De intrede van Christus in Brussel

Jezus komt, staat op de nieuwssite

Celebriteiten met meer roem dan opinie, en andere ergernissen in de jongste roman van Dimitri Verhulst.

In 1888 schilderde de Belg James Ensor (1860-1949) wat gezien wordt als zijn meesterstuk, 'De intrede van Christus in Brussel'. Op het doek is een bijeen geperste menigte te zien. Een kleurige massa met hoedjes en maskers. De fanfare is erbij, een rechter, militairen, een groep vrouwen, iemand van de kerk, zelfs de dood is van de partij. Ook Christus staat afgebeeld, op een ezeltje. En er is een vaandel te zien, rood van kleur, ietwat smoezelig, met de tekst Vive la Sociale, waarmee de schilder spottend z'n commentaar leverde op de stad waar hij nu juist weinig sociale betrokkenheid had gezien.

De nieuwe roman van Dimitri Verhulst (1972), eveneens getiteld De intrede van Christus in Brussel, laat zich lezen als een eigentijdse, in proza gegoten versie van Ensors kunstwerk.

Evenals de schilder destijds is Verhulst liefhebber van het groteske, en dol op de overdrijving als stijlvorm.

Verhulst begint zijn roman met een gebbetje; dat het weinig 'blijk geeft van vakmanschap wanneer men een verhaal aanvangt met een weersbeschrijving', waarop de Vlaming terstond het weer beschrijft.

Meteen daarna stapt Verhulst over naar het brandpunt van deze geschiedenis die niet minder behelst dan de aankondiging van de komst van Jezus. Het bericht staat op een nieuwssite. Met raketsnelheid verspreidt het nieuws zich, maar het wordt, zoals wel vaker voorkomt in de journalistiek, door niemand nader gecontroleerd.

De verteller van het relaas ergert zich volop: media waarin 'celebriteiten met meer roem dan opinie' de kolommen volschrijven. Of het contrast dat journalisten menen te zien tussen Vlamingen en Walen. Niets dan 'een vage insinuatie', noemt hij het, op basis van een onderzoek dat uitwees 'dat Walen meer tijd in de keuken doorbrengen dan Vlamingen'.

Er zijn meer passages waaraan is af te lezen dat Verhulst zijn pijlen richt op media die onzin oplepelen. Zo moeten actualiteiten entertainen, ongedwongen en vederlicht zijn. Welke vraag zal de talkshow-host Christus stellen: 'Die apostelen van u, zaten daar niet een paar nichten bij?'

Een even makkelijk te bespotten instantie is de katholieke kerk. Giftig commentaar geeft Verhulst wanneer hij schrijft dat de slachtoffers van seksueel misbruik werd wijsgemaakt dat zíj zich moesten schamen. 'Niet de verkrachter maar de verkrachte was het die tekortschoot als christenmens, omdat hij in de onmogelijkheid verkeerde om zijn beulen te vergeven'.

Lustig schiet Verhulst verder als hij beschrijft hoe leerlingen, voormalig misdienaren, voor het laatst door de poorten van de school zullen lopen in de wetenschap 'dat het beeld van de spermavlek op de kazuifel hen evenmin zou verlaten als het jeugdverdriet'.

Langzaam stromen in Brussel de mensen samen op de Place des Palais. Iedereen wil erbij zijn als Christus aankomt. De sfeer in de anders zo grimmige hoofdstad verbetert aanzienlijk, omgangsvormen verzachten, ook die tussen de verteller en zijn geliefde. Een vluchtelingenkind wordt omarmd en opgenomen door de stad. De burgers hebben er zin in. Zin in geloof, zin in barmhartigheid, als betrof het een evenement gelijk een popfestival.

Het is niet ingewikkeld je te verplaatsten in de wereld van Verhulst. En dat is, hoe aangenaam het ook is hem weer te lezen, tegelijkertijd een bezwaar: je kunt het moeilijk oneens zijn met hem. Wat in de tijd van Ensor misschien een schok teweegbracht is vandaag de dag business as usual. Wantrouwen ten opzichte van instanties als kerk en overheid, en het beschimpen en het leveren van commentaar op tal van zaken, is de laatste jaren niet ongebruikelijk onder burgers. Verhulst staat in dat opzicht niet alleen. Wel verwacht je dat de kritiek van deze auteur dieper zou graven, of een andere kant zou laten zien dan het eigen gelijk.

D

aar staat tegenover dat Verhulsts proza een feestelijke aangelegenheid blijft: muitend, licht anarchistisch, geestig en met een zweem folklore. Dat volstaat ruimschoots.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden