De kindjes van François

Guido François vond ze uit, maakt ze en onderhoudt ze: printers die boeken in braille drukken. Op pad met een oud-professor....

Guido François (73) wordt gebeld: de motor van een van zijn machines stinkt. De volgende ochtend ligt de oud-professor, na drie uur reizen van zijn atelier in het Belgische Heverlee, op zijn knieën de bedrading te inspecteren. Hij is bij stichting Dedicon in Rijswijk, gespecialiseerd in alternatieve leesvormen. Hier staan vier van ‘zijn kindjes’: printers die boeken in braille drukken, duizend bladzijden per uur, dubbelzijdig. Hij heeft ze uitgevonden, vervaardigt ze en onderhoudt ze. 67 van zijn printers staan verspreid over de hele wereld. Onder andere in Moskou, Wenen, New York en Johannesburg.

Dertig jaar geleden legde François, tot 2001 hoogleraar elektrotechniek en energie aan de Katholieke Universiteit Leuven, de eerste hand aan zijn uitvinding. Hij wilde ‘alleen maar wat behulpzaam zijn’ toen hij thuis een folder kreeg van de stichting Licht en Liefde waarin mensen werden opgeroepen boeken over te zetten in braille. Destijds gebeurde dat nog met een schrijfmachine met zes toetsen, het aantal puntjes van een brailleletter.

Het was 1976, de tijd van voor de computer. ‘Iemand deed een maand over het overschrijven van een boek. Was daar weer een kopie van nodig, dan moest alles opnieuw worden gedaan. Verschrikkelijk.’ François verheft zijn stem, dat doet hij als iets hem raakt.

Hij bedacht een systeem om ingevoerde boeken op te slaan. Maar hij wilde meer. Hij wilde grote hoeveelheden snel kunnen drukken. ‘Braille is voor een blinde het venster naar de buitenwereld.’ Een overheidsmaatregel om werkloosheid tegen te gaan – ook toen was het crisis – leverde de hoogleraar vijf gratis medewerkers op. Zij zetten onder zijn begeleiding een machine in elkaar die regels in braille drukte. François bouwde het apparaat verder uit. Nadat een oogarts interesse had getoond, deed mond-tot-mondreclame de rest. Zijn bedrijf Interpoint bestaat sinds 1991. Uniek aan zijn uitvinding: het papier wordt tegen de kop van de naald gedrukt. ‘De naalden hoeven dus niet steeds naar het papier te bewegen. Zo stellen we slijtage uit.’

Op de grond heeft hij een papiertje gelegd. ‘Die mooie broek wil ik schoonhouden voor de foto, anders zal mijn vrouw niet content zijn.’ Zijn witte baard is pas geknipt. Zijn kleding in groenbruine tinten op elkaar afgestemd: blouse in hoog opgetrokken geruite broek, wandelschoenen. Hij trekt zijn conclusies: ‘Het is duidelijk dat de motor niet meer draait. Ik was mijn handen, pak een nieuwe en neem een stofzuiger mee.’ Volgens de onderhoudsmedewerker in Rijswijk komt François nooit voor niks. ‘Het is een wondermannetje.’

De uitvinder heeft een ingenieur in dienst en twee man die fulltime onderdelen maken. Daarnaast heeft hij zijn dochter opgeleid met het oog op de toekomst. Annemarie (30) is ook ingenieur, net als zijn twee zonen, die elders werken. Vurig hoopt hij dat zij de zaak voortzet als hij er niet meer is. ‘Aan de hand van symptomen kan ze heel goed een diagnose stellen. Ze heeft me ook een keer een reis naar Florida bespaard; ze is advies gaan geven via de webcam.’

Als er meer geld is, wil hij nog iemand aannemen die hetzelfde werk gaat doen als hij. ‘Iemand die je op pad kunt sturen voor onderhoud en installatie, ook naar het buitenland.’ Zwaar werk, zegt François. ‘Je moet met de valies slepen en in onmogelijke houdingen achter die machine zitten.’ Zijn dochter, sinds kort moeder, wil niet te lang van huis zijn.

Alle brailleprinters in Nederland en België die grote hoeveelheden drukken, komen volgens François van zijn bedrijf. Buiten de buurlanden ondervindt hij vooral concurrentie van Braillo, dat net wat eerder op de markt was dan hij. ‘Zij hebben een agressieve verkooptechniek. Ons gaat het om de service en het bieden van een betrouwbare machine. Ik hoef niet te groeien. Dan krijg ik het nog drukker.’ Nu al is hij zeven dagen per week met zijn vak bezig. Hij zou wel eens vakantie willen, of vaker thuis willen zijn, maar hij is te hard nodig op de zaak.

Voor het geld doet hij het niet. Hij leeft van zijn pensioen. Hoeveel hij voor een machine vraagt, is mede afhankelijk van de vervoerskosten. Het is meer dan 50 duizend euro, dat wel. Hij hoopt er elk jaar drie te verkopen. Van de opbrengst betaalt hij zijn personeel.

Busje
Acht maanden geleden kwam de laatste bestelling binnen, uit Polen. Als hij straks de machine in Warschau aflevert, doet hij dat per busje. Een Peugeot waarin hij een koelkast, bed, bureau, stoel, zijn gereedschap en wat kleren bewaart. Hij is er ook mee naar Rijswijk gereden, met 80 kilometer per uur. ‘Ik ben een energiefreak, dus mijn ecologische voetstap moet zo klein mogelijk blijven.’

Hij reist zo’n honderd dagen per jaar, ook per vliegtuig, wat hij minder plezierig vindt, omdat zijn gereedschap niet meer in de handbagage mag. Het is een collectie waaraan hij jaren heeft gewerkt. Tang, mes, hamer. En geschikte onderdelen, zoals assen, motoren, kabels, lagers. ‘De vraag is: ga je het terugzien aan de andere kant?’ In het buitenland is hij afhankelijk van lokale medewerkers. Soms gaat het prima, in andere gevallen heeft hij zijn twijfels. ‘Niet iedereen begrijpt dat je machines moet onderhouden en je iets kunt herstellen als het kapot is.’

Hij zuigt de onderdelen van de printer in Rijswijk schoon. De stofzuiger is nauwelijks te horen. De draaiende printers overstemmen het geluid. Dat komt doordat enkele wanden van de machines zijn verwijderd voor verkoeling. ‘Nergens voor nodig’, zegt François. ‘Er zit een ventilator in. Maar als ze daar gelukkig van worden, moet je het accepteren.’ Hij mompelt: ‘Ik vind mijn kinderen in half afgebroken toestand.’ Hij buigt een stukje omgebogen wand recht met een tangetje. Met een doekje boent hij wat olie weg. Dan lacht hij drie gouden tanden bloot: ‘Ik moet ze dan maar knuffelen hè.’

Na anderhalf uur is de machine gemaakt. François knikt even naar een medewerker die de gedrukte papieren van een andere printer opvangt in een bakje. Voor een kop koffie kan hij nu wel even tijd vrijmaken. Hij eet er een boterham bij, bereid door zijn vrouw. Straks maakt hij een verslagje van zijn werkzaamheden: nieuwe motor geplaatst, en een ander snoer naar de motor, die meer stroom aankan. Behalve vader van de machines is François ook dokter. ‘Je helpt de patiënt weer op de been. Dat is toch fantastisch?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden