de moeite waard vindt hetzelfde te doen met De kleine Johannes van Frederik van Eeden, verschijnt dat boek niet bij Coster. Als u dat laatste boek graag op internet wilt hebben, moet u zelf actie ondernemen. Neemt u dan overigens van te voren even contact op met coster@dds.nl; wij kunnen u vertellen of niet iemand anders net bezig is met hetzelfde werk.'

Het publiceren van literaire teksten op internet is inmiddels zo gewoon dat een index noodzakelijk is. De website van De Nederlandse Letteren (http://www.letteren.nl/) bevat een overzicht van 450 Nederlandstalige auteurs, van Belle van Zuylen tot Kader Abdolah, van wie primair of secundair materiaal in digitale vorm beschikbaar is. De site wordt bijgehouden door Piet Wesselman. Deze boekhandelaar is een onmisbare gids bij zoektochten naar literaire informatie op internet. Wesselman beperkt zich niet tot de Nederlandse letteren. Ook voor buitenlandse schrijvers weet hij de interessantste plekken op het net te vinden (ga naar: http://www.xs4all.nl/pwessel/ writers.html).

Via Wesselman beland je bijvoorbeeld op de website die is gewijd aan het leven en werk van de in 1995 overleden A. Alberts (http://surf.to/jansen). Je treft daar verschillende hoofdstukken aan uit zijn proefschrift over Baud en Thorbecke, en inleidingen die hij schreef bij werk van anderen - zoals bij Maurois' studie over Napoleon - en zichzelf (een bewerking van Jacob van Lenneps Elizabeth Musch). Analyses van het werk van Alberts zijn ook voorhanden, geschreven door onder anderen Rob Nieuwenhuys, Kees Fens en P.F. Thomése, alsmede het interview met Alberts dat J. Bernlef en K. Schippers in de jaren zestig publiceerden in De Gids.

De site over Alberts, gemaakt door Henk Jansen, is een mooi voorbeeld uit de internetpraktijk. Jansen maakt zijn pagina's uit pure liefhebberij. Toen hij, nog op de oude Frederik Muller Akademie, een opleiding tot bibliothecaris volgde, hoorde hij tijdens de lessen Nederlands van Kees Fens over Alberts en De vergaderzaal. Meneer Dalem werd een 'goede bekende', Jansen besloot de internetpagina's te maken toen hij vaststelde dat nogal wat mensen nog nooit van Alberts, aan wie kort voor zijn dood de P.C. Hooftprijs werd toegekend, hadden gehoord.

'Ik ben niet van plan zelf iets over hem te schrijven', zegt Jansen. 'Het gaat me er alleen maar om dat ik met het materiaal dat ik heb, anderen kan attenderen op zijn verhalen. Voor mensen die al iets van hem kennen, maar ook voor scholieren die Alberts willen gaan lezen, is het hopelijk een leuk archiefje.'

OOK EEN groep Nederlandse uitgevers heeft een begin gemaakt met het bijeenbrengen van literair erfgoed - in boekvorm. In hun gezamenlijke Delta-reeks verscheen een bloemlezing van religieuze poëzie uit de zeventiende eeuw en werk van Hieronijmus van Alphen, Hildebrand, Jacques Perk en Jacob van Maerlant. Maar in vergelijking met het buitenland maken Nederlandse uitgevers een schaars gebruik van internet-mogelijkheden.

Werkgroepen van doctoraalstudenten Nederlands buigen zich eveneens regelmatig over oude teksten, maar zij hebben die nog niet op het net gezet, of Coster ter beschikking gesteld. Het Coster-project is al niet meer weg te denken, maar wanneer je tot je laat doordringen welke onbegrensde mogelijkheden literaire databanken bieden, gaan de handen jeuken. We lezen teksten op het scherm en kunnen nu al een beetje experimenteren met de koppelingen, maar er is weinig fantasie voor nodig om complete digitale piramides voor je te zien, waarvan de top bestaat uit een primaire tekst, met daaronder al het materiaal dat aan interpretaties ervan kan bijdragen.

In een recent artikel in The New York Review of Books beschrijft de historicus Robert Darnton zo'n concept voor wetenschappelijke monografieën. In zijn visie zouden ervaren onderzoekers op het terrein van de humaniora hun materiaal op een andere manier moeten verzamelen en presenteren. Zij kunnen een voortrekkersrol spelen bij een digitale vorm van publiceren.

Van Darnton is het beeld afkomstig van de piramide waarin elke lezer zijn eigen weg kan kiezen. Sommigen zullen blijven hangen bij de top - in de literatuur de primaire tekst. Anderen willen het liefst verticaal lezen en steeds dieper boren in verschillende richtingen. Voor hen zijn er lagen met elektronisch gekoppelde documentatie en essays, waarin facetten van het materiaal worden toegelicht. Met behulp van zijn computer gaat de lezer na wat er voorhanden is, hij maakt een keuze en zet zijn selectie - lange teksten lezen op het scherm is een kwelling - via de printer op papier.

Internet is voor dit soort publicaties bij uitstek geschikt, maar ook uitgevers zullen flink moeten investeren. De aanloopkosten zijn hoog; materiaal moet toegankelijk worden gemaakt met zoekmachines en hypertekst-koppelingen. Er zijn mensen nodig om de software te schrijven en de koppelingen aan te brengen, uitgeverijen en auteurs moeten nieuwe royalty-regelingen treffen. Darnton schetst het beeld van uitgevers die web-licenties verkopen aan grote bibliotheken, waar gebruikers via een computerterminal toegang krijgen tot de digitaal opgeslagen monografieën. Ze gaan op zoek, maken prints en kunnen de velletjes papier met behulp van andere apparatuur laten binden. Als altijd verlaten ze de leeszaal met een boek, alleen is de inhoud ervan voortaan maatwerk. De technische voorzieningen daarvoor zijn er.

Op de site van het Institute of Advanced Technology for the Humanities aan de University of Virginia is een aantal literaire archieven gehuisvest, die een aardig inzicht geven in de mogelijkheden. Hier zijn onder meer de werken verzameld van de Brit William Blake (http://www.iath.virginia.edu/blake/) en van Walt Whitman (http:// www.iath.virginia.edu/whitman/). De door Blake geïllustreerde boeken (1757-1827) zijn opvraagbaar in verschillende versies. Van elke illustratie is een uitvoerige beschrijving gemaakt, speciale zoekmachines maken ze toegankelijk.

Pagina voor pagina kunnen ook de manuscripten van de Amerikaanse dichter Walt Whitman (1819-1892) worden bekeken op een site die daardoor ook voor literatuurwetenschappers van belang is. De projecten worden nu nog voornamelijk gedragen door sponsors en vrijwilligers, maar het aanbod groeit. Langzaam komt de volwaardige literaire databank in zicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden