De jonge schrijver is een vrouw

Bestaat de nieuwe generatie schrijvers voornamelijk uit vrouwen, of lijkt dat maar zo? En als het zo lijkt, hoe komt dat dan? Jet Steinz vroeg het aan vrouwelijke en aan mannelijke auteurs: 'Vrouwen hebben iets te bevechten. En als er iets te bevechten valt, is de literatuur die daaruit voortkomt over het algemeen beter.'

Boven, vlnr: Nina Polak, Hanna Bervoets, Maartje Wortel, Niña Weijers; linksonder: Alma Mathijsen. Beeld Foto Linda Stulic

Op het moment van schrijven moet de boekpresentatie van Fuzzie, de zesde roman van Hanna Bervoets, nog plaats hebben. Maar de aanwezigenlijst van het Facebookevent geeft een beeld van wie gisteravond allemaal zullen zijn geweest. Alma Mathijsen, Niña Weijers, Eva Meijer, Persis Bekkering, Lieke Marsman, Emma Curvers, Ellen Deckwitz en Marijn Sikken 'gingen', Nina Polak en Anne Eekhout kwamen 'misschien', Simone van Saarloos, Roos van Rijswijk, Elfie Tromp en Marjolijn van Heemstra hadden nog niet aangegeven of ze kwamen. Bregje Hofstede kon niet gaan.

Sinds Bervoets acht jaar geleden debuteerde met Of hoe waarom, begonnen al deze (jonge) vrouwen ook romans en dichtbundels te publiceren. Velen met succes: Niña Weijers' De consequenties won verschillende prijzen en haalde bovendien de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2015, Onheilig van Roos van Rijswijk was de winnaar van de Anton Wachterprijs 2016 (voor het beste literaire debuut), Bervoets kreeg onlangs nog zowel de BNG Literatuurprijs (voor haar voorlaatste roman Ivanov), als de Frans Kellendonkprijs (voor haar gehele oeuvre). Lize Spit - niet aanwezig bij de boekpresentatie van Fuzzie maar niettemin een 'jonge schrijvende vrouw' - verkocht meer dan 150.000 exemplaren van Het smelt, staat op de shortlist van de Librisprijs én op die van de ANV Debutantenprijs; Hannah van Binsbergen kreeg als eerste debutant de VSB Poëzieprijs en was daarmee de jongste winnaar in de 22-jarige geschiedenis van de prijs.

Het lijkt soms alsof de jonge schrijversgarde voornamelijk uit vrouwen bestaat. De afgelopen vijf keer dat de Anton Wachter werd uitgereikt ging de prijs vier keer naar een vrouw, terwijl daarvoor de enige vrouw die de prijs ooit won Tessa de Loo was (in 1984). De afgelopen maandag bekendgemaakte shortlist van de ANV Debutantenprijs bestaat uit drie vrouwen: Lize Spit, Judith Eykelenboom en Lieke Kézér. Volkskrant-criticus Arjan Peters noemde in een jongeschrijversspecial van Vrij Nederland vorige maand vier literaire talenten: Spit, Van Binsbergen, Bervoets en Marieke Rijneveld.

Beeld Foto Linda Stulic

Een nieuwe generatie

Drie jaar geleden kwam tijdschrift Das Magazin nog met 'De Tien'; een bundel verhalen van de beste jonge schrijvers uit Nederland en Vlaanderen. Slechts twee van de acht waren vrouw: Bervoets en Maartje Wortel. 'Als dat boek nu gemaakt zou worden, zou de lijst er totaal anders uitzien', denkt Bervoets. 'Er is in korte tijd een hele golf goede jonge vrouwen gedebuteerd. Maartje en ik stonden misschien echt aan het begin van een generatie.'

Bestaat de nieuwe generatie succesvolle schrijvers inderdaad vooral uit vrouwen? En zo ja, hoe komt dat?

Want het is niet zo dat mannen niet meer schrijven; denk aan auteurs als Thomas Heerma van Voss, Jaap Robben en David Pefko. Volgens Jelte Nieuwenhuis (redacteur van onder anderen Bervoets, Deckwitz en Marsman) is bovendien nog steeds tweederde van wat er bij uitgeverij Atlas Contact binnenkomt op de slushpile afkomstig van mannen; hetzelfde geldt voor Prometheus. Toch komen de jonge vrouwen 'bovendrijven'. Wat erop kan wijzen dat ze simpelweg beter zijn. Of, zoals Niña Weijers laatst in een interview zei, 'dat vrouwen binnen en buiten Nederland op dit moment met de interessantste vorm van literatuur bezig zijn'.

'Als ik naar mannelijke debutanten kijk... daar komen weinig markante boeken uit op dit moment', vindt schrijver Roman Helinski. 'Misschien komt dat omdat vrouwen meer te bevechten hebben. En als er iets te bevechten valt, is de literatuur die daaruit voortkomt over het algemeen beter. Deze jonge vrouwen schrijven over andere thema's en vanuit andere perspectieven dan waar de gemiddelde heteroseksuele blanke man al decennialang over en vanuit schrijft. Ook mijn debuut vond ik in vergelijking met een boek als We zullen niet te pletter slaan van Nina Polak minder urgent.'

'Er heeft lange tijd een cultuur geheerst waarin mannen ongestraft conservatieve en machistische boeken hebben kunnen schrijven', zegt Polak zelf. 'De canon die ik tijdens mijn studie Nederlands kreeg voorgeschoteld, bestond dan ook uit mannelijke auteurs. Nu lees ik vooral vrouwen. Ik denk niet per se dat ze beter zijn, maar hun positie zorgt er wel voor dat ze schrijven met een soort drive, engagement en een bepaalde energie die hun werk relevant en bezield maakt. Als man zul je op dit moment met iets héél goeds moeten komen.'

'De jonge schrijfsters zijn dan ook goed op de hoogte van elkaars werk en lezen veel vrouwelijke, vaak Amerikaanse (en al dan niet uitgesproken feministische) auteurs als Chimamanda Ngozi Adichie, Rebecca Solnit, Maggie Nelson en Rachel Kushner. En Connie Palmen. In 1991 debuteerde 'de grande dame van de Nederlandse letteren' met De wetten, een ambitieuze, filosofische roman waar De consequenties van Weijers al veelvuldig mee is vergeleken. Volgens Jelte Nieuwenhuis was Palmen een van de eerste vrouwen die succes hadden met boeken die je ideeënromans zou kunnen noemen, en bovendien geen thema's behandelden die onder de noemer 'vrouwenonderwerpen' werden geschaard.

De jongere generatie schrijvende vrouwen heeft eenzelfde ambitie - al gebruiken de auteurs de term 'vrouwenonderwerpen' liever niet.

Connie

'Ah, Connieee!' roept Bervoets vertederd uit als haar naam valt. 'Ik heb De wetten pas twee jaar geleden gelezen, maar ik vond het geweldig. Jij zegt het - ook prachtig. Ik heb onwijs veel bewondering voor haar.'

Omgekeerd geldt hetzelfde: volgens Polak is Palmen heel genereus naar haar jongere collega's. 'Ze leest ons, support ons. We zijn dol op haar, en ze fungeert in zekere zin als een rolmodel - niet alleen wat haar werk betreft, maar ook in haar vrouw-zijn. Alhoewel een groot deel van de jongere garde wel explicieter feministisch is dan Connie ooit was. Haar boekenweekessay De zonde van de vrouw gaat bijvoorbeeld over vier beroemde vrouwen, maar ze legt daarbij veel nadruk op hun tragiek. Ik denk dat als een van ons zo'n essay zou schrijven, dat een meer activistische insteek zou krijgen.'

Uitgesproken feminisme, soms zelfs activisme, is iets wat een groot deel van de jonge schrijvende vrouwen kenmerkt. Ze delen opvattingen over vrouwen, maar ook over diversiteit in het algemeen, die zijn overgewaaid uit of opgedaan in Amerika - Van Saarloos en Polak studeerden bijvoorbeeld aan de progressieve New Yorkse New School, waar dat bewustzijn met de paplepel wordt ingegoten. Daar komt bij dat velen bevriend zijn, of elkaar in elk geval goed kennen: de gasten op Bervoets' boekpresentatie zien elkaar volgende week weer bij het volgende literaire event of op een verjaardag, ze hosten samen een seksistische talkshow, ze schrijven voor dezelfde tijdschriften, ze wonen met elkaar in huis of bij elkaar om de hoek. Ze hebben relaties met elkaar, want ze zijn biseksueel, lesbisch of queer.

Beeld Willum Morsch / de Volkskrant
Beeld Willum Morsch / de Volkskrant

Natuurlijk kun je niet alle jonge schrijfsters over dezelfde feministische kam scheren. Shira Keller, die met haar roman M. in 2013 de Academica Literatuurprijs won, woont gewoon samen met een man, vertelt zonder schroom dat haar favoriete auteur Jeroen Brouwers is en dat ze op dit moment erg into A. Alberts is, en zegt bovendien zo min mogelijk filosofisch en intellectueel te schrijven - en al helemaal niet activistisch.

Voor Keller was feminisme heel lang een vies woord: ze komt uit een vrij ouderwets gezin en is opgegroeid met het idee dat de grote kracht van vrouwen is dat ze zorgzaam en dienend zijn.

Toch zegt Keller steeds feministischer te worden, mede door haar collega's. En dat dringt ook door in haar werk. 'De hoofdpersoon van mijn nog te verschijnen tweede roman is een man. Op een gegeven moment begon ik me af te vragen: waarom eigenlijk een man? Terwijl ik zo'n gedachte een paar jaar geleden had afgedaan als bullshit. Nu heb ik een belangrijk vrouwelijk personage in mijn verhaal geweven.'

Mannen

Zoals niet alle jonge vrouwelijke schrijvers bij de 'feministische club' horen, zo bestaat die club ook niet alleen uit vrouwelijke schrijvers. Maarten van der Graaff - die vorige week de J.C. Bloem-poëzieprijs won voor zijn bundel Dood werk en in augustus een roman publiceert - zegt niets te willen kapen, maar zich wel betrokken te voelen bij deze ontwikkelingen in de literatuur. Hij is bevriend met onder anderen Bervoets, Hannah van Binsbergen en Lieke Marsman, leest net als zij bewust en (ook als inhaalslag) voornamelijk vrouwelijke auteurs, interviewde Chris Kraus (auteur van de feministische cultklassieker I Love Dick) nog voordat de Nederlandse vertaling gepubliceerd was, laat een van de personages in zijn roman zeggen dat 'er zoveel mannen in de Nederlandse literatuur zijn, die hun hele leven weemoedig blijven schrijven over het lichaam van het buurmeisje uit Nergenshuizen', en vindt het feit dat dit artikel zich buigt over de vraag hoe het succes van de jonge vrouwelijke garde te verklaren, vooral een teken dat de gelijkwaardigheid van schrijvende mannen en vrouwen nog steeds niet het uitgangspunt is.

'Maar dat zal snel genoeg gebeuren', denkt Bervoets. 'Ik las deze week over een onderzoek waaruit blijkt dat, onder 25-jarigen, vrouwen voor het eerst vaker hoogopgeleid zijn dan de mannen. Dan is het simpel: vaak zijn het hoogopgeleiden die boeken schrijven, en meer vrouwelijke hoogopgeleiden betekent dus meer vrouwelijke schrijvers.'

In die zin kan het hogere aantal jonge vrouwelijke auteurs en hun zichtbaarheid niet alleen verklaard worden door de kwaliteit van hun boeken, de soort romans die ze schrijven, hun feministische opvattingen en de neiging tot groepsvorming, maar ook gewoon door de statistiek.

Beeld Willum Morsch / de Volkskrant

Vrouwenhausses

Zijn we getuige van een bijzonder moment in de historie van de literatuur? Volgens Lisa Kuitert, hoogleraar boekwetenschap, valt dat wel mee. 'Je ziet in de geschiedenis een golfbeweging en het is dus niet zo dat de vrouwenhausse van nu ongekend is. In de jaren '70 en '80 was er een beweging die vergelijkbaar was met die van tegenwoordig: de opkomst van vrouwelijke auteurs met een feministische achtergrond, die elkaar over het algemeen ook privé kenden. Hiertoe behoorden bijvoorbeeld Hannes Meinkema, Hanneke van Buuren, Anja Meulenbelt en Ethel Portnoy.' Ook in de jaren '50 waren er een tijdlang meer vrouwelijke auteurs: in het kielzog van Hella S. Haasse kwamen er schrijvers op als Nel Noordzij, Anna Blaman en Dola de Jong. 'En in de jaren '20 en '30 waren het er ineens zoveel dat er smalend werd gesproken over 'damesschrijfsters'.' Schrijvers van een bepaalde generatie vormen een groep en stimuleren elkaar, dat is van alle tijden, wil Kuitert maar zeggen. 'Veel interessanter is eigenlijk de vraag door wie ze gelezen worden, die vrouwen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat mannen nauwelijks boeken lezen van een vrouwelijke auteur. Kijk, daar zou eens iets aan moeten veranderen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.