recensie Hector Berlioz

De Italiaanse en Nederlandse koren clashen, maar de mis zit vol verrukkelijke muziek ★★★☆☆

Dirigent Sir Antonio Pappano. Beeld Getty Images

Ter gelegenheid van de Dodenherdenking werden in het hele land requiems geprogrammeerd. Het Koninklijk Concertgebouworkest pakte uit met een mis voor de doden die je niet vaak hoort. Want de Grande messe des morts van Hector Berlioz is de Mahler 8 onder de requiems: een groots, megalomaan werk. Bij de première in de Parijse Dôme des Invalides in 1837 deden er meer dan 400 mensen mee. Berlioz schreef zelf over de mogelijkheid van een uitvoering met 800 zangers. Moest kunnen.

Ze stonden er, vrijdag (en zaterdag) in het Concertgebouw in Amsterdam: zestien pauken en twee grote troms. Berlioz schreef verder vier koperblazersensembles die vanuit de hoeken moesten opereren. In de Grote Zaal werden ze aan weerszijden van het orgel en aan de uiteinde van de balkons (en dus vlak bij het podium) opgesteld, waarmee het ruimtelijk effect minimaal bleef, maar wat de coördinatie en strakheid ten goede kwam.

De innemende maestro Antonio Pappano (kind van Italiaanse ouders, geboren in Engeland en groot geworden in de VS) is een man die je kunt tegenkomen met een kettinkje met een crucifix om zijn nek. Door het aanzetten van contrast uit de weg te gaan, leek hij meer ruimte te scheppen voor contemplatie dan spektakel. Dat was een interessant uitgangspunt, al schortte het hier en daar aan de afwerking.

Hoe groot Berlioz het symfonieorkest ook heeft gemaakt, en hoeveel interessante momenten er ook in zitten (vooral voor het koper en de fluiten), het orkest is voor 80 procent bezig met koorbegeleiding. Eigenlijk was het dus vooral het requiem van het Groot Omroepkoor en het uit Rome meegebrachte koor van de Accademia Nazionale di Santa Caecilia.

De koren (samen circa 120 stemmen) waren samen weggestopt in het vak achter het podium in het zuidwesten van de zaal, hoewel gebulder in stereo misschien iets meer indruk had gemaakt. Bij hun eerste inzet vroeg je je af of de repetitietijd wel toereikend was om de uiteenlopende klankidealen van beide koren te overbruggen. Het was een clash tussen Italiaans operapathos en de meer geaarde klank van de Nederlanders. Vaak was de intonatie van het koor te laag ten opzichte van het orkest. Al naar gelang de uitvoering vorderde, werd het beter – of raakten we eraan gewend.

De mis zit hoe dan ook vol verrukkelijke muziek. En misschien wel het mooist is het Sanctus, waarin Berlioz de enige zangerssolo voorschreef. De Mexicaanse tenor Javier Camarena straalde in de hoogte. Hemels.

Het Requiem van Berlioz

Klassiek

Door het Concertgebouworkest, Groot Omroepkoor en koor van de Accademia Nazionale di Santa Caecilia.

3/5, Concertgebouw, Amsterdam. De uitvoering van 4/5 is terug te luisteren op radio4.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.