Egbert Modderman in de Martinikerk in Groningen.

interview Egbert Modderman

De imposante bijbelse taferelen van een 29-jarige ‘ambachtsman’ sieren de Martinikerk

Egbert Modderman in de Martinikerk in Groningen. Beeld Rebecca Fertinel

In de Groningse Martinikerk verbeeldt Egbert Modderman de zeven (tegenwoordig acht) christelijke ‘werken van barmhartigheid’. Groots en meeslepend moet zijn werk zijn, zoals De Nachtwacht van Rembrandt. Maar noem Modderman vooral geen kunstenaar. 

De jonge schilder ijsbeerde door zijn huis. Hij moest een zwangere Maria schilderen, maar zijn model is zo plat als een dubbeltje. Wat te doen? Hij had een nepbuik gezocht in een feestwinkel, maar niet gevonden. Een kussen? Hij probeerde het bij zichzelf, het zag er niet uit. Zijn oog viel op de drankenglobe in een verre hoek, een verjaarscadeau dat hij zo lelijk vond dat hij er niet tegenaan wilde kijken. Met een decoupeerzaag zaagde hij er een bolling uit die hij met ducttape op de buik van zijn model bevestigde.

In september – precieze datum nog niet bekend – wordt het werk onthuld dat Egbert Modderman daarna maakte. Een doek van drie bij bijna anderhalve meter met Jozef en Maria, op zoek naar een plaats om een kind te kunnen krijgen. Het stel beeldt ‘het herbergen van de vreemdeling’ uit, een van de acht ‘werken van barmhartigheid’ die de schilder in olieverf vertaalt in opdracht van de Martinikerk in Groningen.

Sint Martinus. Beeld Egbert Modderman

Egbert Modderman (29) is de lange houten trap afgestommeld op witte badstof slofjes om de deur te openen. Hij is net terug uit Amerika, heeft niet geslapen, meldt hij. Een frisse gast met de looks van Epke Zonderland. Een zwart chromen Harley glanzend in de gang. Hij huurt in Groningen een oud herenhuis aan de rand van het centrum, met kamers hoog genoeg om als schilder uit de voeten te kunnen. Een manshoog schilderij, verkocht al, leunt tegen de vensterbank. Op de ezel een kleiner doek, een vrouw met een sluier in de aanslag, klaar om om te slaan. Een werkje om wat met technieken te stoeien, zegt de schilder, wiens tweede naam – echt waar – Vincent luidt.

Hij tekende graag als kind. Het was zijn moeder die suggereerde daar wat mee te gaan doen. Maar Egbert leek het beter een vak te leren met goede baanvooruitzichten. Hij studeerde vormgeving aan de kunstacademie en ging aan de slag bij een interieurbouwbedrijf. Hij ontwierp interieurs, exterieurs en meubels. Twee jaar later kroop het bloed toch waar het niet gaan kon. ‘En toen was ik ongeduldig.’ Hij was al een eind in de twintig en had geen trek meer in lange studies. Nog een poos bezocht hij een particuliere kunstopleiding, maar die draaide hem te veel om stillevens en kleine formaten. Modderman wilde mensen schilderen, groot en figuratief, niet lieflijk of pietluttig, rauw en met emoties uit het leven gegrepen. Na nog een zomer Art Academy in Florence, met een gewonnen beurs, noemde hij zich schilder. ‘Ik kon gaan zitten wachten tot iemand me een opdracht zou geven, of ik kon het gewoon gaan doen.’

Kolossale doeken

Een paar jaar later kan hij leven van zijn werk. Voor alles wat hij maakt, is een afnemer. Het verbaast hem zelf ook. ‘Hoeveel schilders die nog maar net begonnen zijn kunnen dat zeggen?’ In het nieuwe Museum of the Bible in Washington D.C., hangen drie van Moddermans werken. Hij heeft een mecenas in de Verenigde Staten. ‘Een Amerikaanse man die mij een beetje steunt. Ik ga daar ook vaak schilderen en dan verkoop ik mijn schilderijen aan hem.’

En er is die grote opdracht van de Martinikerk in zijn eigen stad. De kathedrale kerk aan de voet van de Martinitoren is tegenwoordig vooral podium voor wereldse activiteiten, zoals congressen en concerten. Maar de Martinikerk wil het christelijke karakter niet verloren laten gaan. Zeven kolossale doeken met de christelijke deugden moeten daar bij helpen. Acht eigenlijk. Paus Franciscus voegde aan het klassieke zevental (zie kader) een thema toe: zorgen voor de schepping.

Vorig jaar is de reeks begonnen met ‘de zieken verzorgen’ en ‘de doden begraven’ en straks is dus ook het herbergen van vreemdelingen te zien. Het doek wordt tijdens een bescheiden vesperdienst gepresenteerd. In stilte, zoals Modderman het graag heeft, want het draait niet om hem.

Het werk Doden begraven van Egbert Modderman in de Martinikerk. Beeld Rebecca Fertinel
Egbert Modderman, Zieken verzorgen (2018). Beeld Egbert Modderman

Het huisschilderschap van de grootste en oudste kerk van Groningen begon in 2015. Egbert Modderman kwam wel in de Martini en liet zich daar ontvallen dat hij schilderde. Of hij niet eens wat voor de kerk kon maken. ‘Vonden ze prachtig.’ Op verzoek van de stichting die de kerk beheert, schilderde hij Martinus, de heilige Maarten van Tours (316-397) naar wie de kerk waarschijnlijk genoemd is. Op het portret geeft Martinus een bedelaar een deel van zijn mantel.

Met terugwerkende kracht telt het allereerste schilderij mee als deugd, ‘het kleden van de naakten’. Nog vier deugden te gaan. Modderman schat dat hij nog wel een kleine twee jaar onder de pannen is met de klus. Hij werkt er in de kerk aan, voor het oog van bezoekers. Voor dit soort joekels van doeken is zelfs zijn ruime atelierhuis te krap.

Vrienden en kennissen van zijn leeftijd zijn soms bijna jaloers op hem en op zijn vrijheid, vertelt hij. ‘Ik maak iets dat in principe voor onbeperkte tijd in die kerk komt te hangen. Het maakt niet uit of ik daar een maand langer over doe. Zij zitten in hun eerste of tweede baan, elk uurtje declareren, constant met de zweep erover.’

Egbert Modderman. Beeld Rebecca Fertinel

Kunstenaar vindt hij een groot woord. Ambachtsman is beter. Autodidact mag ook. In musea gaat hij met zijn schetsboek voor doeken zitten waar hij wat van kan leren. ‘Dan kom je een heel eind’, vindt de schilder, die in zijn onderwerpskeuze weer verre van nuchter is. Hoezo dat grootse, emotionele en rauwe? ‘Ik had alles op een rij gezet uit de tijd dat ik nog zoekend was. Dingetjes die je doet voor mensen. Een klein portretje van iemands kleinzoon, een portret van iemands grootouders, een stilleven met een sinaasappel. Ik zag al die werkjes en dacht: als ik naar een museum zou gaan of een galerie, zou ik eraan voorbij lopen, er niet naar kijken. Waar ik wél naar kijk, wat ik fantastisch vind, is de Nachtwacht van Rembrandt in het Rijksmuseum, of Caravaggio in de Galleria degli Uffizi in Florence.”

Serieuzer dan Frans Hals

‘Als ik een schilderij zie dat serieus is, neem ik het ook meer serieus. Serieuzer dan een lachende Frans Hals, bij wijze van spreken.’ Modderman is opgegroeid in de protestants-orthodoxe cultuur, en daar is ongetwijfeld zijn hang naar zwaarheid op terug te voeren, alsook zijn vaste inspiratiebron, de Bijbel. Thuis, in een gereformeerd vrijgemaakt gezin, kwamen zijn hoofdpersonen voorbij tijdens het bijbellezen. Zoals de oude hogepriester Eli, die, als hij bericht krijgt dat zijn twee zoons in de strijd zijn gesneuveld, achterover klapt en zijn nek breekt. Was Eli weer aan de beurt, dan zette de kleine Egbert zich al schrap. ‘Ik wist: o jee, hij gaat zijn nek breken.’ Hij heeft de onfortuinlijke grijsaard ondertussen uitgebeeld op doek. Zijn model plukte hij van straat. De man stond ook model voor de afbeelding van Abraham die van God opdracht krijgt zijn zoontje te offeren.

Eli. Beeld Egbert Modderman

Het geloof betekent meer voor Modderman dan ooit. Omdat het hem werk geeft, nogal wiedes. Maar het is breder. ‘Ik ben een provinciaal schildertje in Groningen. Het laatste wat ik moet doen is uitspraken als: wat ik doe, is belangrijk voor de wereld.’ En toch, heel voorzichtig, meent Modderman dat hij met zijn talenten iets bijdraagt aan een betere samenleving. Martinus hangt op de plek waar bezoekers een kaarsje kunnen branden of iets noteren in een gedachtenisboek. Mooi, vindt Modderman, dat hij die speciale plek mag omlijsten.

Rachab. Beeld Egbert Modderman

Een van zijn modellen kwam aanzetten in een doorschijnend truitje. Hij schrok. ‘Ik had haar gevraagd iets blauws aan te trekken, toen kwam ze met een transparant shirtje. Ik dacht: Ik schilder dat wel weg, ik maak er iets egaals van. Maar dan zou het een heel saaie compositie worden.’ Hij liet het zo, vond het wel spannend hoe het zou vallen. Mogelijk is hij te streng voor zichzelf, mijmert hij. Maar wat Modderman gewoon niet wil is appelleren aan ordinaire sentimenten. ‘Een lekker wijf schilderen, dat vind ik dus te makkelijk. Dat is een blik hormonen opentrekken bij kijkers en potentiële kopers.’ Platvloersheid en oppervlakkigheid zijn er al genoeg in de maatschappij, vindt Modderman. Hij mikt op iets diepzinnigers en verfijnders. Dus schilderde hij Rachab, de hoer van Jericho, met een zedig donker gewaad. Rode lippen en een bed zijn de enige subtiele verwijzingen naar haar beroep. Of neem figuren als Eli en Abraham. ‘Die mannen zijn alles wat niet mooi, niet leuk en niet succesvol is. Daar zit een gevoeligheid in die ik wel wil schilderen.’

De zeven werken van barmhartigheid

Hongerigen eten geven, dorstigen laven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, gevangenen bezoeken, zieken verzorgen en doden begraven. Dat zijn de zeven werken van barmhartigheid, zeven praktische manieren uit de christelijke traditie om om te zien naar anderen. Ze vormen al eeuwenlang een bron van inspiratie in kunst en literatuur. Paus Franciscus voegde in 2015 een nummer acht toe: zorgen voor de schepping.

De middeleeuwers introduceerden ook zeven geestelijke werken van barmhartigheid. Dat rijtje luidt: Onwetenden onderrichten, in moeilijkheden goede raad geven, bedroefden troosten, zondaars vermanen, onrecht geduldig doorstaan, beledigingen vergeven en bidden voor levenden en overledenen.

Vertrouwen (2017). Beeld Egbert Modderman

Een schilderij met commentaar van de maker

Werk: Vertrouwen (2017)

Afgebeeld: Abraham die takken sprokkelt om zijn zoon Isaak te offeren, opdracht van God. Maar op het moment suprême zegt God dat het niet hoeft. Abraham heeft zijn geloof voldoende bewezen.

1. ‘60 procent van het doek is pikzwart. Dat vind ik wel interessant. Ik schilder alleen handen, gezicht, mantel en takken. De kunst van het weglaten. Meer informatie weglaten kan niet zonder het verhaal geweld aan te doen.’

2. ‘Superdramatisch, ook dit werk. Het is mijn niche. Elke tak die Abraham raapt, brengt hem dichter bij de totale ellende. De precieze emotie laat ik in het midden. Ik schilder iemand die moeite heeft, die strijdt, maar stug doorzet. Niet te boos. De wenkbrauwen niet te ver omlaag, de spieren niet te gespannen.’

3. ‘Ik had takken verzameld, die opgehesen met een katrol en het model daar onder gezet. Ik kon die man natuurlijk niet met 40 kilo op zijn rug laten staan. Toen ik klaar was, oogde de druk niet realistisch. Die takken rustten niet echt op zijn schouders. Ik heb er nog wat extra aan de zijkant er half onder geschilderd. Mag je een beginnersfout noemen.’

4. ‘Kijken naar gezichten en handen vind ik fantastisch. Met objecten heb ik veel minder. Je ziet het wel aan die takken. Ik heb mijn uiterste best gedaan ze tot leven te brengen. Op het eind heb ik er nog knoestjes en puntjes en streepjes in gemaakt, maar ze blijven er wat liefdeloos uit zien.’

5. ‘Zwart over rood wordt mooi diep. Omdat zwart zo belangrijk is hier, heb ik de ondergrond eerst felrood geschilderd. Ik had dat nooit eerder gedaan en wilde kijken wat er gebeurde, het was een beetje een gok. Ik kreeg verrassende bijeffecten. In de huidlaag van Abraham zit nu ook rood, heel natuurlijk oogt dat, en zijn witte kleed krijgt een diepte waar ik normaal weken op aan het zwoegen ben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden