De Kleenex Kronieken

Het Vlaanderen zoals we dat kennen van Dimitri Verhulst

Hadden Dimitri Verhulst en Luuk Gruwez een kindje gekregen, dan was het Neske Beks geweest. Beks werd geboren in België uit een Vlaamse moeder en een Gambiaanse vader. Sinds de jaren negentig woont de schrijfster in Amsterdam, desondanks is haar romandebuut, De Kleenex Kronieken, een onvervalst Vlaams werk. Plaats van handeling is Mortsel Den Oude God, een plaatsje dat werkelijk zo heet en nabij Antwerpen ligt. Het is er even benauwend als in het Reetveerdegem van Verhulst, en de familiebanden zijn er, zij het met een klein ruw randje, zoet en warm als in Het land van de wangen van Gruwez.

Beks schreef een dorpskroniek en familieroman volgens de ongeschreven wetten van het genre; volkse grappen, een vleugje melancholie en een pientere, maar gevoelige buitenstaander wiens perspectief we volgen. In het geval van De Kleenex Kronieken is dat Priscilla. Het meisje groeit op bij haar Vlaamse bomma, vader Walter is aan het werk als coiffeur, al lukt het hem niet om het kroeshaar van zijn dochtertje behoorlijk te doen. Priscilla's moeder, de van oorsprong Senegalese Aram, overleed toen haar enige dochter nog een peutertje was. Oorzaak was een fietsongeluk. De vrouw die Aram de fiets cadeau had gedaan, voelde zich daarover zo schuldig, dat ze een spaarrekening opent voor de kleine Priscilla. Vele jaren later pas krijgt ze het geld. De schenkster blijkt ze dan al sinds haar kinderjaren te kennen, en wel als de echtgenote van André, de minnaar van haar bomma.

Beks tekent een typisch netwerkje aan familiebanden en sociale relaties. De begrafenisondernemer Toussaint bijvoorbeeld, die als laatste contact heeft met de doden, of Moeder Overste en haar zoon, of zatte Lea uit café De Afgebroken Brug; wonderlijke figuren allemaal die zich misschien wat onbeholpen, maar niet liefdeloos om dat meisje heen plooien.

Een enkele keer laat Beks zien hoe hard het klinkt als Priscilla tijdens een sollicitatie bij een van de twee fabrieken die Mortsel rijk is, de Kleenex- en de bierfabriek, een 'negerinneke' wordt genoemd. Nog voor het gesprek is afgelopen, laat ze weten dat ze van de sollicitatie afziet. Het gebeurt haar nog eens. Thierry, behalve de zoon van Moeder Overste ook de jongen op wie Priscilla verliefd is, maakt een opmerking over haar huid. Het kost geen moeite haar droefenis en haar woede na te voelen. Toch geeft Beks er nauwelijks woorden aan en dat is misschien wel het sterkste aan dit verhaal; Priscilla's huidskleur, inclusief wat anderen daar 'grappenderwijs' van denken, is als een soort fantoom aanwezig. Het is de olifant in de kamer.

Naast dat paradoxaal aanwezige zwart, bevat De Kleenex Kronieken een schat aan kleinere verhalen waaronder die over de maan die een klein bloot madammeke is, een fraaie ontmaagdingsscène, en veel kleinere komische passages en Vlaamse uitdrukkingen. Zo wordt duidelijk dat een Jommekeskapsel geen door Herman Brusselmans bedacht woord is, maar evenzeer deel uitmaakt van het vocabulaire van andere Vlamingen. Je zou er haast om verhuizen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.