De klassieke traditie in de Lage Landen

Veertig keer de grammaticus Donatus

In Grote smerige vlinder, de debuutbundel van de Vlaamse dichter/performer Andy Fierens, staat een gedicht met de titel 'cycloop', waarin een man op een paard geconfronteerd wordt met een monsterlijke verschijning: 'ellenlange benen / met de voeten in de lucht', waartussen zich 'het starende oog / van een cycloop' toont. Wanneer 'uit de pruilmond / onder de verticaal / knipperende / oogleden' de vraag 'wie zijt gij?' weerklinkt, valt er een dode vogel uit de lucht. De verteller begrijpt dat de situatie precair is: 'ik kende / mijn odyssee / en zweeg'. Spoorslags gaat hij ervandoor.


Wat brengt een 21ste-eeuwse dichter ertoe zijn hoogst eigentijdse bundel op te tuigen met freudiaans getinte verwijzingen naar Odysseus en Oidipous? Waarom is het blijkbaar nog steeds grappig het verhaal van de cycloop te herschrijven, ditmaal als de ontmoeting met een reusachtige vagina dentata? Met pogingen tot antwoorden op vragen als deze vallen inmiddels vele boekenkasten te vullen, want onderzoekers theoretiseren graag over intertekstualiteit, canonisering en culturele toeëigening. Hoe men de vraag in het geval van Fierens ook zou willen benaderen, duidelijk is dat ze niet beantwoord kan worden zonder een culturele context te schetsen, waarbij op zijn minst ook bekeken moet worden waarom de meeste dichters van tegenwoordig niet naar de klassieken verwijzen.


In De klassieke traditie in de Lage Landen van classicus René Veenman worden vragen als deze niet gesteld. In totale argeloosheid, alsof we niet zojuist een in filosofisch en literatuurwetenschappelijk opzicht turbulente eeuw achter ons hebben, gaat Veenman ervan uit dat 'de klassieke traditie' een probleemloos te hanteren concept is. Maar sinds wanneer noemen we het Athene van de vijfde eeuw v.Chr. en het Rome van Caesar en Augustus klassiek? Wat betekent die term? En waarom zou het de moeite waard zijn ons ermee bezig te houden? Voor Veenman spreekt het allemaal vanzelf. Je hebt de klassieke wereld, die is intrinsiek van belang, iedere schrijver of schilder die eraan refereert heeft automatisch een streepje voor, en wie hun werk op waarde wil schatten dient zich in de bronnen te verdiepen, liefst door middel van een gymnasiale opleiding.


Het moet gezegd worden dat De klassieke traditie een rijk gedocumenteerd project is, dat uitstekend dienst kan doen als naslagwerk. Zelden werd voor ons taalgebied een zo grote hoeveelheid materiaal verzameld dat betrekking heeft op de erfenis van de Griekse en Romeinse Oudheid. Van Bonifatius tot Troy, van Jacob van Maerlant tot Imme Dros, van Janus Secundus tot H.H. ter Balkt, je kunt het zo gek niet bedenken of het staat erin. Wist u dat er er vóór 1501 in de Nederlanden maar liefst veertig edities van de laat-antieke grammaticus Donatus zijn gedrukt? Hebt u zich ooit afgevraagd waar Guilliam van Nieuwelandt de stof voor zijn tragedie Claudius Domitius Nero (1618) vandaan had?


Het is misschien gemakkelijk je vrolijk te maken over de overbodigheid van dergelijke weetjes, het probleem is dat Veenman nauwelijks context biedt, anders dan dat die namen deel uitmaken van schier onuitputtelijke opsommingen. En waar hij probeert zijn gegevens in een cultureel kader te plaatsen, blijkt hij er vaak simplistische ideeën op na te houden over wat, bijvoorbeeld, begrippen als renaissance of modernisme inhouden.


Natuurlijk beoogt dit boek geen alomvattende cultuurhistorie te schetsen, maar als je met droge ogen durft te beweren dat Italiaanse dichters in de zestiende eeuw 'al een eeuw lang bezig waren Latijnse poëzie te schrijven', heb je duidelijk geen flauw benul van de rijkdom van de middeleeuwse letterkunde. Bovendien blijkt uit details dat Veenman veel van de besproken werken niet in handen heeft gehad. Boëthius schreef theologische traktaten en was dus onmiskenbaar een christen, de Roman de la rose is geen bewerking van Ovidius' Ars amatoria, en het

citaat dat voorafgaat aan Luceberts 'proloog (voorgerecht) van een tiran' is wel degelijk van Horatius. Kortom, dit is een nijvere compilatie, die het niveau van een middeleeuwse encyclopedie helaas zelden ontstijgt.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden