De intello: tv-denker met een vleugje sterrenstof

Frankrijk doet en Frankrijk denkt. Marijn Kruk maakte er een zoektocht langs statusvolle intellectuelen, Olivier van Beemen beleefde er avonturen uit een jongensboek....

Op een zondagavond begin 2008 staan vele honderden mensen buiten te wachten voor een collegezaaltje aan de rue d’Ulm in Parijs. Binnen is het stampvol. Een gezelschap intellectuelen en politici debatteert er over de veiligheid van Ayaan Hirsi Ali. Nu Nederland die niet meer wil garanderen, zou Frankrijk dat moeten doen. Ze moet dan wel tot Française worden genaturaliseerd. En eigenlijk, redeneert filosoof Bernard Henri-Lévy (BHL), was ze dat altijd al, door de waarden van de Verlichting die ze uitdraagt.

Die happening rond ‘de zwarte Voltaire’, waarvan destijds alle Nederlandse media gewag maakten, figureert nu ook in twee boeken, geschreven door Nederlandse correpondenten in Frankrijk. Olivier van Beemen (Elsevier, Financieel Dagblad), auteur van In Parijs, beschrijft de bijeenkomst met een lichte ondertoon van verbazing om de Franse opwinding. Zijn conclusie: veel gedoe, maar het leidt tot niets. Geen steunfonds voor Ayaan, en al helemaal geen Frans staatsburgerschap.

Voor Marijn Kruk (Trouw, Groene Amsterdammer) vormt de steunbetuiging voor Ayaan zelfs het vertrekpunt van zijn boek. Ook hij signaleert het verbale machtsvertoon van de sprekers, en koppelt daar een historische beschouwing aan. Die pleitbezorgers voor Ayaan staan in een lange Franse traditie van intellectuelen die hun rol opeisen in het nationale debat. Een rol die een eeuw geleden begon, toen tijdens de Dreyfus-affaire de term ‘intellectueel’ werd gemunt.

Het was Emile Zola die de intellectuelen hun rol gaf. Zoals Kruk hen definieert: ‘de man of vrouw die opkomt voor een universeel principe en daarmee uitstijgt boven de belangen van een klasse, regering of natie.’ In Parijs denkt analyseert Kruk de positie van intellectuelen in de Franse samenleving van nu. ‘Hij is een sociale figuur, zoals de notaris, de dokter en de priester dat waren’, legt hoofdredacteur Marc-Olivier Padis van tijdschrift Esprit uit. ‘Het is als een schaakspel. Je hebt stukken nodig en de intellectueel is er daar een van.’

In zeven hoofdstukken onderzoekt Kruk hoe die intellectueel zich over het bord beweegt. Hij zocht hen op, de denkers in het Quartier Latin die nog steeds naar mei ’68 terugverlangen, de veteranen als Alain Badiou die vol ongeduld op een volgende revolutie wachten, de hofdenkers als Pierre Nora en Max Gallo, die soms ook toespraken voor Sarkozy schrijven.

De intellectueel mag overigens niet verward worden met de intello. Intello’s, legt Kruk uit, dat zijn filosofen als Finkielkraut, Bruckner, Glucksmann, Onfray en vooral BHL. Zij zijn het die bij elke controverse door radio en televisie om hun standpunt wordt gevraagd. Ze hebben ‘dat vleugje sterrenstof dat alleen televisie kan geven. Intello’s hebben de status van popsterren’, schrijft Kruk.

Geen onderwerp of de intellectueel heeft er een opvatting over. Kruk loopt in zijn boek zorgvuldig de grote thema’s langs: immigratie en integratie, nationale identiteit, republiek en godsdienst, de rol van extreemlinks, onderwijs, de verhouding tot de voormalige koloniën en het eigen verleden. Zo is het boek en passant een mooie momentopname van de grote controverses die in Frankrijk spelen. Kruk is daarin overigens niet uitputtend. De verhouding stad-platteland, de Franse rol in de wereldpolitiek en zeker ook de toekomst van het socialisme leveren voortdurend stof voor het intellectuele debat.

Tegenover de diepgang en bedachtzaamheid van Kruk staat de dadendrang van Van Beemen, die 23 jaar was toen hij in 2002 naar Parijs vertrok. Hij bezoekt Houellebecq, Le Pen en een lavendelboer, gaat naar het meest racistische stadje van het land, en naar Boekarest waar niemand ook maar enige belangsteling voor Francofonie aan de dag legt. Bij dat alles vertelt hij ook over zijn eigen situatie, over fietstochten, zolderkamers, liefdes, verhuizingen en een gebronsde huisbazin. Het verslag van zijn eerste jaren als correspondent is eerder een avonturenboek, waarin hij zelf een niet onbelangrijke rol speelt.

Die twee raken elkaar weinig zachtzinnig als de razende reporter in november 2007 afreist naar Villiers-le-Bel, een voorstad van Parijs waar het onrustig is nadat twee jongeren zich op hun motor doodreden tegen een politieauto. Van Beemen wordt beroofd en in elkaar geslagen. Smakelijk beschrijft hij de desinteresse van de agent die proces-verbaal moet opmaken.

Frankrijk doet en Frankrijk denkt. Eigenlijk zou je de twee boeken in één cassette moeten aanbieden. Ze geven een complementair beeld van de eerste stappen van Frankrijk in het nieuwe millennium.Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden