De keuken van het nieuws is altijd open

Dankzij het internet leven we in een informatieparadijs. Wie het Journaal overslaat en de krant links laat liggen, hoeft niet langer hulpeloos ongeïnformeerd aan de kant te blijven staan....

Chavannes is behalve redacteur van NRC Handelsblad ook hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. In zijn op 6 februari uitgesproken oratie iMedia: nieuwe journalistiek, nieuw burgerschap? onderneemt hij een verdienstelijke poging een eerste winst- en verliesrekening van de nieuwe media op te maken.

De verzwakking van journalistieke organisaties met een traditie van onafhankelijke berichtgeving beschouwt hij als de voornaamste verliespost. Als correspondent in de Verenigde Staten heeft hij met eigen ogen gezien hoe het Amerikaanse ideaal van scheiding van feiten en opinies is uitgehold. Door het internet, met zijn communities van gelijkgezinden en zijn weblogs van columnisten-zonder-krant. Maar ook door een transformatie van wat eens 24-uurs nieuwszenders waren, tot infotainment-kanalen, waar opinie als nieuws wordt aangeboden. Fox News geeft in deze trend, die Chavannes omschrijft als de ‘vervluchtiging van de objectiviteitsambitie’, de toon aan.

Positiever is Chavannes over de Amerikaanse blogosphere van politieke journalisten en publieke intellectuelen. Zij voorzien zijns inziens in een behoefte aan snelheid, directheid en ook aan passie, en geven daardoor kleur aan het Amerikaanse opinieklimaat.

Gewapend met deze in de VS opgedane inzichten wil Chavannes met zijn afdeling journalistiek in Groningen verder nadenken over de vraag wat de journalist in de toekomst onderscheidt van de niet-journalist en wat zinvolle bijdragen van journalisten kunnen zijn aan het functioneren van onze democratische samenleving.

Die bezinning doet zich ook op andere universiteiten voor, bijvoorbeeld aan de masteropleiding journalistiek en media van de Universiteit van Amsterdam. Daar namen hoofdredacteur Theo van Stegeren en zijn collega’s ruim een jaar geleden het initiatief voor de groepsweblog De Nieuwe Reporter (www.denieuwereporter.nl). Het Jaarboek 2007 is een bloemlezing van de belangrijkste debatten die het eerste jaar op het weblog werden gevoerd, aangevuld met begeleidende hoofdstukken.

Het weblog – en ook het jaarboek – dragen precies dezelfde positieve en negatieve eigenschappen die Chavannes aan de iMedia toekent. Positief is de passie, de betrokkenheid en de interactie tussen de deelnemers. Zij hebben er duidelijk zin in: het debat is onderhoudend en levendig. De redactie geeft in een wekelijkse nieuwsbrief bovendien uitstekende signalementen van interessante online-publicaties.

Negatief zijn de ondergeschiktheid van feitelijke informatie aan de opinies van de deelnemers en de wat benauwde kring van de smaakmakers van De Nieuwe Reporter. Aan deze virtuele borreltafel domineren de grootste schreeuwers: types als Henk Blanken, Mark Deuze, Paul Molenaar en Jan Dijkgraaf. Zij zijn – enigszins gechargeerd – te omschrijven als internetfundamentalisten en krantenhaters.

De oude media hebben in hun ogen volkomen afgedaan, en alles wat in die boodschap niet van pas komt, negeren of bespotten zij. Het succes van nrc.next (betaalde oplage in één jaar naar 75 duizend) gaat aan De Nieuwe Reporter volledig voorbij. Herhaaldelijk beweren de stamgasten van De Nieuwe Reporter dat kranten ‘op zoek moeten naar nieuwe manieren om geld te verdienen’. In werkelijkheid wordt met klassiek drukwerk weer goud geld verdiend, wat van online-publicaties of gratis kranten absoluut niet gezegd kan worden.

Onderzoek van de Amerikaanse mediaprofessor David Mindich (Tuned out) waaruit blijkt dat hoog opgeleide jongeren van de internetgeneratie weliswaar over alles een sterke mening hebben, maar over veel minder kennis van het nieuws beschikken en dus minder kritisch staan ten opzichte van machtige instellingen dan oudere generaties, wordt door hen belachelijk gemaakt. De Nieuwe Reporter zou wat minder gebiologeerd naar het World Wide Web moeten kijken en meer oog moeten hebben voor de continuïteit van de journalistiek in oude en nieuwe media.

In zijn dwars tegen de tijdgeest ingaande beschouwing over de professionaliteit en integriteit van de Nederlandse journalisten, Een ongeregeld zootje (uit: Zuiver de op de graat, onder redactie van Frans Kok en Tom van der Maas) , brengt H.J. Schoo de komst van het internet slechts zijdelings ter sprake. Schoo, oud-hoofdredacteur van Elsevier en oud-adjunct van de Volkskrant, beschouwt de uitholling van het gezag van journalisten als kern van de zaak. Hij wijst daarbij allereerst op externe oorzaken.

Nieuwsredacties krimpen onder druk van kostenbeheersing; vooral op lokaal niveau is er van de pretentie van het controleren van de macht weinig meer over. Organisaties weten de gevestigde media steeds gemakkelijker te omzeilen door – al dan niet online – met hun eigen organen rechtstreeks hun eigen doelgroepen aan te spreken. Bij het noodzakelijke aftappen van ingewijden, bronnen, deskundigen, politici en ambtenaren hebben journalisten te kampen met een almaar groeiend leger van voorlichters en woordvoerders. Schoo vraagt zich terecht af in hoeverre journalisten hun pretenties als waakhonden van de democratie eigenlijk nog kunnen waarmaken.

Maar het grootste probleem zit volgens Schoo in het hoofd van de journalist zelf. De moderne, ontzuilde journalist heeft zich een professioneel ethos aangemeten: hij is objectief, neutraal, onpartijdig en onafhankelijk. De verwachtingen van de lezers, kijkers en luisteraars weerspiegelen de normen en waarden van de beroepsgroep. Zij slaan journalisten met hun eigen beroepscodes om de oren en verwijten de media gebrek aan integriteit en het niet naleven van spelregels als het toepassen van hoor en wederhoor.

Tegenover de streetwise-mediagebruikers doen journalisten zich in de ogen van Schoo beter – neutraler, objectiever, onpartijdiger, waardevrijer - voor dan zij zijn. ‘De mantra van de professionaliteit is meer leerstuk dan werkelijkheid. Het verheven zelfbeeld retoucheert achteloos minder florissante trekken als professionele bias, neo-conformistisch linksisme, groupthink, belangenconflict, beroepsblindheid, kwade trouw.’

Bij wijze van remedie wijst Schoo op het succes van ideologisch geprofileerde media als het Nederlands Dagblad, het Reformatorisch Dagblad en de Evangelische Omroep. Deze christelijke media werken volgens de gangbare journalistieke standaarden, maar worden tegelijkertijd vanuit een duidelijke levensbeschouwelijke overtuiging gemaakt.

Schoo onderstreept dat internationaal gerespecteerde periodieken als The Economist, The Wall Street Journal of de Financial Times niet minder ‘ideologisch geharnast’ zijn dan onze christelijke pers. Neutraliteit, houdt Schoo ook Marc Chavannes voor, is haalbaar noch wenselijk. Met behoud van alle denkbare ambachtelijke mores moeten media en journalisten opnieuw kleur bekennen. Net als onafhankelijke wetenschappers zich groeperen in scholen, moeten journalisten ‘het mombakkes van de neutraliteit afwerpen’ en de vraag beantwoorden waar zij voor staan. Hans Wansink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden