AnalyseNorth & South Catharijneconvent

De kerk van Rome was in de 13de eeuw een multinational avant la lettre

Noors altaarfrontaal uit de Nidaros-kathedraal in Trondheim.Beeld Museum Catharijneocnvent

Hoe kan het dat middeleeuwse religieuze kunst uit Noorwegen sprekend lijkt op kunst uit dezelfde tijd uit Catalonië? In Utrecht wordt het mysterie opgelost. 

Jezus is koning: in de catalogus van North & South, de fascinerende tentoonstelling over middeleeuwse kunst uit Noorwegen en Catalonië in Museum Catharijneconvent in Utrecht, staan twee 13de-eeuwse altaarfrontalen met schilderingen van een tronende Christus te midden van zijn apostelen. Het ene stond ooit in een afgelegen dorpskerk in het Catalaanse Ferrera, een plek die wanneer je hem intikt op Google Maps rook uit je smartphone doet opstijgen; het andere bevond zich lang in het kerkje van het Noorse dorp Heddal; die plaats scoort in de categorie plekken-om-langzaam-te-sterven niet minder hoog. Het frappante is: de frontalen lijken op elkaar. Niet als twee druppels water weliswaar, maar wel veel: ze hebben hetzelfde ontwerp en dezelfde personages; die personages, bezitten dezelfde schele neuzen. Hoewel er tussen de plekken van herkomst een kilometertje of 2.700 gaapt, lijken ze geproduceerd door dezelfde schilder. Raadselachtig, inderdaad.

De verklaring schuilt niet in een of andere latente Noors-Catalaanse connectie, maar in de gedeelde Pan-Europese religieuze beeldtaal waarvan beide frontalen getuigen. Anders gezegd: het Catalaanse en het Noorse altaarfrontaal maakten deel uit van dezelfde Roomse franchise. Waren er naast de Noorse en de Spaanse varianten, exemplaren uit, zeg, Canterbury of Beauvais afgebeeld, dan hadden ook die afkomstig geleken uit dezelfde kunstwerkplaats. Dat die laatste niet zijn afgebeeld is vanwege het doodeenvoudige feit dat ze niet meer bestaan. Enkel de exemplaren uit Noorwegen en Catalonië bleven door de tijd gespaard – daarover zo direct meer.

Altaarfrontaal van Sant Cebria (detail) (1300-1350) uit het Bisschoppelijk museum van Vic in Catalonië.Beeld Museum Catharijneocnvent

Volstrekt onbekende kunstuiting

In Utrecht zijn nu zo’n veertig van zulke liturgische objecten te zien. Altaarfrontalen dus, maar ook Maria-beelden, tabernakels, kruisbeelden, reliekschrijnen, missalen, plafond-baldakijnen en aquamaniles in de vorm van een leeuw of een eenhoorn. Bijna allen zijn gemaakt door anonieme handwerkers in vaak moeilijk traceerbare kunstwerkplaatsen. Ze zijn afkomstig uit het Bisschoppelijk museum van Vic, Catalonië en het Universiteitsmuseum van Bergen, de partners voor dit project, en, in sommige gevallen, uit Trondheim, Kopenhagen, Oslo en elders in Scandinavië. Het is beslist opzienbarend: in Utrecht ontsluit men in één klap een weinig bekende, zeg gerust volstrekt onbekende, kunstuiting. Een uiting die soms ver weg voelt. Je kijkt ernaar als naar rekwisieten uit een toneelstuk waarvan je het script niet of slechts deels kent.

De samenstellers hebben zich dat zichtbaar gerealiseerd en hebben alles uit de kast gehaald om de objecten in te bedden in een soepele narratief. Broodnodige context wordt geboden. Er is een introductiefilm die gemaakt lijkt door Michael Bay himself (veel panoramische droneshots van bergmeren) en een interessante en – zeldzaamheid – begeesterd geschreven catalogus. Men krijgt daarin nog eens uitgelegd hoe de heilige mis ook alweer precies in elkaar stak, voorwaar geen overbodige kennis in deze contreien; men wordt bijgespijkerd over de evolutie van het kerkaltaar. Het is verhelderend. Wat het godsvruchtige 13de-eeuwertje uit Skaun tijdens de mis nu precies voelde, blijft giswerk, maar van het interieur van zijn kerk krijg je een aardig beeld.

Pauselijke multinational

De expositie belicht een gouden tijd voor de westerse kerk, de gouden tijd, wellicht. Tussen 1100 en 1350 werden de laatste delen van Europa gekerstend en bereikte de kerk een ongekende graad van organisatie. Magnus annus was 1215, toen de belangrijkste aller middeleeuwse pausen, Innocentius III, het Vierde Lateraanse concilie organiseerde, een marathon-kerkvergadering waarin een vergaande standaardisering van de christelijke doctrine werd bekrachtigd. Voortaan kende de mis over het hele continent dezelfde vorm. Gelovigen hielden du moment dezelfde kalender aan en zongen dezelfde hymnen. Via een wijd vertakt netwerk van scriptoria en werkplaatsen werden picturale motieven en iconografische programma’s gedeeld. Gaandeweg ontstond een uniforme beeldtaal. Of, zoals de samenstellers van de expositie schrijven: ‘Een Portugese reiziger [had] tijdens een bezoek aan een Zweedse plattelandskerk […] rond 1250 geen enkele toelichting nodig over de functie van de verschillende inrichtingsstukken en voorwerpen, noch over de betekenis van vrijwel alle voorstellingen op de altaren, de doopvont, de muren, de wanden en de vensters.’ Europa was immers een theocratie: ‘Tegen het eind van de 13de eeuw was de kerk van Rome uitgegroeid tot een […] multinational met vestigingen in vrijwel elke nederzetting in Europa.’

Die vestigingen leken op elkaar. Ze hadden dikke muren en tongewelven, een stijl die thans bekendstaat als Romaans (een fragment ervan, een portaal, treft u op het 10 euro biljet), of, later, hoge vensters en spitse bogen, die stijl kennen we tegenwoordig als de gotische (20 euro). Veel van deze kerken doorstonden de tand des tijds. Zij vormen nog altijd het hart van menig Europese stad of plaats. Met hun inboedel is het anders gesteld. Van de oorspronkelijke preekgestoelten, tabernakels en andere objecten bleef naar schatting slechts een promille bewaard, één op de duizend objecten dus. De andere negenhonderdnegenennegentig gingen verloren tijdens oorlogen en religieuze twisten, waarvan de Reformatie de belangrijkste was. Veranderingen van smaak en theologische overtuiging deed ook zaken op de schroothoop belanden. De mens wil wel eens wat nieuws, niet? Eruit met die oude Romaanse meuk, was op zulke momenten het devies. Maar niet in Catalonië en Noorwegen. Daar bleven de meubelstukken van weleer gespaard, heel frappant. Lang heeft men gespeculeerd over het hoe en waarom daarvan.

Arm en afgelegen

Er zijn geografisch redenen aan te dragen. Noorwegen en Catalonië liggen afgelegen. Ze werden afgeschermd voor beeldenstormers en andere hooligans door respectievelijk de fjorden en de Pyreneeën. Er bestaan ook economische verklaringen. Noorwegen en Catalonië waren arm. Noorwegen, bijvoorbeeld, raakte na een periode van grote materiële voorspoed eind 14de eeuw economisch ernstig achterop. Het koninkrijk werd ingelijfd door Denemarken, met straffe belasting tot gevolg, en verloor zijn handelspositie aan de Hanzesteden. Zo werd Noorwegen een van de armste landen van Europa. De kerk kende er geen vermogend patronaat dat zich een plekje hemelwaarts probeerde te kopen, zoals men dat elders in Europa wel had. Terwijl in latere eeuwen daar de veranderingsdrift om zich heen greep bleef in Noorwegen (en in Catalonië) de tijd bijna stilstaan. En vindt men er daarom nu ’s werelds belangrijkste Romaanse kunstcollecties.

Het is lastig, zeg gerust onmogelijk om deze qua formaat en functie zo verschillende objecten in een paar regels stilistisch te duiden, maar soit: wat ze delen is hun leesbaarheid. De heiligen en engelen erop ontberen elke vorm van vaagheid of nuance. Ze zijn ondubbelzinnig zoals een strip of een emoji dat kunnen zijn. Het volk op de achterste rij moest ze tenslotte ook kunnen lezen.

Dat leesbare zit ook in de Maria-beelden, waarvan er een negental in de tentoonstelling is te zien. Ze zijn (wederom) afkomstig uit Noorwegen en Spanje, maar ook uit Noord-Frankrijk en het Maasgebied; in tegenstelling tot de andere geëxposeerde objecten bleven deze houten Madonna’s ook buiten Scandinavië en Noord-Spanje bewaard (zij het minder vaak dan op die twee plekken).

Maaslandse MariaBeeld Museum Catharijneocnvent

Boze stiefmoeder

De staat van gaafheid verschilt per geval. Sommige missen hun handen, als waren ze veroordeeld voor het stelen van appels; andere missen handen én huid; als deed de beul na de arbeid met de bijl er een zuuraanvalletje als toegift bij. Enkele van deze beelden fungeerden als reliekschrijn. De madonna uit Sognefjord, een van de pronkstukken van de tentoonstelling, heeft bijvoorbeeld een gat in haar kop waarin een bot-splinter wordt bewaard. Ook de Maaslandse Maria, uit de collectie van het Catharijneconvent, heeft een holte in haar hoofd waar ooit relieken zaten. De Maria’s verschillen qua materiaal en ontwerp, afhankelijk van de regio en tijd van makelij. De Spaanse varianten lijken model te hebben gestaan voor de stiefmoeder van Sneeuwwitje. De Noordelijken zijn meer de prinses zelf. Ze zijn niet altijd eenvoudig om van te houden, deze hemelse vrouwen. Sommige hebben iets strengs waar je gemakkelijk op afknapt. Het zijn waardevolle artefacten, die hier zeer zorgvuldig en uiterst fraai zijn gepresenteerd, maar het zijn soms óók freaky poppen met enge ogen. Enkele zouden op een draaiorgel niet misstaan.

Intrigerend is de vraag wat nu precies de functie was van deze devotionele Maria met Christus-kind-beelden: waar in de kerk bevonden ze zich; welke rol hadden ze tijdens de mis? Inmiddels zijn de experts het erover eens dat ze dienden ter decoratie van het middenstuk van een retabel, een gebeeldhouwde voorloper van het latere altaarstuk; ze fungeerden dus als centrale figuren in een breder iconografisch programma, dat zelf weer deel uitmaakte van het multi-zintuigelijke schouwspel dat de mis was, het flakkerende kaarslicht en hemelende gezang, de dampende wierook en schitterende vasa sacra. Ze vormden de prima donna’s in een voorstelling die verder verloren ging. Het zijn zwakke echo’s van muziek die lang geleden is verstomd.

North & South: Middeleeuwse kunst uit Noorwegen en Catalonië, 1100-1350, Museum Catharijneconvent, Utrecht, t/m 26/1 Catalogus, WBOOKS, 191 pagina’s, € 29,95

Kunstschat Olav

Het Universiteitsmuseum van Bergen leent zijn frontalen niet uit. Ook nu niet. Daarom leenden de Utrechtenaren het Olav-frontaal uit Trondheim. Het paneel met voorstellingen uit het leven van de heilige Olav is een van Noorwegens meest gekoesterde kunstschatten. Het verliet het land slechts eenmaal: in 1691 deed men het cadeau aan de koninklijke Deense kunstcollectie in Kopenhagen. In 1930, op Olavs 900ste sterfdag, gaven de Denen het terug aan de oorspronkelijke eigenaren.

Verklarende woordenlijst

Altaarfrontaal – Paneel voor het altaarblok. Veelal gedecoreerd met schilderingen die een ondersteunende functie hebben bij de liturgie.

Aquamanile – Waterkan voor rituele handwassing die gebruikt wordt na de mis. Heeft vaak de vorm van een (fabel)dier.

Baldakijn – Architectonische overkapping boven het altaar.

Ciborium – Overkapping boven het altaar op vier zuilen.

Eucharistie – Belangrijkste ritueel van de katholieke kerk. Bevat een vaststaand aantal handelingen met als hoogtepunt de consecratie: door het uitspreken van een formule worden hostie en wijn respectievelijk Christus’ lichaam en bloed. Een herhaling van het kruisoffer.

Liturgie – Alle handelingen, ceremoniën en gebeden die een kerkelijke dienst vormen.

Missaal – Liturgisch boek met instructies over hoe gedurende het jaar de mis te vieren.

Retabel – beeldhouwwerk of schildering op, achter of boven het altaar.

Tabernakel – Huisje waarin een heiligenbeeld staat. In sommige gevallen de plek waar de geconsacreerde hostie wordt bewaard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden