De Jan Steen die geen Jan Steen was, is dus wél een Jan Steen

Vertrouwde depotplakker onderzocht in Mauritshuis

'De bespotting van Simson' is vanaf donderdag te zien in het Mauritshuis.

Restauratoren Marya Albrecht (links) en Sabrina Meloni onderzoeken het schilderij. Foto Mauritshuis

Altijd fijn voor musea, de (her)ontdekking van een verloren gewaand werk. Zeker wanneer het kort voor de opening van een expositie opnieuw kan worden gepresenteerd. Zo verging het recentelijk verscheidene van de radar verdwenen schilderijen en zo vergaat het nu De bespotting van Simson (ca. 1675-'76) uit het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA). Een jaartje of zeventig werd het beschouwd als werk van een 18de-eeuwse Jan Steen-kopiist. Recent onderzoek door het Mauritshuis heeft aangetoond dat het toch een origineel stuk betreft.

Devaluatie tot depotplakker

De reisgeschiedenis van De bespotting van Simson is goed bewaard gebleven. Het werk duikt op in een 18de-eeuws veilingrapport als 'een stuk daer Samson van de Philistijnen gebonden is, door Jan Steen, heel goet en raer van gedachten'. Het werd indertijd verkocht voor een bedrag van 300 gulden en figureerde als echte Jan Steen in de monografie van Steen-kenner en oud Mauritshuis-directeur Abraham Bredius uit 1927. In de jaren veertig van de 20ste eeuw werd het werk om onduidelijke redenen toegeschreven aan de historieschilder Ignatius de Roore - een kunsthistorische doodsteek. De bespotting van Simson devalueerde tot vertrouwde depotplakker, en bleef dat.

Tot afgelopen zomer. Toen wekte het schilderij de belangstelling van Mauritshuisconservator Ariane van Suchtelen. In voorbereiding op Jan Steen vertelt, de tentoonstelling die donderdag opent, vroeg ze voor de zekerheid reproducties op van het werk. Bij het zien daarvan raakte ze ervan overtuigd met een originele Steen van doen te hebben. Van Suchtelen, telefonisch: 'De humor, de compositie, de rekwisieten, de afwisseling van scherpe en schetsmatige figuren - het was allemaal precies zoals ik van Steen gewend was. De pigmenten kwamen ook overeen met Steens andere werk.'

De bespotting van Simsom door Jan Steen. Foto Hugo Maertens

Ongeschilderd verhaal

Dat Steen juist dit deel van het Simson en Delila-verhaal weergaf, is uitzonderlijk: het werd niet eerder geschilderd. Ook op prenten zoekt men het vergeefs. Schilders geven de voorkeur aan twee andere momenten uit het verhaal, namelijk dat waarop Simson zijn lokken (de bron van zijn kracht) verliest en die waarop hem het zicht met een gloeiende pook wordt ontnomen. Steen, die ook díé fragmenten schilderde en van wie nog een bespotting bekend is (te vinden in het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen), herkende het dramatisch potentieel van deze scène. Ook het vooruitzicht om een grote, levendige meute te schilderen, trok hem er wellicht in aan.

Het werd in ieder geval een typische Steen, vol, doch strak georkestreerd. In het midden knielt de onfortuinlijke Nazireeër. Zijn handen en voeten zijn vastgebonden en worden aangelijnd door een stel kinderen - een verwijzing naar Simsons tanende zo niet volstrekt verloren gegane kracht; achter hem, in het publiek, wordt zijn aanstaande blindmaking aangekondigd door een zwarte man met tulband. Dat is allemaal niet fraai, maar het kan nog erger. Tegenover hem zit Delila, de begeerde Delila, de bedrieglijke Delila. Zij wordt voor zijn ogen door een andere vent bepoteld en voegt hem een obsceen gebaar toe. Vernedering compleet, plannetje geslaagd.

Perfect gave staat

Het Mauritshuis wilde het graag in de tentoonstelling hebben, waarop 21 historiestukken te zien zijn van de schilder die bekend is van zijn wanordelijke huishoudens.

Het Haagse museum, dat vorig jaar al twee keer eerder samenwerkte met het KMSKA, liet het restaureren door twee interne krachten, Sabrina Meloni en Marya Albrecht. Zij onderwierpen het werk ook aan technisch onderzoek, zoals dat naar de pigmenten. Met hun bevindingen werd de datering bevestigd. De kapotte lijst werd vervangen en de vernislaag verwijderd, hetgeen voor een aardige verrassing zorgde: het werk verkeerde in een ongeschonden, zeg maar gerust perfect gave staat. Ook aardig: de achterzijde was niet, zoals gebruikelijk bij 17de-eeuwse schilderijen, bedoekt, ofwel: voorzien van een extra stuk canvas ter versteviging, maar verkeerde in de originele hoedanigheid. Van Suchtelen: 'De spijkertjes erin waren dezelfde als die Steen er ooit in heeft gehamerd. Het werk is zo'n beetje ongewijzigd sinds het het atelier verliet.'

Historiestukken als De bespotting van Simson, zegt van Suchtelen, gelden als een onbelichte kant van Steens oeuvre. Want te fantasierijk om door te gaan voor Hollands realisme en te frivool voor de historieschilderkunstcanon, vielen ze lange tijd tussen wal en schip. Hierdoor waren ze relatief ongewild en dus goedkoop en treft men ze nu op onverwachte plekken aan. Dat zich elders bij particulieren of in museumdepots nog onbekende historiestukken schuilhouden, zegt Van Suchtelen, is heel goed denkbaar.

Jan Steen vertelt, Mauritshuis, Den Haag, 15/2 t/m 13/5.