De ijsballon

Hij ontkwam niet aan het eten van zijn schoenen

In beschrijvingen van de ontdekking van het Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse regenwoud, krijgen de helden te maken met giftige slangen, bijtende insecten en woeste stammen. Niks daarvan op de pool. Het enige dat daar te vinden is, is ijs. Het enige dat de held bedreigt, is de hongerdood. Nadat alle met de grootste moeite meegezeulde blikken leeggegeten zijn, moet hij zijn honger stillen met rauw ijsberenvlees, uitgemergelde poolvossen (met huid en haar) en uiteindelijk leren laarzen en stukjes korstmos. Dan is er nog de duisternis van de poolwinter, de uitputting, de immense kou, de bevroren lichaamsdelen en gebreksziekten.

Voor de ware liefhebbers van dit genre verscheen elf jaar geleden Ninety Degrees North van Fergus Fleming, maar De IJsballon van Alec Wilkinson biedt ook een fraaie verzameling polaire gruwelverhalen. En dat alleen als voorproefje op zijn beschrijving van het lot van de Zweedse ijsballonvaarder Salomon Andrée en zijn makkers. Ook zij ontkwamen niet aan het eten van hun eigen schoenen.

Wat bezielde poolreizigers? Waarom betraden ze vrijwillig de hel? Ieder weldenkend mens wist dat daar niets te vinden was, behalve ijs, sneeuw en bittere kou. Toch wilden tientallen daar als eerste aankomen. Als ze onderweg omkwamen, dan stierven ze naar eigen zeggen voor de wetenschap, of voor het vaderland.

Het is een type mens dat nu niet meer lijkt te bestaan. Wij denken veel meer zoals die Zweedse ingenieur Andrée. Hij beschouwde alle pogingen om naar de pool te lopen als tot mislukken gedoemd. Het kon veel gemakkelijker, vertelde hij iedereen. Met een luchtballon natuurlijk! Die ballon moest dan wel gelijk een recordafstand afleggen, maar volgens Andrée was dat geen probleem. Andrée geloofde zó sterk in zijn 'wetenschappelijke' aanpak dat hij besloot het plan uit te voeren. Dankzij Alfred Nobel en de Zweedse koning had hij het benodigde geld in drie weken bij elkaar. Dus bestelde hij in Parijs de beste ballon ooit, selecteerde hij twee stoere landgenoten die hem zouden vergezellen en vertrok naar Spitsbergen. Daar zouden ze het luchtruim kiezen. Als de wind gunstig was. Het werd een jaar later. Andrée en zijn makkers zweefden weg. Dertig jaar lang werd er niets van hen vernomen. In 1930 troffen robbenjagers hun logboeken en uitgemergelde lijken aan op een rotspunt in de Noordelijke IJszee.

Ze hadden honderden kilometers gevlogen, maar de Noordpool hadden ze nooit bereikt. Hun ballon liep langzaam leeg, stuiterde en klapte op het ijs. Daarna liepen ze vier maanden lang, honderden kilometers, zeulend met twee zwaar beladen sledes, van ijsschots naar ijsschots. Tot ze die rotspunt bereikten. Daar stierven ze. Van honger, kou en uitputting. Wilkinsons beschrijving is gruwelijk, adembenemend.

In het slothoofdstuk pleit Wilkinson voor eerherstel. Andrée is wat hem betreft te lang weggezet als een maniak die zijn grenzen niet kende. 'Zijn doelen waren oprecht, en nergens in zijn geschriften maakt hij de indruk dat hij alleen maar beroemd wilde worden.' Dat moge zo zijn, feit blijft dat hij en zijn metgezellen totaal geen poolervaring hadden en geen dag hadden geoefend in het trekken van sledes over sneeuw en pakijs. Dat zouden ze al doende wel leren, was Andrées overtuiging - áls ze dat al moesten leren, want de superieure ballon zou hun immers majestueus over de Pool dragen, naar Alaska. André was wel degelijk een dwaas. Een echte mad scientist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden