INTERVIEW

De ijzeren discipline van Koningin Lear

Het voelt als beloning voor al die jaren op toneel: de rol van koningin Lear die Tom Lanoye voor haar schreef. Actrice Frieda Pittoors kijkt terug op haar carrière.

Frieda Pittoors: 'Ik sta nog steeds wel voor een schouwburg en denk: wie ben ik dat ik hier speel?' Beeld Bianca Pilet
Frieda Pittoors: 'Ik sta nog steeds wel voor een schouwburg en denk: wie ben ik dat ik hier speel?'Beeld Bianca Pilet

Het zat al een tijdje in een goed vat. 'Ik wil jou nu eens in een heel grote rol', had Ivo van Hove gezegd. Frieda Pittoors begint opnieuw te glunderen als ze het vertelt. 65 jaar werd ze, dit klonk als een fijn cadeau van haar regisseur. Enfin, ze ging eerst nog naar Moskou met Kinderen van de Zon en naar Brooklyn met Romeinse tragedies en wat niet al, want ze speelt wel bij Toneelgroep Amsterdam natuurlijk.

En opeens ben je twee jaar verder.

Maar Frieda Pittoors (Antwerpen, 1947) hoor je niet klagen. Kapsones zijn haar vreemd, waar deze actrice tijdens haar zestig jaar lange carrière ook speelde. Of wie. Van keizerin tot kindermeisje, ze geldt als het wandelende bewijs voor de stelling dat kleine rollen niet bestaan. Maar die beloofde grote, die speelt ze nu: koningin Lear. Geschreven door Tom Lanoye, in regie van Eric de Vroedt. Ze lacht haar bescheiden, schuine lachje: 'Het is de kroon op mijn werk, vind ik zelf. Ik ben er heel blij mee.'

Speciaal voor jou geschreven?

'Ja. Ik ben een enorme fan van Tom en hij had me ooit beloofd dat hij iets voor me zou bewerken. Dat kwam nu mooi samen. Ik houd van zijn taal, het barokke, van het feit dat ook dit stuk weer grotendeels in verzen is. Mij is de taak de poëzie recht te doen, terwijl je tegelijk 'natuurlijk' praat. Dat is hard oefenen.

'Ik vind dat je aan de tekst kunt aflezen dat-ie voor mij is geschreven. Tom kent me een beetje. Hij weet wat ik kan op toneel: groot spelen, maar met een kwinkslag, met relativering. Daar word ik ook verlegen van, hoor. Ik moet het nu wel waarmaken.'

Lanoye's Shakepearebewerkingen zijn haast legendarisch. Wie is deze Elisabeth Lear?

'Een vrouw van mijn leeftijd, tegen pensionering aan. Ze staat aan de top van een miljoenenbedrijf dat ze heeft geërfd van haar vader. Ze heeft het heel goed gedaan, maar is gaandeweg een keiharde geworden. Inmiddels hoor je veel vaker dat 'je je vrouwelijkheid mag laten zien', vroeger moest je bijna man zijn om je staande te houden in de zakenwereld. Ik denk dat Betty Lear zo iemand is. Shakespeare's King Lear heeft drie dochters, bij mij zijn dat zonen. Aan hen heeft ze waarschijnlijk weinig aandacht besteed, behalve aan haar jongste; dat was altijd haar lievelingetje. Nogal bedenkelijk moederschap, zou ik zeggen.'

In Romeinse tragedies (2012). Beeld Jan Versweyveld
In Romeinse tragedies (2012).Beeld Jan Versweyveld

Klinkt niet meteen als een sympathiek personage. Hoe pak je haar aan?

'In eerste instantie absoluut niet sympathiek! Maar ik wil het publiek mee krijgen door te laten zien dat ze geestelijk in verval is en daarmee een zekere herkenning oproepen. Vanaf de eerste scène probeert ze te verbergen dat ze eigenlijk niet meer verder kan. Veel mensen maken dat in hun omgeving mee, of zelfs aan den lijve. Ik heb The Iron Lady gezien, de film over Margaret Thatcher, iemand aan wie je al snel denkt in dit verband. Ook andere topvrouwen als Angela Merkel volg ik zo een beetje, documentaires over de bankwereld. En programma's over alzheimer, dementie. Thatcher heeft langzaam maar zeker niet meer in de gaten wat ze doet. Als een nachtkaarsje is ze uitgegaan.

'Enfin, ik heb het bij mijn vader zien gebeuren. Dat blijft je de rest van je leven bij. Ik probeer dat verteerbaar te maken met humor en de gedachte dat er ook mensen zijn die rustiger worden. Ik gun het echt niemand, maar je kunt ook het esprit van het theater gebruiken om het onvermijdelijke verval aanvaardbaar te maken. Dat is wat erin zit en waarmee ik als actrice iets probeer. Het is niet eenvoudig, maar het is wel waarmee ik bezig ben.'

CV

Frieda Pittoors (Antwerpen, 1947) staat al op haar 8ste in het professionele theater in België. Van haar 12de tot haar 15de speelt ze 150 keer De Kleine Prins. Ze studeert in 1968 af aan Studio Herman Teirlinck. Vanaf de jaren zeventig speelt ze ook in Nederlandse theaters: bij Proloog, Sater, Zuidelijk Toneel en Maatschappij Discordia. Bij ZTHollandia speelt ze in onder meer De Leenane Trilogie, (nominatie Theo d'Or), Tim van Athene en Seemannslieder/Op hoop van zegen. Sinds 2005 speelt ze bij Toneelgroep Amsterdam, in onder andere Romeinse tragedies, Antonioni Project, Teorema, Perfect Wedding, Maeterlinck, Naar Damascus, Kinderen van de Zon, Bloedbruiloft, De Russen! en Tartuffe. Voor deze twee voorstellingen won Pittoors de Colombina 2012.

Komt dat niet af en toe te dichtbij?

'Ik ben geen 25 meer, ik ben 67. En soms gebeurt het natuurlijk: je kunt dat ene woord niet vinden. Dan gaat het erom de rust te behouden en te weten dat het wel komt. Mensen suggereren wel dat je dat moment kunt gebruiken in je spel, maar dat is niet waar. De paniek die je overvalt als je daar staat en je weet het niet meer, is iets heel anders dan de schrik van het personage dat je als actrice volkomen onder controle hebt. Maar ik werk eraan, aan de rust.'

Je speelt de titelrol. Is dat een extra stressfactor?

'Daar heb ik geen problemen mee. Dat staat al een paar jaar vast, nu is de datum er. Nu moet ik keihard werken, zeer gedisciplineerd leven. Op tijd naar bed, geen gekke dingen doen. (lacht zacht) Ik moet mezelf dikwijls streng toespreken, hoor.'

Al ruim zestig jaar leg je zo'n ijzeren discipline aan de dag.

'Ik heb het altijd heel gewoon gevonden, gek hè? Rond mijn 12de werkte ik met Julien Schoenaerts aan De Kleine Prins. Hij, een groot acteur, kwam me van het gymnasium halen om bij hem thuis aan de teksten werken. Ik moest best veel huiswerk maken, maar ik vond dat normaal. Sommigen spelen piano of zwemmen, dat vereist ook inzet. Mijn moeder ging 's avonds mee naar de schouwburg en overhoorde me in de kleedkamer. Op mijn 17de ben ik naar de toneelschool gegaan. Er was nooit sprake van iets anders. Dit was mijn werk. Ook als kind was dit mijn werk. Vaak genoeg voel ik me nog dat meisje van 12 dat haar teksten moet leren voor het slapengaan. Het is een beetje hetzelfde gebleven.'

In Kinderen van de Zon (2010-2012). Beeld Jan Versweyveld
In Kinderen van de Zon (2010-2012).Beeld Jan Versweyveld

Theater moet zo eenvoudig zijn als het pellen van een mandarijn, zei je ooit.

'O ja. Ja. Ik studeerde af in revolutiejaar 1968 en begon bij de Werkgemeenschap voor Toneel. Na een voorstelling ging je op de rand van het toneel zitten praten met het publiek. We vonden dat het niet verheven moest zijn, of te intellectueel. Onderling hadden we elke week een filosofisch uurtje, waarin we elkaar iets vertelden dat we belangrijk vonden. Ik had mandarijnen meegenomen, gewoon om op te eten en toen zei ik dat. We waren dingen aan het ontdekken. De één had een boek gelezen, of een mooi gedicht. De rebelse Jean Genet, het marxisme, dat wilden we uitleggen. Dat was wel goed, hoor! Veel is me bijgebleven. Zouden we nu nog wel kunnen doen.'

Je hebt daarna altijd gependeld. Tussen Nederland en Vlaanderen, tussen grote en kleine zaal. Je wilde blijven ontdekken?

'Klopt. Na het vormingstheater en een paar solo's dacht ik: Discordia. Ik had behoefte aan meer esthetiek. Het was zo fijn om bij Jan Joris (Lamers van Maatschappij Discordia, red.), te zijn, ik heb van hem zo veel geleerd. De essentie van toneelspelen, met elkaar bespreken waar een stuk over gaat voordat je het op de scène zet, dat was zo'n totaal andere wereld. Daarna ben ik weer naar Brussel vertrokken, het Kaaitheater. En vandaar naar Johan Simons' Hollandia. Altijd heb ik het gevoel gehad: nu moet ik een ander aspect meer gaan uitdiepen, nu ben ik dáár nieuwsgierig naar. Ik ben vaak op mensen afgestapt, gevraagd: ik wil graag met jou werken, wil je dat ook met mij? Soms kan dat niet direct, maar vaak komt het er later alsnog van. Mooie dingen hebben we gemaakt: De Leenane Trilogie, De Bitterzoet.'

Filmografie

Behalve op het toneel was Frieda Pittoors de afgelopen jaren ook in veel films te zien.

Onder het hart (2014)
Allez, Eddy! (2012)
Lotus (2011)
Webcam (2011)
Brownian Movement (2010)
'n Beetje verliefd (2006)
Gezocht: Man (2005)
Knetter (2005)
Hotel Bellevue (2003)
Meisje (2002)
Drift (2001)
Bruxelles mon amour (2000)
Zaanse nachten (1999)
Kaas (1999)

Je denkt niet in hoogte- en dieptepunten, je hebt geen theaterhelden - zo steek jij niet in elkaar. Misschien één uitzondering: de Zwitserse theatermaker Christoph Marthaler?

'Ik was erg onder de indruk van hem. Seemannslieder hebben we gespeeld en Maeterlinck. Hoe hij beeld, muziek en theater versmelt! Hij kan raar doen, maar tegen spelers is hij heel lief. Hij houdt erg van uit eten gaan, en vraagt om beurten een acteur mee. Dan praat je over wat je mooi vindt en wat je graag in de voorstelling wilt brengen en daar denkt hij dan over na. Hij behandelt iedereen op een andere manier: hoe voel je je, wat vind je fijn, wat wil je vertellen? Het is een wonder zoals hij iets opbouwt.'

In Maeterlinck (2007). Beeld Phile Deprez
In Maeterlinck (2007).Beeld Phile Deprez

Ik hoor geen klagen, nooit.

'Ik heb ook niet zoveel te klagen. Maar ik geloof ook wel dat het een instelling is. Niet naast de telefoon gaan zitten wachten. Ik ben vaak mensen tegengekomen die zeggen: 'Ik wil nog wel eens met je werken' - en dat onthoud je dan. Meestal is dat wederzijds.'

Hup, het initiatief nemen?

'Dat moet je ook doen. Je moet erop vertrouwen dat je iets te bieden hebt. Je moet zelfvertrouwen hebben. Dat moet.'

Komt dat met de jaren?

'Je kunt ook met de jaren onzekerder worden. Als jong, mooi meisje is het makkelijk. Zo rond mijn 55ste heb ik het eerlijk gezegd wel moeilijk gehad. Dat heeft natuurlijk met hormonen te maken; voor elke vrouw is de overgang ingewikkeld, dat weet ik zeker. Je denkt: wie wil er nog naar mij kijken, ben ik wel interessant genoeg? Ik heb een periode gehad dat ik een beetje de kluts kwijt was. Maar op de een of andere manier ben ik eroverheen gegroeid. Die dingen moet je verwerken. Net zoals we nu moeten verwerken dat het verval zijn intrede doet.'

In The Fountainhead (2014). Beeld Jan Versweyveld
In The Fountainhead (2014).Beeld Jan Versweyveld

Kleine rollen bestaan niet?

'Ik heb Ivo indertijd gevraagd om de rol van kindermeisje Antonovna in Kinderen van de Zon. Ik kijk daar niet op neer; kleine rollen zijn heel erg fijn, juist. Ik heb het altijd graag gedaan en geprobeerd van elke rol iets te maken, andere personages te bevruchten. Ik zie dat gebeuren, leuk.'

Heb je weleens geen zin?

'Jawel hoor. Ik heb vaak geen zin om me uit te kleden. Om mijn kostuum aan te trekken. Als ik het eenmaal aanheb is het prima, maar dan wil het niet meer uit. Dan is iedereen al klaar en naar het café en loop ik maar te treuzelen.'

Het meisje met de zwavelstokjes; ergens zei je dat je je met haar identificeert.

'Zei ik dat? Ik kom uit een arm gezin. Daar heeft het wel mee te maken. Dat meisje dat buiten zit te kijken naar de rijken binnen. Ik heb dat nog steeds een beetje. Dat ik voor de schouwburg sta en denk: wie ben ik dat ik hier speel? Dat kind uit Antwerpen. Het gaat niet over.'

Op die schouwburg prijkt nu jouw beeltenis als Koningin Lear. En dat voor iemand die geen voorstander is van 'vedettetheater'?

(Lacht) 'Klopt, ik houd van 'samen-maken'. We hebben nu weer een leuke club acteurs bij elkaar, uit verschillende generaties. Ik heb echt het gevoel dat we het samen doen. Aan de andere kant: het moet wél zijn wat ik wil. Dat is belangrijk, want potverdorie, dit is niet niks.'

Koningin Lear gaat 8/3 in première in Stadsschouwburg Amsterdam, en is te zien t/m 18/4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden