RECONSTRUCTIE

De journalist die altijd (te) sterke verhalen schreef

Ramesar pleegde elk jaar een journalistieke doodzonde

Perdiep Ramesar maakte snel naam in de journalistiek. Twijfels over zijn werkwijze waren er al heel lang bij collega's van dagblad Trouw. Hoe kon hij toch doorgaan? Een reconstructie.

PVV Leider Geert Wilders bezoekt de zogenaamde Sharia Driehoek in de Haagse Schilderswijk naar aanleiding van een krantenartikel in Trouw waar radicale moslims de dienst zouden uitmaken op straat. Beeld Phil Nijhuis/Hollandse Hoogte

Vlak voordat Perdiep Ramesar, redacteur bij dagblad Trouw, wordt verwacht in een vergaderzaaltje in het chique Babylonhotel in Den Haag, krijgt hij een smsbericht van zijn chef: neem je laptop mee. Zijn laptop, van de krant, wordt in beslag genomen.

Het is vrijdagmiddag 6 november 2014 en de carrière van journalist Perdiep Ramesar (36), jihadexpert bij Trouw, meervoudig prijswinnaar, veelgevraagd als deskundige op radio en televisie, komt ten einde.

In het vergaderzaaltje zitten twee van zijn leidinggevenden: chef verslaggeverij Antal Crielaard en adjunct-hoofdredacteur Esther Lammers. Ze willen weten: wat is de waarheid in het werk van Ramesar? Welke geïnterviewden die hij opvoert in zijn artikelen bestaan echt en welke heeft hij verzonnen?

Neem de lezing die hij onlangs schreef om namens Trouw in de Tweede Kamer te houden. De mensen die hij daarin opvoert, onder anderen een moeder en een geslaagde zakenman uit de Haagse Schilderswijk, kunnen ze die ontmoeten? Crielaard: 'Kun je deze man aan ons voorstellen?'

Perdiep weet het niet. Hij valt stil, blijkt uit het gespreksverslag dat na afloop is opgemaakt. Dan zegt hij: 'Ik ben echt niet iemand die achter mijn bureau verhalen maakt.' 'Maar soms heb je namen gefingeerd?', vraagt adjunct-hoofdredacteur Esther Lammers.

'Ja, dat moet ik toegeven', zegt Ramesar. 'Dat heb ik weleens gedaan.'

***

In mei 2007 wordt de dan 28-jarige Perdiep Ramesar binnengehaald bij dagblad Trouw. De christelijke krant ziet hem als iemand die goed is in 'dwingende nieuwsverhalen'. Bovendien geldt de ambitieuze twintiger Ramesar als frisse aanwinst op de Trouw- redactie met nogal wat grijze hoofden.

Voor Ramesar is de benoeming een voorlopige bekroning op zijn carrière in de journalistiek. Hoewel hij gesjeesd is aan hogeschool Windesheim, knokte hij zich omhoog via baantjes bij de lokale omroep Assen FM en de Allochtonenkrant. Bij de Haagse Courant en later Algemeen Dagblad maakte de verslaggever van Hindoestaanse komaf naam met verhalen over zijn eigen gemeenschap.

Bij Trouw ontpopt Ramesar zich tot een verslaggever die altijd met een verhaal terugkomt, waar je hem ook heen stuurt. Als gevolg van bezuinigingen is de redactie van de 'misschien wel beste krant van Nederland' chronisch onderbezet. De jonge verslaggever die nooit nee verkoopt, geldt als aanwinst. Al na een jaar - snel, in een tijd waarin kranten nauwelijks nog mensen aannemen - krijgt hij een vast dienstverband.

In een functioneringsgesprek in 2009 heeft zijn chef maar één punt van kritiek: voortaan moet hij in zijn artikelen meer bronnen opvoeren.

Minstens drie bronnen per artikel.

Ramesar wordt gerekend tot de 'talentvolle jongeren van verslaggeverij'. Toch sluimert op de redactie van Trouw soms twijfel over hem. Niemand zegt zoiets hardop, want binnen de krant neemt men elkaar niet graag de maat.

Later, als alles fout is gegaan, schrijven hoogleraar journalistiek Jeroen Smit en rechter Egbert Myjer in hun onderzoeksrapport over Ramesar: 'Onder Trouw-redacteuren bestaat geen traditie van elkaar diep bevragen op de kwaliteit van het gevoerde werk.'

Het blijft daarom bij gefluister op de redactieburelen. Neem het verhaal van Ramesar over vier krakers, uit oktober 2010. 'Hun achternamen mogen niet bekend worden, ook willen ze niet op de foto.' Bij het licht van een zwarte kaars vertellen ze hun verhaal over de krakersscene in Groningen.

Het klopt niet, denkt een collega: die krakers rond een zwarte kaars, het lijkt 'too good to be true'. Maar hij spreekt zijn vermoedens niet uit.

Beeld Sergey Galushko

***

Het artikel betekent een doorbraak in de carrière van Ramesar: zijn interview in oktober 2011 met de Chinese prostituee An Ling (32), die een van haar nieren verkoopt aan Nederlandse mensensmokkelaars om haar dochter bij zich te mogen houden. Als gevolg van de transplantatie heeft ze een groot litteken, op haar buik.

Het verhaal belandt niet alleen in de krant. Het verschijnt ook in een veelbesproken boek over mensenhandel, Slaven in de polder, dat Ramesar schrijft samen met zijn collega Martijn Roessingh, tegenwoordig adjunct-hoofdredacteur bij Trouw. Het boek wordt genomineerd voor de Loep, een prestigieuze prijs voor onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen.

Het boek is grotendeels gebaseerd op anonieme bronnen. De chef van het katern Letter en Geest bij Trouw, die het boek presenteert, merkt dat zich hierover een 'diffuus en knagend ongenoegen' van hem meester maakt. Op een redactie-etentje wordt geroddeld over de werkwijze van Ramesar. Niemand spreekt zich openlijk uit.

De cultuur bij Trouw, merken onderzoekers Smit en Myjer achteraf op, gaat van 'goedgelovig en braaf naar onverschillig en apathisch'.

Voorafgaand aan de presentatie van Slaven in de polder vertelt Ramesar aan zijn co-auteur Roessingh een schokkend nieuwtje: hij heeft An Ling opnieuw gesproken en ze ligt in ernstige toestand in het ziekenhuis, vanwege de ondeskundige nierverwijdering.

Voor de Haagse politie is dit reden om alle plaatselijke ziekenhuizen af te zoeken naar deze Chinese vrouw. Ze kunnen haar nergens vinden. Hoe kan dat? Ramesar stelt zijn verhaal bij. Hij heeft An Ling bij nader inzien niet zelf gesproken. Dat ze in het ziekenhuis ligt, heeft hij 'niet uit de eerste hand' maar van horen zeggen.

Roessingh, zelf een ervaren journalist, schrikt van het incident. Dit mag 'nooit meer' gebeuren, waarschuwt hij Ramesar. Hij meldt het ook bij de politie en bij de hoofdredactie van de krant. Het is eind 2011 en binnen de top van Trouw is bekend dat er signalen zijn dat Ramesar niet de waarheid spreekt over de mensen die hij interviewt.

***

Maar daar gebeurt niets mee. De hoofdredactie van Trouw heeft 'te weinig tijd voor de inhoud van de krant'. Bovendien is er kinnesinne in de top van het bedrijf, tussen adjunct-hoofdredacteur Gerbert van Loenen en hoofdredacteur Willem Schoonen. Die eerste trekt naar eigen zeggen 'tussen 2010 en 2014' herhaaldelijk aan de bel over Ramesar. Maar Schoonen voelt niets voor nader onderzoek.

Ook andere collega's bespreken hun vermoedens over Ramesar met de hoofdredactie. Ramesar is inmiddels stadsverslaggever in Den Haag en geniet in die functie een grote vrijheid. Eigenlijk weet niemand waar hij mee bezig is.

Hoofdredacteur Schoonen doet kritiek op hem af als 'koffieautomaatpraat'. Rond de jaarwisseling van 2012 stuurt hij een 'kleine blijk van waardering en bewondering' naar het huisadres van Ramesar, vanwege zijn inzet en betrokkenheid voor de krant.

In de onderste echelons van de krant stapelt argwaan zich op. In juli 2012 doet een jonge redacteur een ongemakkelijke ontdekking. Ramesar publiceert een interview met de 23-jarige Mohammed Zakir, met klinkende cijfers afgestudeerd in bedrijfseconomie aan de Haagse Hogeschool, maar desondanks werkloos, naar eigen zeggen volgens zijn allochtone afkomst.

De jonge redacteur, die zich erover verbaast dat Ramesar zo weinig op de redactie is, zoekt op internet naar Mohammed Zakir. De werkzoekende twintiger wordt nergens vermeld. Bestaat Zakir wel? De jonge redacteur durft er op de krant niet over te praten. Ramesar geldt immers nog steeds als een 'ogenschijnlijk onomstreden redacteur'.

In het voorjaar van 2013 werkt Ramesar aan een nieuw spraakmakend verhaal. Twee maanden loopt hij rond in de zogenaamde 'vergeten driehoek' van de Haagse Schilderswijk. Hij concludeert dat daar een 'sharia-driehoek' dreigt te ontstaan, waarin orthodoxe moslims andere bewoners hun wil opleggen.

Het artikel is gebaseerd op tientallen anonieme bronnen. Bij Trouw ziet niemand daarin bezwaar. Cees van der Laan, op dat moment chef verslaggeverij - nu hoofdredacteur van Trouw - vraagt niet aan Ramesar wie zijn bronnen zijn. Hij leest het artikel ook niet vooraf. De dag voor publicatie is hij 'vrij'.

Na kritiek op het artikel van onder meer de gemeente Den Haag schrijft hoofdredacteur Schoonen in een open brief aan zijn lezers: 'De vele bronnen die voor dit verhaal zijn gebruikt, zijn allemaal bij de redactie bekend.' Dat is niet juist: op de redactie van Trouw weet niemand met wie hij heeft gesproken. Het stuk roept veel reacties op. Het beweegt PVV-leider Geert Wilders ertoe een met veel publiciteit gepaard gaand bezoek aan de Schilderswijk te brengen.

Een interne discussie over het artikel kapt Schoonen 'binnen drie uur' af: Ramesar is boven elke twijfel verheven.

***

Bij Trouw volgen chefswisselingen elkaar snel op. In maart 2014 is Ramesar toe aan zijn vijfde leidinggevende in zeven jaar tijd. De nieuwe chef, Antal Crielaard, maakt voor het eerst harde afspraken met Ramesar: geen verhalen meer met anonieme bronnen, tenzij daarvoor vooraf toestemming is gegeven.

Ramesar reageert daar heel 'begrijpend' op.

Op de redactievloer ontstaat steeds meer twijfel. De jonge redacteur die al in 2012 ontdekte dat Mohammed Zakir mogelijk niet bestaat, neemt een collega in vertrouwen. Met een derde redacteur onderzoeken ze recente verhalen van Ramesar. Ook hier vinden ze geïnterviewden van wie hun namen niet te achterhalen zijn. Heeft Ramesar ze verzonnen?

De drie redacteuren delen hun twijfel met de voorzitter van de redactieraad. Ze kunnen zich bijna niet voorstellen dat een 'Trouw-redacteur zich op die manier zou kunnen gedragen' en maken zich zorgen over wat dit voor Ramesar persoonlijk kan betekenen. Pas later realiseren ze zich: ook voor de krant is het schadelijk als een redacteur zijn geïnterviewden verzint.

Maar de speurtocht van de redacteuren verloopt 'met tussenpozen': het zal nog ongeveer een half jaar duren voordat ze een idee hebben van de omvang van de fraude.

Een artikel van Ramesar over Eritrese vluchtelingen op een tankstation ergens aan de Nederlandse grens leidt binnen en buiten de krant tot ophef. Margriet Oostveen, op dat moment columniste voor NRC Handelsblad, wil van hem weten: waarom niet gezegd waar dat tankstation is? Zo kan iedereen alles wel verzinnen.

Bij Chaam ontmoette ik de Eritreeërs, zegt Ramesar tegen zijn chef Crielaard. Bij Roosendaal, schrijft hij aan Oostveen. Beide plaatsen liggen 40 kilometer uit elkaar.

Op het intranet van Trouw pleit Ramesar in oktober 2014 voor 'meer geroddel' in de krant. Het komt hem te staan op kritiek, waarbij een collega zich op zijn 'moreel kompas' beroept. Ramesar reageert: 'En het zou nog best kunnen dat mijn moreel kompas een iets andere richting op wijst.'

***

'Crisisachtig overleg' in de hoofdredactie van Trouw op donderdag 6 november. Uit een inventarisatie van Ramesars artikelen blijkt: hij voert meerdere geïnterviewden op van wie de naam niet te traceren is. Mogelijk heeft hij ze 'verzonnen', schrijft de krant in een hoofdredactioneel communiqué.

Namen die Ramesar opvoert in 126 Trouw-artikelen blijken niet te bestaan, constateren hoogleraar journalistiek Jeroen Smit en rechter Egbert Myjer. Ze zijn onvindbaar op internet en ook in de Nederlandse familienamendatabank van het Meertens Instituut. Geïnterviewden als Oosterdam, Fakhrir, Binsberger, Verduinen; ze bestaan niet. Ramesar verzon ze in artikelen over jihadisme en mensenhandel, maar ook in een reportage over een dode walvis in Scheveningen.

De twee onderzoekers bespreken uitgebreid de publicaties waarmee Ramesar naam maakte. Het verhaal over de nieruitname van de Chinese An Ling is waarschijnlijk verzonnen. Zo'n operatie geeft namelijk geen litteken op de buik - zoals Ramesar schrijft - maar op de rug. Aan de Haagse Hogeschool heeft nooit een Mohammed Zakir gestudeerd. En de enige bron die met naam en toenaam in het shariadriehoek-verhaal staat, Virgil Escilio, is ook nergens te traceren.

De conclusie van de onderzoekers: 'Ramesar neemt het niet altijd voldoende nauw met de door hem gepresenteerde waarheid.' Hij pleegde elk jaar wel een 'journalistieke doodzonde', zegt de jurist Myjer zaterdag in Trouw.

Ramesar is op staande voet ontslagen. Hij vecht dat ontslag aan en wil tot die tijd niet reageren, laat zijn advocaat Wouter de Haan weten. Voor de rechter betwistte hij afgelopen week de inhoud van het gesprek met zijn leidinggevenden, in dat vergaderzaaltje van het Babylonhotel in Den Haag.

Daar, op 6 november, vraagt Esther Lammers: 'Perdiep, je weet dat we het hier hebben over frauderen?'

Ramesar: 'Ja.'

Dit artikel is gebaseerd op het rapport van de Onderzoekscommissie brongebruik Trouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.